Egmond aan Zee

      

Mijn  Derp…..

Egmond aan Zee Julianastraat 4 werd het adres waar pa en moe in hun eigen huis trokken. Op de dag dat ze er in gingen wonen kregen de kinderen gebak. Er is nog even sprake geweest om huis van de dominee te kopen.Tervoort uit Heiloo bouwde het nieuw huis.Er werd geen cement gebruikt , maar Portland.

Dat was zo sterk dat later toen er in de slagerij in het stukje waar gewerkt werd tegeltjes moesten komen ( werd gedaan door Koen van Duin) er bijna niet mee te werken viel Koen heeft toen een klein stukje betegeld en de rest aangestreken.Het huis kostte bijna Fl. 4000.- dat was toen erg veel geld. Het was voor de begrippen van Egmond een

groot huis.

       

         

Maar we woonden er met veel mensen in.

Behalve de eigen kinderen, de broers en zussen van mijn moeder en later nog personeel.

Moe had altijd een hulp in de huishouding.

Er was eens een meisje die samen met een zus naar Egmond kwam

en ze werkte met plezier in ons gezin, intern.

Maar toen werd er door de kolonie’s meer betaald en ging ze in Zwartendijk werken .

Moe vond het erg jammer .

Het was vaak erg moeilijk om iemand te krijgen,maar het

lukte en Alie Kaandorp uit Heiloo heeft toen heel lang bij

ons gewerkt. Ik kende Alie omdat ze later met haar kinderen

naar Derp kwam en haar fiets bij ons thuis stalde om

naar het strand te gaan. Plotseling is Alie overleden,

nog jong, doordat ze met een fiets of brommertje

over de kop ging omdat er iets tussen de spaken raakte.

Vrouw Sientje Krab kwam toen bij ons en dat was een geweldig mens.

Ze woonde in het sloppie naast de OK Kerk en Bergstraat.

Ze had een zoon en dochter. Haar man bleef op zee.Corrie

haar dochter heeft nog lang alleen daar gewoond.

Het sloppie was zo smal dat wij als kinderen omhoog klommen

en dan aan allebei de kanten een been zetten.

Het sloppie / Steegje liep naar de Boterton en had ook

nog een ander huis aan de linkerkant.

De duivenkoning woonde daar.

    

    

4 .

We hadden ook de automaat waar de mensen een kroket en gebakjes uit konden trekken.We hadden altijd een hond en dat moest wel.

Er is een paar keer een poging tot inbraak gedaan maar de honden hebben ons altijd goed bewaakt. Een keer kreeg een hond een jonkie. Panda hebben we hem genoemd. Onze Piet woonde in Duitsland en op een zondag kwam hij met de trein over naar derp en nam het hondje mee .Gewoon in een tas zoals ze toen gebruikten bij boodschappen doen ,van touw Het is en wonder hoe hij die hond over de grens heeft gekregen..

Naast Engel v.d Plas zijn erf was een steegje waar huizen ( een rij)

huisjes aan stonden, dat steegje liep van Zuid naar Noord. Er waren huizen

waarvan het raam van de huiskamer in de tuin van achterom 9 keek.o.a de Fam. Muileboom woonde daar.Later verhuisden deze familie naar de Pastoor van Kleefstraat.Op de hoek van dat steegje woonde fam. Visser.Ze hadden 1 dochter Tonia.Naast Visser woonde wij prettig en aan de andere kant van ons woonde ook een fam. Visser.De ouders van Kobus. Doordat die huisjes aan dat steegje er waren had ons huis nummer 9 terwijl het het 3e huis was.

Engel van de Plas woondeop het hoekje met zijn zus Neeltje. Aan de kant van de Julianastraat was een blinde muur.

Vervolg Julianastraat:Vanaf de Voorstraat gezien aan de rechterkant:

Het huis van de dominee ( waar later Dorresteijn in ging wonen),er stond op de hoek een groen PEN huisje. Soms kwam er een fotograaf en die had een motor , hij maakte foto’s van de kinderen op de motor en verkocht die later aan de ouders.Dan het ACHTEROM en op de hoek Engel v.d.Plas, met zijn zus (Neeltje). die een echte veestapel hield daar.

Jaap Mul,  slagerij de Waard, 2 Kleine huisjes in het dalletje, straatje met

vissershuisjes, Annie Eelting, van Niekerk de bakker en dan gewone huizen tot de Wilhelminastraat.Er waren volgens mij 3 Oosterbergen achter elkaar, nu zie ik er nog maar 1.( 2011)

Anere kant:

Deur O.K. verenigingsgebouw .Werd door mevrouw Yda Koeman heel vakkundig beheerd.

Aan de Linkerkant:

Begin van de Julianastraat.Huis van Engel van de Plas en voorheen Dorresteijn.

