OK kerk Egmond aan zee

De O.K.Kerk van Egmond  aan zee.

https://www.okkn.nl/pagina/998/home

 

 

EGMOND AAN ZEE – De reformatie in de zestiende eeuw dringt nauwelijks tot Egmond aan Zee

door. Daar blijft men katholiek. Dat wil niet zeggen dat men er zonder scheuring afkomt. In 1702

breekt men wel degelijk met Rome. Maar voor het zover is gaan de katholieken braaf naar hun

schuilkerk aan de Zuiderstraat. Daar wordt hen na het afgeven van steekpenningen geen strobreed

in de weg gelegd. De schuilkerk is voor de vroede vaderen een veel te leuk melkkoetje.

Hoewel de inwoners van Egmond aan Zee na de reformatie in overgrote meerderheid katholiek

blijven, keren zij in 1702 toch de rug toe naar Rome. Men leeft, nadat vicaris Petrus Codde van jansenisme wordt beschuldigd, in onmin met het kerkelijk gezag. Een landelijke minderheid sticht de Roomsch Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Clerezie, de huidige oud-katholieke kerk.

Als, geheel tegen de zin van Rome, in 1723 het kapittel van Utrecht Cornelis Steenoven tot nieuwe

bisschop kiest, wordt de scheur nog groter. De bom barst pas goed als op 14 oktober van dat jaar Steenhoven tot bisschop wordt gewijd en Rome een banvonnis uitspreekt.

Hoewel er landelijk relatief weinig katholieken achter bisschop Steenoven gaan staan, voelen de

meeste inwoners van Egmond aan Zee zich wel tot die stroming aangetrokken. Anderhalve eeuw

later, in 1886, bouwen zij zelfs de grootste kerk van het dorp. Hun Heilige Agnes aan de Voorstraat

neemt daarmee een bijzondere positie in. Nergens anders in Nederlands behoort de grootste kerk van dorp of stad toe aan de oud-katholieke gemeen¬schap. Om de katholieke sporen in deze serie

heilige huisjes te volgen komen de oud-katholieken dan ook eerst aan bod. Daartoe gaan we zo’n duizend jaren in de tijd terug.

Over het ontstaan van Eg¬mond aan Zee is niet meer dan een verhaal, door mondelinge overlevering bewaard gebleven, terug te vinden. Rond 980 zou de herenboer Walgerus uit Egmond Binnen tien huizen voor arme gezinnen dicht bij zee hebben laten neerzetten. Een halve eeuw later zou bij die

nederzetting de eerste kapel, gewijd aan de Heilige Agnes, zijn gebouwd. De inwoners van de nederzetting kunnen een aardig bestaan vinden in de visserij. Egmond aan Zee groeit in de twee eeuwen daarna uit tot een belangrijke vissersplaats. De monniken van de Egmondse abdij varen er

van meet af aan wel bij. Zij zien hun inkomsten en macht via de heffing van tienden evenredig snel groeien. De heren van Egmond zien dat met lede ogen aan. Als in 1436 de leenbanden met de

abdij worden doorgesneden eigent heer Jan Meeuwisze meteen maar het tiendrecht toe en noemt het voortaan Recht van de Hofvis. Daarna laat hij beginnen met de bouw van een driebeukige gothische kerk met een 44 meter hoge toren. De bouw van deze parochiekerk duurt tot 1449.

Tot aan de tachtigjarige oorlog kunnen de katholieken er vrij ongestoord hun diensten in houden.

Tijdens de tachtigjarige oorlog wordt de kerk menigmaal geteisterd door de watergeuzen. Om de watergeuzen te kwalificeren laten we de schrijvers van het gedenkboek ter gelegenheid van het

honderdjarig bestaan van de oud-katholieke kerk in 1986 aan het woord. ,,Aanvoerder van deze zeeschuimers was de Luikse edelman Lumey, graaf van de Mark. In de volksmond noemde men

hem ‘zwijn der Ardennen’, waarmee hij en zijn mannen voldoende zijn gekenschetst”. Lumey was

inderdaad geen lieverdje. Op 19 juli 1572 werden in Gorcum negentien roomse geestelijken door hem gefolterd en ter dood gebracht. (De later heilig verklaarde Gorcumse martelaren).