Arie Kok, oude vrouw, parochiehuis van de O.K. kerk, ” Black”= fam. Zwart, Bart Duin,de groenteboer, Bertus Broek,de melkboer( Kies kaas -kies Broek) Bertus reed al in een elektrische wagen. De Bergstraat met op de hoek ,Dorresteijn, dan  Sientje Pek, Sientje Dekker ( Pek) haar ZOON Jan Dekker Pek en Alie. Jan leerde Alie kennen in Purmerend doordat zijn moeder tijdelijk bij haar dochter woonde i.v.m. de evacuatie. Jan had in de naoorlogse jaren de ijsverkoop van zijn vader overgenomen. Jan trouwde 6 november 1946 woonde met Alie In de Bergstraat voor 2 gulden per week.3 jaar later ging hij werken bij de zuivel-cooperatie in Alkmaar .Toen verkocht hij alleen nog in de weekenden ijs aan de Boulevard.Ze kregen 2 kinderen Trijntje en Pieter.Na 7 jaar gingen ze in de van Speijckstraat wonen en nog later in de Montgomerystraat.Jan werkte zich op tot havenbaas bij de Hoogovens .Na 38 jaar ging hij met pensioen.Ten

slotte verhuisden ze naar Zwartendijk .

Petroleum en ijs enz verkocht Sientje Pek . Sientje liep mank doordat ze vroeger eens in een stop naald had getrapt en die had haar best veel problemen gegeven.Dan weer een buurtje en dan de Snackbar van Greebe ( later Hannes Half met haar moeder, en Janus Oliepolie ?) zus Miep en broer Berend) ,Melkboer Gerrit Wijker daarnaast een huizenrij en Cafe Zwart op de hoek Emmastraat… dan :

de Emmastraat en op de hoek het huis van De Bels,Daarna kwam er een huizenrij en duinen tot de kolonie’s.Er waren op het stuk na de Bels dennetjes en er liep

een ” zwarte pad” van de Julianastraat naar de kolonie St. Jozef en kwam uit bij de tandarts of arts op de Watertorenweg. Het was heerlijk om dat stuk te

lopen.Allemaal grote dennen en vogels en mooie natuur om je heen .Daar ging pa zondags altijd met ons wandelen en we vonden daar altijd toffies van de kaboutertjes.Midden in de straat stond een huis met een vijvertje ervoor.Daar woonde iemand die een aparte functie had bij PWN denk ik.Een beetje een sprookjesbos voor kleine kinderen was het.

Het pleintje van Jaap Mul lijkt nu zo klein, vroeger was het ons hele hebben

en houden van de buurkinderen en wat was het er gezellig.Overdag speelden alle kinderen hier op dit hoekje. ’s Avonds gingen we rondjes hardlopen .”Het blokkie” was rond Dorresteijn en Henkie Nars. Soms gingen we bij de vuurtoren spelen , maar altijd met alle buurkinderen. Henkie Nars had een fiestenmakerij en verhuurde fietsen.Henk kwam altijd bij pa zijn vreugde en verdriet vertellen.Henk kreeg later een zoontje ook een Henkie.

De muur van Engel van de Plas was een blinde muur met een klein raampje boven in.Daar schudde Neeltje in de ochtend haar beddengoed uit,We gebruikten die muur om te voetballen en schoten dan tegen de muur. Dat moet voor de mensen een heel vervelende gewaarwording zijn geweest. Soms kwamen ze ook naar ons toe om te vragen of we ergens anders konden gaan ballen. Op een ochtend ging ik naar school en liep langs het Achterom en daar lag een horloge op de grond. Ik raapte het op en omdat ik al laat was liep ik gauw door naar de school . Nooit meer aan dat horloge gedacht. Ik ging op school in Heiloo. Toen ik ’s middags thuis kwam liet ik mijn moeder zien dat ik een horloge had gevonden. Het was in het hele dorp al bekend dat Neeltje v.d. Plas haar horloge kwijt was natuurlijk en ik had hem gewoon in mijn schooltassie meegenomen. Neeltje was erg blij dat ze het weer terug had. Het was heerlijk om in onze achtertuin een stukje met de achterplaats van Engel v.d. Plas te zijn verbonden.We roken de geur van koeien of paarden, hooi, natuur.Zalig.

De Julianastraat begon bij de Voorstraat.Daar had je raan de rechterkant een deftig huis staan, het huis van de dominee, links aan de overkant op de hoek in de Julianastraat daar woonde fam.Kees Kok ( later Arie en Alie Kok. ) Naast de fam .

Kok was een klein huisje en daar woonde “opoe “in, De achternaam weet ik niet, maar ik bracht er iedere zaterdag een pannetje soep voor het weekend. Moe kookte liters soep en wij brachten dat rond in kleine pannetjes o.a naar Anne van Mietje die met Wimmie Kook getrouwd was en Opoe de Munk .Zieken . Naast het huisje was een padje en daar aan het einde stond het paard van Arie Kok. Dan kwam het parochiehuis van de O.K.Kerk.Daar speelde we altijd, want daar was de straat wat breder en de deur was perfect als doel bij voetballen. Co , een zus , leerde in de O.K. Kerk fietsen op de fiets van het dochtertje van de pastoor. We gingen met de  buurkinderen de psalmen leren .1 x Per jaar moesten ze die opzeggen als een soort examen en ze kregen dan een ontbijtkoekje .Het was in Egmond altijd groot feest als er ” aannemen” was in de OK kerk.

Maartje Wijker kwam iedere week een avondje bij ons .Haar broer maakte mooie houtsnijwerk wat in de OK kerk hangt.

Onze slagerij was altijd op zondagochtend geopend in de zomer om de mensen de gelegenheid te geven hun zondagse vlees te laten snijden met de vleesmachine.

Het was altijd erg gezellig in de winkel.We waren een van de eerste die een  telefoon hadden. Daarom kwamen de mensen bij ons bellen en als er iemand een afspraak had in het ziekenhuis om een arts te bezoeken of een opname verwachtte, dan werd er via onze telefoon afspraken gemaakt en vertelde de mensen gelijk wat er aan de hand was.De postman “” Gerrit “”  de Graaf kwam ook dagelijks een koppie doen. Er was altijd wel iets van de post. Hij kwam 2x per dag met post langs de huizen. Er zijn zo heel wat buitenlandse brieven via Gerrit bij ons thuis gekomen.Van Piet uit Indonesië, tante zuster Hermenegilda uit Aruba, Bonaire en Curacao, van Co uit America, van tante Marie en Riet uit Frankrijk. — In de RK kerk had je op 7 jarige leeftijd de 1e ( klein aannemen) en later de vernieuwing van de doopbelofte ( groot aannemen) .Toen ik mijn kleine aannemen deed kwam er iemand van de familie Ruigewaard ook feliciteren en ik kreeg een bal en een plak chocolade van haar van van Dungen.Ik kreeg ook een fruitmand dat weet ik ook nog .Een heel klein mooi kerkboekje , wit met een half bolle kaftje waarop een afbeelding stond. en waar de lettergrepen met een streepje in stonden Zo stond er b.v Je- zus komt bin-nen .. en ik maar wachten op me zus……………….Een rozenkransje in een dopje kreeg ik ook.Door de geweldige buurkinderen ben ik ook erg gaan houden van de OK kerk.Ik heb ook een eigen stukje website over de Ok kerk.De OK kerk van Derp hoort bij me leven.Ik ga er nog wel eens naar toe, in deze zomer is hij open en dat is geweldig om er even binnen te kunnen gaan.Het brengt me even terug in de sfeer en het fijne gevoel van vroeger, vertrouwd en hier hoor Ik bij,… Het geluid van het klepeltje kan ik in me dromen horen.De winkeltjes eromheen zijn bekende pandjes.Vroeger was er een hoge blauwe stoep voor de deur en keek je naar de kruideniers winkel van ………..(Gruijter ?) Wesseling was er naast .Het is allemaal zo vertrouwd. Als het feest was kregen we i.p.v limonade een flesje JOY.Snoep kregen we bijna nooit. Zondags ging ons zondagsgeld meteen naar Sientje Pek .We spaarden ook nog …. Op school kon je zegeltjes kopen op maandag en die plakte je in een boekje . Als het boekje vol was dan hing het van de soort zegeltjes af hoeveel er naar de spaarbank ging. Je had zegeltjes van 5, 10 en 25 cent denk ik. Er stonden , insekten op geloof ik.

.

Piet was de oudste en daardoor moeders rechterhand. Als klein joch al kreeg hij een fietsje en moest in Alkmaar boodschappen doen.

Een van de boodschappen was om met een grote doos naar de firma Lind te gaan.Hij wist niet wat er in de dozen zat.Later vertelden men hem dat daar de pruik van Ome Willem in zat. Ome Willem woonde bij ons thuis” In “.Hij was de broer van mijn moeder. Hij was als jonge man bij mijn moeder komen wonen en werkte in de slagerij. Hij zat op ” zee ” en eens waren ze bij Rusland en heeft hij een soort infectie opgelopen waardoor hij kaal werd. Hij droeg dus een pruik en Piet moest soms naar de firma Lind om een doos weg te brengen of te halen .Daar bleek dan de pruik van ome Willem in te zitten. ,Willem ging op de boot de “Corry” als kok meevaren met een aantal Derpers, o.a Wimmie Kook In de oorlog waren de mannen niet allemaal terug van een reis, toen hun boot gebombadeerd werd door de Engelsen. Per ongeluk natuurlijk. Ze werden gewaarschuwd dat er een bombardement zou zijn .Een van de mannen had een radiootje aan boord. Toen ze vliegtuigen zagen aankomen, ging Willem even terug om de radio voor die man te pakken en meteen was er een voltreffer en werd de boot de zee in geboord. Een aantal mannen zijn door een schip in veiligheid gebracht , maar Willem was weg.