Een deel van zijn geuzenvloot landt in april 1571 in Egmond en steekt, nadat men plunderend door

het dorp is gegaan, 130 huizen in brand. Van de kerk blijft alleen de toren overeind.

Even later is het weer raak. De alom in Alkmaar geprezen Diederick van Sonoy krijgt van de oud-katholieken in Eg¬mond aan Zee een heel andere kwalificatie.,,Deze gewetenloze Duitse woesteling

maakte als geuzenaanvoerder met zijn trawanten de omgeving van Alkmaar onveilig”. Sonoy verwoestte dan ook de abdij, de nabijgelegen parochiekerk, de kapel van Sint Adelbert en kasteel

Egmond aan de Hoef en stak en passant weer de kerk in Egmond aan Zee in brand. De kerk zou

in de periode tussen 24 december 1717 en 7 februari 1743 haar ondergang in de Noordzee letterlijk tegemoet gaan.

Nadat de Spanjaarden in 1573 zich hebben teruggetrokken wordt het de katholieken officieel verboden om hun erediensten te houden. Tengevolge daarvan ontbreekt het hen aan een gedegen organisatiestructuur. Holland is voor Rome missiegebied. Er is tot aan de helft van de zeventiende eeuw dan ook maar weinig over die tijd in de archieven terug te vinden. In 1652 duikt in een overlijdensakte de

naam van pastoor Theodorus van Doorn op. Hij heeft het, ondanks dat op 1 juli 1644 de vergaderplaats van de roomsgezinden door de baljuw en de schout werd gesloten, kennelijk nog acht jaar als pastoor in de schuilkerk aan de Zuiderstraat gediend. Vrijwel zeker heeft hij stand gehouden door het betalen van steekpenningen.

De katholieke kerk was in die tijd een leuk melkkoetje waardoor men wel wat door de vingers wilde zien.

Toch liep er wel eens iets mis. Zo ging in 1684 een ‘klopje’ (iemand die aan de ramen en deuren van de katholieken klopte om te melden dat de dienst doorging) met een bedrag van 350 guldens

naar baljuw Johan van Eg¬mond van de Nijenburg om daarmee zijn gunsten te kopen. De omkoop¬bare baljuw laat zijn schout een extra stuk terrein voor de schuilkerk afbakenen. Burgemeester Cornelis Dirksz. ter Hart steekt er echter een stokje voor. Hij vaardigt een gebod uit: ,,Dat niemand zich zal verstouten een steen aan de papenkerk neer te leggen of een spijker te slaan, voor en

aleer zulks door de Edel Groot mogende Heren Staten van Holland zou toegestaan zijn”. Hij wendt zich ook tot de Staten van Holland. De uitbreiding van de kerk aan de Zuiderstaat moet worden afgebroken. Zeventien jaar later gaat de kerk helemaal tegen de vlakte. Maar dat doen de oud-katholieken zelf. Zij zetten er een echte ‘armoekerk’ voor in de plaats. De 88-jarige Dirk Engelen

Visbeen mag er de eerste steen voor leggen.

VAN ONZE MEDEWERKER BOB DE MON 2

EGMOND AAN ZEE – Wanneer er in 1798 volledige godsdienstvrijheid wordt afgekondigd, verlaten de katholieken hun schuilkerken en bouwen ‘echte’ kerken. Op 10 juni 1801 legt de bijna 89-jarige Dirk Engelen Visbeen de eerste steen voor de nieuwe oud-katholieke kerk aan de Zuiderstraat.

Door geldgebrek wordt het een eenvoudige kerk, die van buiten veel weg heeft van een grote boerenschuur.

Het is de tijd van de Franse overheersing en de handelsbanden met Engeland zijn doorgesneden.

De arme Egmonder vissers ruiken hun geluk en laten zich in met de veel lucratievere smokkelwaar.

Pastor Glasbergen profiteert ervan als geen ander. Hij houdt er een soort geheim postkantoor op.