Na de oorlog kwamen een paar mannen terug en opa Brouwer liep iedere  dag naar de Hoef om op de kruising te wachten op zijn zoon . Wimmie Kook was terug in derp, en opa dacht dat Willem ook wel zou komen. Maar ze hebben hem toen toch vertelt dat Willem dood was.Het trieste was dat opa de enige man in de familie was die een zoon had, alle andere Brouwerdjes hadden alleen dochters .Daarmee stierf de tak Brouwer uit.

Gre Eelting was de dochter van Annie Eelting-Loos die een kruidenierswinkel had aan onze kant van de straat. Achter de slagerij ( nummer 4) was een dalletje met 2 kleine huisjes erop en dan kwam de rij kleine vissers huisjes aan 2 kanten van de weg .De Noorderberg  en de Oosterberg. Annie Eelting woonde op het hoekje van de Julianastraat en na de 1e Oosterbergstraat. Het was een klein pandje wat Annie met haar dochters Riet en Ans bemanden.Erg gezellig winkeltje.Annie had in Egmond heel wat mede kruideniers. In de Bergstraat was er al een, dan de boterton naast de O.K. kerk in de Noorderstraat, Jopie Susu, Maartje Kikker,de

Spar,de Vivo.Naast Het was best wel knap van pa om in Egmond te durven beginnen.Daar waren al een aantal slagers. De slagers die ik heb gekend zijn Bult, Piet de Munck ( Noorderstraat), Lampe ,Bernard Komen, Overpelt.

Piet de Munck ging later in de straat die liep naar de St.Jozef wonen en ging wonen in huize : “Hendrika Maria”.) Hoewel hij een behoorlijke concurrent was geweest van pa hebben we latere jaren erg veel zorg

gehad om de oudjes van de Munck. Huize Hendrika Maria van de fam. de Munk in de Prins Hendrikstraat. Ze hadden 2 zonen Piet en Bernard. Piet de Munck jr.was een banketbakker en woonde in Amsterdam. Zoon Bernard was priester . Opoe de Munck werd erg slecht ziend, maar bleef kousen en sokken breien voor ons gezin. Wij deden als kind iedere zaterdag de boodschappen voor haar en zorgden dat alles in orde was.Iedere dag gingen we even langs om te kijken of we nog steken die gevallen waren moesten opnemen of dat er iets gehaald moest worden. Piet de Munck kon bijna niet meer lopen. Het was erg eng als je zag hoe Piet de Munk met een briket stond te rommelen om hem in het potkacheltje te krijgen. Het mag een wonder heten dat er nooit iets is gebeurt met de oudjes.Opeens waren ze verdwenen naar Velddriel.Daar woonden ze in een bejaardenhuis en waren er erg gelukkig.

1 Broer van Maartje was beeldhouwer.

Er was nog een vrouw die altijd op maandagavond bij ons kwam Maartje Wijker. De zus van de beeldhouwer. Maartje kwam ook handwerken en was een erg gezellige vrouw. Zij woonde in Huize St.Agnes. Daar woonde ook Miep Stikvoort. Miep werkte  in de keuken en kwam vaak even een koppie halen.Ze was de dochter van de bekende Koos Stikvoort uit Alkmaar.Toen St.Agnes werd opgeheven is Miep in Bergen gaan werken en is daar pas in de jaren 2000/- overleden op hoge leeftijd .Een zeer lieve vrouw.De zusters van de Jozefkolonie en St.Agnes waren van dezelfde orde n.l. de Kleine Zusters van de H. Jozeph uit Heerlen .

Zuster Everesta het hoofd in St.jozef was 1.65 meter, maar had de touwtjes goed in handen zei ze altijd.Zuster Camiliana stond in St.Agnes in de

keuken.zr.Irmgard was ook een zuster van deze orde.De zusters verzorgde veel o.a als we te bedevaart gingen naar Heiloo.Als bruidje mocht je met de bus mee. je had dan een ronde korf/ mandje met een hengsel waar je strooigoed in had. Geen sinterklaas moppen , maar kleine rondjes papier, later werden dat bloemen .Die mocht je op de paden van het park in Heiloo strooien als je in de processie liep.Sommige liepen naar Heiloo over de Zeeweg.Je kon toen nog vlak bij het kerkje over een spoorrails gaan. Er waren een stuk of 5 restaurantjes en verkoopplaatsen waar je je geld kon uitgeven aan een flessie ” prik”.Later ben ik in Heiloo getrouwd , het was een hele belevenis om naar Heiloo te gaan .

We hadden in Egmond heel wat kolonie’s en andere grote gebouwen waar meerdere mensen woonden. Er was daarom een verdeling voor de leverantie van vlees. We moesten s’morgens al vroeg “klanten vragen “. De ene maand St. Jozef en St. Agnes en de andere maand De pastorie en de Prins Hendrik. Dan nog alle hotels en pensions . Het was een hele klus.

Later gingen we wonen in het Achterom op nummer 9.Arie ging toen in de slagerij wonen. Pa lag in het ziekenhuis en had dikkedarmkanker, hij ging uit de Julianastraat naar het ziekenhuis en toen hij thuis kwam moest hij naar het Achterom .Dat was even een tegenvaller.

Het Achterom liep van Engel v.d Plas tot Piet van Aad.

Daarnaast aan de rechterkant was de bioscoop entree van Piet de Wit.

De Vergulde Valk was cafe, bioscoop , buiten achter op de parkeerplaats was

het domein van de schietvereniging.

Huisjes van o.a Burt Schong achter het Achterom

Bij de voordeur is nog steeds het “stoepie” Ik zat in de verpleging in Zaandam.Op een keer had ik het weekend vrij en in die tijd had ik ‘kennis”aan een jongen uit Egmond.We hadden zaterdags een feestje en ik kwam laat naar Egmond met mijn weekendtas.Toen we bij de voordeur kwamen zetten ik me koffertje even neer en nam afscheid van de jongeman en liep naar boven. De volgende ochtend zocht ik mijn koffertje en toen bleek dat ik die nog buiten had laten staan.Dat kon in Egmond allemaal rustig. Niemand zou het in zijn hoofd halen om jou koffertje mee te nemen.

Ik vloog naar beneden en daar stond me koffertje met me hele hebben en houwen nog alsof hij pas neer gezet was. Buurman en buurvrouw Visser waren schatten van mensen.Ze hadden 1 zoon in huis Kobus een fijne buurman ook zijn zus jannie en nog een broer was er Arie.Naast Visser kon je de noord in lopen en meteen achter onze huisjes was een klein straatje daar woonde Burt Schong de Visboer. Burt had een viskar en ging langs de weg.Zijn voorkant  keek uit   op de tuintjes van ons.

Als je verder keek was er de boerderij van Piet van Aad.( Zwart)

De Voorstraat met rechts de boerderij van Tinus Genet. Er waren 13 kleine Genetjes.

Martinus verdiende zijn brood met schelpenvissen en brandstofhandelaar.Later werd hij bollenkweker.Naast Genet stond St.Agnes dat is in 1974 verdwenen . Het huis werd ge exploiteerd door de Kleine zusters van de H. Josef uit Heerlen.Na 22 jaar zijn ze naar de Rooseveltstraat vertrokken.Op de plek waar St.Agnes stond kwam toen een postkantoor , VVV kantoor en in 1982 14 gestapelde woningen. Opoe Genet ( Jans van de Pol) kocht zich in toen Huize St.Agnes begin in de Voorstraat voor 11 gulden .Antje Krelis,( Krelis de Jong) was de 2e bewoonster.Naast St.Agnes staat de Hervormde kerk , Deze werd gebouwd in 1746 in wat toen het Oosteinde van het dorp was.

De ANDERE KANT VAN DE VOORSTRAAT:

Tegenover Genet stond het huis van de familie Martinus Wijker.Rijer Wijker was een bekende man in Egmond omdat hij vrachtrijder was.

– Vroeger voor de oorlog trokken 2 paarden de karrevracht. In de oorlog werd de pas gekochte auto door de duitsers geconfisceerd.Na de bevrijding wist Rijer Wijker hem terug te krijgen.Aafje Wijker was  de ” knecht “van haar vader.

Zijn vader , Albertus Wijker was ook al in het vervoer.Vader en grootvader Wijker doken ook samen , ze hebben ook naar de Lutine , het bij Terschelling vergane schip gedoken , en met succes. Naast Wijker woonde een oom van de familie ,ook Rijer Wijker.Dat huis maakte ruimte voor de Spar.Naast de Spar staat het huis van Eeltink , van Ria die met Rienie Voets trouwde, vader Dries Eeltink was voor de oorlog schelpenvisser en had een landje in de duinen.De schelpen gingen naar de kalkovens in de Egmonder Meer. Naaste buur was de familie Heere, en dan was er het Spekhokkie, daar werden dronkelappen opgeborgen .Waar nu het busstation is was vroeger een kleuterschool , maar de NACO kreeg daar zijn busstation .Inmiddels zijn daar een snackbar en een boekwinkel gekomen.