De bomschippers nemen uit Engeland stiekem poststukken voor de oranjegezinden mee en geven die, na aankomst, bij meneer pastoor af. Deze huurt dan een voerman met paarden en gaat spoorslags naar zijn broer in Amsterdam (eveneens pastoor van beroep). Daar ligt de retourpost al op hem te wachten. Het postbode spelen legt Glasbergen geen windeieren: hij wordt er rijk van.

. Als Glasbergen op 31 augustus 1861 zijn laatste adem uitblaast, gaat bijna al zijn geld naar het

armenfonds.

Tot ongeveer 1840 is de kerk aan de Zuiderstraat met haar 376 zitplaatsen ruim genoeg. Als het inwonertal van Egmond aan Zee in de jaren daarop met zo’n vijftig procent toeneemt, wordt het vaak dringen om een plaats. Midden in het dorp, op veilige afstand van de kust, wordt van de

redersfamilie Van der Plas een lap grond gekocht. Daar bouwt men de huidige neo-gotische oud-katholieke kerk naar een ontwerp van Willem Raman. Oorspronkelijk zouden de zijgevels 14 meter hoog worden. Door geldgebrek gaat daar eerst een meter en later nog eens 80 centimeter van af.

Op 12 mei 1886 wordt de kerk rijkelijk van wijwater en wierook voorzien, waarna bisschop C.J. Rinkel de volgende woorden uitspreekt: ,,Van nu af is dit gebouw onderscheiden van alle andere gebouwen, en worde door ons niet dan met eerbied en ontzag aangezien en bezocht”. De Heilige Agnes onderscheidt zich inderdaad, al was het alleen maar omdat in geen enkele andere Neder¬landse plaats de grootste kerk aan de Oud-Bisschoppelijke Clerezie toebehoort. In de oude kerk op

de hoek van de Zuiderstraat en het Pompplein vinden post en kerk elkaar opnieuw. Tot de sloop in 1985 is er 99 jaar lang het postkantoor in gevestigd.

Binnen in de kerk aan de Voorstraat treffen we nu nog een aantal zaken aan die het verleden doen herleven. Zo hangt bij de ingang de uit 1385 daterende angelusklok uit de Heilige Agneskerk die in 1743 in zee verdween. Ten tijde van de Fransen (1795-1813) werd de klok uit voorzorg in het Vureboetsduin begraven. De luidklok links achter in de kerk werd door de nazi’s gestolen en op

transport naar Duitsland gezet. Een vaderlandslievende schipper liet echter zijn schip vol klokken op het IJsselmeer zinken en zo kwamen veel klokken na de oorlog weer bij hun rechtmatige eigenaar terug.

De Egmondse klok, in 1634 door Peeter van den Gheyn gegoten, heeft echter zoveel schade opgelopen dat deze nu alleen als monument dienst doet.

Het meest opvallende stukje historie in de Heilige Agnes is zonder meer de monumentale preek¬stoel. Weinig kerken beschikken over een dergelijk fraai exemplaar. Als in 1798 de Amsterdamse schuilkerk De Pauw wordt afgebroken, verhuist de preekstoel naar Egmond aan Zee om daar nog

drie jaar dienst te doen in de schuilkerk. Na 1801 staat de preekstoel in de ‘armoekerk’ en op 11 januari 1886 verhuist de preekstoel voor de aatste keer. Het barokke kunststuk uit de zeventiende eeuw is erg massief en geheel uit eikenhout vervaardigd. Op de door een levensgrote engel gedra¬gen kuip treffen we de fraaie beeltenissen van Petrus en Paulus aan. Engelen, vijf in getal, vinden

we ook weer op het klankbord waarvan alle delen rijkelijk zijn versierd met houtsnijwerk. Het meest opmerkelijke onderdeel van deze preekstoel is wel het meer dan levensgrote beeld van Mozes aan de voet van de trap. In zijn linkerhand houdt hij de twee tafelen der wet en wat minder opvallend in

zijn rechterhand zit een staf. Wie deze staf aan een nader onderzoek onderwerpt zal bemerken dat er een stukje aan mankeert. Daarvoor is pastoor Van Kleef, die van 1926 tot 1938 in de Heilige Agnes diende, verantwoordelijk. Op een kwade dag wilde pastoor Van Kleef een aantal jonge

vissersbonken tot de orde roepen. Toen zij niet naar hem wilden luisteren zette hij zijn woorden kracht bij met de staf van Mozes. Zijn daadkracht deed de stok in tweeën breken. Achter de herkomst van het orgel in de kerk gaat een klein mysterie schuil.