– De Voorstraat vanaf Tinus Genet. Vanaf de Vergulde Valk naar het strand.

Familie Genet.De stamboom Genet begint voor ons in Belgie. Charles Genet trouwt

met de weduwe van zijn broer Nicolas Genet.

Zondags kregen we een echte koek. Door de week een “kaagie”(

biskwietje ) , maar op zondag kregen we een echte gevuld koek . Zaterdagavond kwam bakker Burger uit Egmond aan den Hoef om een uur of 8 altijd een zak verse koeken brengen voor de zondag.In Egmond zelf haalden we altijd alles als er een feestdag was zoals het Paas- of, Kerstfeest.We hadden in Egmond natuurlijk een aantal bakkers waar we door de week naartoe gingen om brood etc. te halen.Bakker de Wit.Jan van Niekerk,v.d Schinkel,soms helemaal naar de hoek bij de P.H .Stichting naar bakker Wijn.In de vasten kregen we niets.We hadden wel een vastentrommeltje maar er zat bijna nooit iets in omdat het er gewoon niet was. maar op paas zaterdag kregen we om 13 uur een netje met paaseitjes . Witte en roze suiker ballen in de vorm van een ei. Mierzoet natuurlijk, maar geweldig voor ons.Mijn moeder bakte zelf brood als er hoogtijfeestdagen waren.Ze had een heerlijk recept en met de paas aten we dan ook brood waar vruchten in zaten, noten enz. Moeder kookte verrukkelijk. Zondags ging ze naar de vroege mis en dan als iedereen naar de kerk was ging ze koken. Ze maakte op zondag bij voorkeur tomatensoep met ballen en ik mocht altijd de balletjes draaien . We waren thuis al met veel mensen maar zondag kwamen de verkerings en waren we gauw met 15 – 17 mensen aan tafel. We aten altijd warm om half 1.Dan was de winkel gesloten tot half 2. En op de zondag waren ze dan vrij in de middag.Allen in de winter, in de zomer was de winkel open om vlees te laten snijden.De jongste kregen na het eten zakgeld 10 cent als je onder de 7 was en later werd het een kwartje. Het brandde in je hand natuurlijk en je ging zo gauw mogelijk naar Sientje Pek om er een “bakkus vollus “voor te kopen een zwart met witte tof . Later kwam er een Jamin winkel en dat werd een behoorlijke  mededinger  voor Sientje .Soms deden de 3 jongste het geld bij elkaar en vroegen we me moeder om bij CJamin voor ons een een zakje te kopen met lekkers.

Naast het    o. k. parochiehuis woonde “Black” Zwart.Onze buurkinderen: Piet, Nel,Jan ,Cornelia en Wilma, geweldige buurkinderen waren het.Opoe Schreuder was de moeder van mevrouw Zwart , iedereen was gek op opoe Schreuder.Ze woonde in de Bergstraat naast Dorresteijn. Een schattige lieve vrouw. We konden uren samen spelen op het pleintje van Jaap Mul wat tegenover hun huis stond.Daar woonde Jannie en Nelleke Mul met hun ouders.Daarvoor woonde fam. Blauwboer daar. Ik weet dat ze een piano hadden.De zoon , de heer Ab Blauwboer ” zat ” later op het gemeentehuis. Hij kon prachtig pianospelen. Buurvrouw Blauwboer was een hele mooie lieve vrouw. De buurkinderen waren Oud Katholiek en wij R.K maar dat was geen enkel probleem, we leerden van hun de “Passie” door ze te overhoren.1 x per jaar was het druk op de buurt en had iedereen stress omdat de o k kinderen de passie moesten opzeggen. Ze moesten naar de ” leering ” en zondagsschool vertelden ze . Wij mochten bij buurvrouw Zwart TV kijken naar Dappere DODO en Kees op zaterdagmiddag voor 10 cent. Ze waren de 1e die TV hadden in de straat en alle kinderen mochten komen kijken op zaterdag . Schoenen uit en stil zitten. Daar was ook Carla Duin die naast Black woonden.Carla was de dochter van Bart Duin en buurvrouw Aaf Duin. Jaap en Luuk waren de 2 zonen en Carla kwam er achteraan.Bart Duin was de groenteboer.Bart was langs de weg en naar de veiling en buurvrouw en de zonen waren in de winkel.Carla was ook een van de buurkinderen dus.Daar hoorde ook Gre Eelting bij en Arjan Broek . Naast Bart Duin stond een huis waar een kruidenier in woonden: Buter een levensmiddelen winkel .Eerst een huis en de winkel er aan vast. Buter had achter zijn huis een klein schuurtje waar hij wat spullen had staan en daarin had hij een vloertje gelegd van losse stenen. Aan dat schuurtje was onze tuin en daar was een konijnenhokkie. De konijnen gingen graven en kwamen bij de buurman in zijn schuurtje uit.Daar lag de hele Vloer overhoop. Huis van Piet van de Pol.( Bertus Broek) Daarna kocht Piet van de Pol het en werd het een cafe, waar de zeemans vrouwen s’morgens een half 11-ie gingen halen met elkaar. Tegenover het cafe was ons huis en wij hadden een dubbele automatiek waar je kroketten en gebak uit kon halen. Achter de automatiek hoorde je hele verhalen van de Egmondse mensen. Na Piet v.d Pol kwam Bertus Broek erin met zijn vrouw Gre. Ze kregen een zoon, Arjan een erg leuke jongen. Piet Konijn nam het vanBertus over. Dan kwam de Bergstraat en kreeg je Dorresteijn. In 1937/38 kwam daar meneer Dorresteijn uit Alkmaar winkelen. Meneer Dorresteijn kwam erg vaak bij ons om met de jongens te kaarten.Er waren 2 Egmondse meisjes in de winkel Annie( van de Watertorenweg) en Lena ( Gouda)? . Na Dorresteijn kwam meneer en mevrouw van Trigt er in wonen met Elsje, Quirien,Wilma en Rita. Daar werkte ome Jan . Jaren heeft de man overal in Derp de vloerbedekking neergelegd.Kees Baltus heeft er ook jaren gewerkt.De familie van Trigt verhuisde later naar de hoek van de Voorstraat. Na de familie van Trigt werd de zaak overgenomen door Wim Dorresteijn . Een familielid van de oude heer Dorresteijn , die in Alkmaar nog steeds zelf ook een zaak had.

Het huis van Dorresteijn met er aan vast een magazijn en dan het huis van opoe Schreuder.Daar tegenover woonde Agie en Dirkbuur Prins. We zorgden altijd voor Op zondag avond kwamen ze vaak een koppie drinken en steevast om 10 uur zei Dirk : “Aagie we gaan weer “, Iets voorbij deze huisjes, aan de rechterkant, woonde Henkie Nars ( Eeltink) een fietsen maker.En dan kon je een stukje omhoog klimmen naar de van Speijckstraat . Nog even verder was een kruideniers winkel van Siem Blok..De Bergstraat is nog altijd de straat waar ik ” thuis ” kom als ik in Egmond ben.

   Een van mijn mooiste herinneringen is de familie Hopman.

Familie Hopman woonde op de hoek van de Wilhelminastraat en de
Watertorenweg.Een geweldige familie.Er waren grote en kleine kinderen in
huis.Ik hoorde bij de leeftijd van Annie, Anda, Adri en Dora.Anda was mijn
vriendin en ik heb nooit meer een vriendin gehad waar ik zo mee heb gelachen en gespeeld als met haar. We konden uren knikkeren, touwtje springen van alles. Schuin tegenover het woonhuis was een klein stukje bos. Daar speelden we me Afke en Tineke Zendveld, Riet en Marijke van Duin, in die tijd was Juffrouw Gerlach de onderwijzeres en haar zonen Paul en Hans en Anke waren ook van de partij. Ook een buurtje dus zoals in de Julianastraat.Ik was er graag bij de Hopmannetjes. Een hele lieve moeder die altijd thuis was en hartelijke kinderen.
Later zijn ze in de Duinstraat gaan wonen, ik ging toen in heiloo naar de lagere school en daardoor werd het contact wat minder.Jammer was dat.Maar toevallig hadden Anda en ik dezelfde huisarts in Alkmaar , Dokter Heeremans. Zo spraken we elkaar zo nu en dan.