Uit de archieven is niet op te maken, wanneer en door wie het orgel werd gebouwd. Het meest waarschijnlijk is dat orgelbouwer Adema voor de oorlog een éénklaviers orgel heeft geleverd. In 1929 doet Adema wel het voorstel om er een tweeklaviers orgel van te maken. Zijn voorstel gaat de ijskast in. Als in de oorlog

Egmond aan Zee wordt geëvacueerd, demonteert men het orgel en slaat het elders op. Na de oorlog wil men het orgel weer in de oorspronkelijke staat terugbrengen, maar de orgelraad verplicht het kerkbestuur tot de aanschaf van een nieuw orgel. Op 25 mei 1951 ontlokt organist Alex de Jong de eerste tonen aan het zojuist ingewijde nieuwe orgel. Achteraf komt vast te staan dat veel

pijpwerk uit het oude orgel in het nieuwe orgel is verwerkt. De klank is er niet minder om. Vele

bekende organisten willen het orgel maar wat graag bespelen.

De gebroken staf van Mozes herinnert nog steeds aan de woede van pastoor Van Kleef. ALKMAAR – Rond 1700 was Rome er heilig van overtuigd dat protestant Nederland een missie¬gebied was. Dat hield in dat men hier zelf geen bisschop mocht benoemen. Dat gekapittel van

bovenaf viel verkeerd en in 1723 benoemde men eigenhandig Cornelis Steenoven tot aartsbisschop

van Utrecht. Prompt sprak Rome de ban over hem uit. Daarmee was de maat vol en zo ontstond

de Roomsch Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie, ofwel de Oud-Katholieke kerk

die het gezag van Rome niet erkent.

Bijna honderdenvijftig jaar later, in 1870, wordt de paus onfeilbaar verklaard. Opnieuw komen er katholieken tegen Rome in opstand. Dit keer vooral in de Duitstalige landen. Men zoekt contact met de Oud-Katholieke kerk van Utrecht en zo komt het tot een grensoverschrijdende samenwerking.

Naast het feit dat de oud-katholieken van meet af aan het instituut ‘paus’ afzweren, maakt door invloed vanuit het buitenland in 1909 het Latijn plaats voor het Nederlands en schaft men in 1922 het verplichte celibaat af. Oorbiechten en vasten zijn niet langer verplicht. De Oud-katholieke kerk is met 6000 leden weinig omvangrijk, telt zo’n dertigtal parochies en heeft naast de aartsbisschop te

Utrecht nog een bisschop in Haarlem plus een vacante bisschopszetel in Deventer.

Tot het begin van de tweede wereldoorlog treffen we in de Egmonden nogal wat oud-katholieken aan. Alkmaar heeft dan nog geen eigen parochie. De meesten pakken op zondag de fiets en wonen de dienst bij in de ‘Heilige Agnes’ aan de Voorstraat te Egmond aan Zee. Daarin komt verandering als men door de Duitsers wordt gedwongen te evacueren. De oud-katholieken worden tot 1951 gastvrij onthaald in de Lutherse kerk aan de Oude Gracht te Alkmaar. Daar klinkt naast het

gezang en mijnheer pastoor ook het klokje van gehoorzaamheid dat letterlijk op de lezenaar staat.

Het wordt vaak bidden tegen de klok in, want direct na afloop is er een Lutherse dienst.

Begin 1949 brengt Albertus Zwart uit Egmond aan Zee een bezoek aan de bisschop van Haarlem en overtuigt hem er van dat Alkmaar een eigen parochie moet krijgen. Op 25 juli 1949 krijgen Jacob van der Heijden, Engel de Vrij en pastoor van Zanten uit Egmond het groene licht. Geld is er

nauwelijks en 90.000 gulden voor nieuwbouw wordt te veel geacht. Zo wordt op 9 oktober 1951 het woonhuis aan de Emmastraat 9 betrokken. De woonkamer wordt omgetoverd tot een bijzonder knus kerkje. Soms wel wat te knus, want op hoogtijdagen zoals met Kerst zitten de kerkgangers op de trap. Als er een uitvaartdienst voor mede-oprichter Jacob van der Heijden wordt gehouden, kan

de kist niet naar binnen worden gedragen. Ook daar klinkt een klokje, zij het dat het niet het tikken is dat de kerkgangers horen, maar het luiden. Mevrouw Vissinga heeft op een goede zondag een klok mee naar de kerk genomen met de bedoeling die na afloop van de dienst bij een kennis af te geven. Ze is echter vergeten het slagwerk uit te schakelen en zo worden de kerkgangers tot drie

keer toe opgeschrikt door het luiden van een klok die niemand kan vinden omdat deze in haar tas verborgen zit. Een van de vaste kerkgangers in de Emmastraat is Kniertje Zwart. Ze staat er om bekend dat ze heel spontaan en heel adrem kan reageren. Ze is gesteld op klare en begrijpelijke taal en als meneer pastoor de preek te ingewikkeld naar haar zin maakt, dan roept ze steevast

duidelijk hoorbaar voor iedereen: ,,Gooi het maar in m’n pet!” Het zijn de woorden die haar voor in de mond liggen, waarschijnlijk omdat ze vroeger de hoeden- en pettenwinkel bij de Platte Steenen Brug heeft bezeten.

De knusheid van het huiskamerkerkje aan de Emmastraat staat in schril contrast tot de Heilige Agneskerk in Egmond aan Zee. Daar is het oud-katholiek godshuis als enige in Nederland het grootste kerkgebouw van het dorp. Dat uitzonderlijke feit schonk een aantal jaren geleden de huidige pastoor Schoon een mooie gelegenheid om eens goedmoedig ‘wraak’ te nemen op zijn echtgenote. Zijn vrouw is namelijk hervormd predikante te Enkhuizen en zij had het telkens over

‘zijn’ piepkleine kerkje in Alkmaar. Toen ze door Egmond wandelden en de klok van de Agneskerk luidde riep hij lachend: ,,Hoor je dat zware geluid van die kerkklok? Dat is nou onze kerkklok. En hoor je ook dat aardige getingel op de achtergrond? Dat is jullie klokje!” Ze heeft haar echtgenoot overigens als eerste gelukgewenst toen de oud-katholieke kerk verhuisde naar de voormalige apostolische kerk aan de Nassaulaan, die op dat moment als gymnastiekzaal dienst deed.

Nadat de apostolische gemeente van de omwonenden geen toestemming had gekregen om haar kerk bijna twee keer zo groot te maken, trok men uit het gebouw. De gemeente Alkmaar maakte er

eerst een gymzaal van, later ging het gebouw over naar de oud-katholieke kerk. Die maakten er eigenhandig weer een kerk van. Een eenvoudige kerk, want de beelden die in de Emmastraat zo prominent aanwezig waren, gaan nu verloren in de zee van ruimte. Zo ging het ook met de fraaie tonen van het kleine, oude Strémphler-orgel dat drie jaar geleden plaats maakte voor het veel

zwaardere van Pels-orgel uit het Vredeskerkje te Bergen aan Zee. Aan de zware plafondhaken, waaraan eens de ringen en de klimtouwen hingen, hangen nu de koperen kronen. Langzamerhand komt de kerkelijke sfeer weer terug in het gebouw.

Als men in oktober het vijftigjarig bestaan viert,

hoopt men ook de enigszins kale wanden met wandkleden meer sfeer te hebben gegeven. Pastoor

Henk Schoon: ,,Alleen de fraaie glas-in-lood-ramen ontbreken nog. De gemeente Alkmaar heeft die

er destijds uit gehaald en iedere poging om ze te achterhalen is tot nog toe mislukt. Het zou een

mooi jubileumcadeau zijn als die weer boven water kwamen”.

Het knusse huiskamerkerkje aan de Emmastraat heeft meer dan veertig jaar dienst gedaan.

,,Het zou mooi zijn als de glas-in-lood-ramen weer boven water kwamen”. Ramen OK kerk Egmond aan Zee.