Anda Hopman was een van mijn liefste vriendinnetjes. Vaak mocht ik mee naar hun huis op de hoek Watertorenweg / Wilhelminastraat. Anda had een paar zusjes. Een was Annie, die bij de jeugdbeweging van de R K kerk zich inzette  met Annemarie Wesseling om ons leuke dingen te leren maken met o.a pitriet. Dora was een jaar jonger en was ook vriendin met Carla Duin Daardoor kwam die ook vaak op ons buurtje spelen. Schatten van meisjes waren het.Maar wat helemaal geweldig was waren de jongere broertjes die zij hadden .Ik was thuis de jongste en was helemaal weg van de kleine Hopmannetjes. Boven Anda was Adri , een hele fijne jongen die ik later in Heiloo weer tegen kwam tot mijn grote geluk.Adri trouwde met Ditty ,Een gouden stel.
We kregen ook geld om naar de bioscoop te gaan in het parochiehuis van de kerk .Daar draaide in de winter s’middags een film voor de jeugd. Meestal de Dikke en de Dunne.Maar voor 25 cent hadden we een feestmiddag en de familieleden hadden even een tijdje rust.De R K kerk had veel voor de jeugd. Ook was er op maandagavond een samenkomst van leeftijdgenoten en maakte we handvaardige dingetjes Pitriet b.v. Dat werd door Annie Hopman en Annemarie Wesseling vakkundig geleerd. Op woensdag kregen we een kwartje en mocht je een uur fietsen
op een huurfietsje van Henkie Nars. We hadden thuis wel een fiets, maar die was van de slagerij om pakjes mee rond te brengen.Die eeuwige pakjes …De hotels belde om 3 plakken ham voor een gast die daar kwam eten en als je het afgaf belde ze al weer omdat er nog een of 2 eters waren. Wat een horror iedere dag.Er waren er heel wat die tussen de middag eters kregen.Op een dag was het ook weer zo en toen is er een vliegtuig in de zee gestort.” De bonte koe” was de naam .Later vonden ze nog van alles van dat vliegtuig langs de vloedlijn.  Derp was een paradijs om te wonen als kind.Zomer en winter iedere dag gingen we even naar de ” Werf ” zelfs als het vroor dat het kraakte en we kwamen van dansles uit Alkmaar op de fiets dan gingen we eerst naar de werf voor we naar huis gingen.
De jongens van dansles schrokken wel eens als ze vroegen of ze je naar huis
mochten brengen en je zei dat je naar Derp moest , toch waren er wel die dan echt meegingen tot de werf.Een paar vrienden deden dat en gingen dan samen weer terug .Maar na een paar keer werd het in de winter toch te koud. Er zijn geen huwelijken uit voort gekomen.!!!! Later toen ik hoofd was op de afdeling MP2 van de knippers en oorziekten in het Elisabeth Ziekenhuis te Alkmaar, kwam er een keer een man die met mij op dansles had gezeten en me wel eens naar derp had gebracht.Het was erg leuk om er samen nog eens over te praten natuurlijk.

Sommige hotels in Egmond hadden we ook in de klandiezie. Ten Anker, Bellevue, De Kim ,Mare Liberum, Golfzang,Pension Karels,Zeezicht.We hadden een brommer een Berini en als je 16 was werd je erop gezet en je kon ook pakjes wegbrengen, daarvoor deed je het per fiets.Die berini was best wel een zwaar meubelstuk, je had n.l. ook nog een grote mand   voorop.Ik moest ook iedere week de “buitenwijk ” vragen dan gingen we o.a naar Egmond Binnen . Daar had je in het begin als je vanaf Egmond aan den de Hoef het dorp Egmond Binnen inging familie van de
Berg wonen.Onderwijzeres was de vrouw en in die bocht ben ik wel meer keren uitgegleden met de brommer .Vooral in de herfst als er nat blad op de weg lag.Wat een ellende was dat. We hebben allemaal hard meegewerkt in de winkel.

Pa was een schitterende man. Omdat ik  de jongste was heb ik erg leuke
herinneringen aan hem. Hij had meer tijd voor mij dan voor de anderen omdat hij toen uit de winkel was. Als ik uit school kwam toen ik 13/14 jaar was dronken we samen een koppie en pa vertelde graag over zijn “jonge ” tijd op het woud. Als ik s’ middags vroeg thuis was gingen we fietsen en de weg naar Castricum door de duinen was.Iedere bocht had wel een verhaal.Over de oorlog,een uitkijktoren die er gestaan had, maar ook over de beesten die er liepen. Naar ” het Woud ” gingen we ook vaak en dan naar Bergen en Schoorl.Pa was erg ziek geweest en had kanker aan de dikke darm , maar hij knapte weer op en zodoende hadden we veel tijd om samen door te brengen.Toen ik 17 was ging ik naar Zaandam in de verpleging.Voor dag en nacht.Ik vond het vreselijk om van Egmond weg te gaan. Ik verdiende 67 gulden per maand.Als de kost , inwoning en was kosten er af
gingen hield ik 40 gulden over.Een enkele reis naar Alkmaar vanuit Zaandam kostte fl.2.50 en de bus 0,70 cent.Ik hield net geld over om voor moeder iets mee te nemen een bloemetje of lekkers, nylons te kopen en te sparen om iedereen met sinterklaas iets te geven. En zaterdag om 13.00 uur was ik vrij en vloog dan naar huis.Zondagavond om 8 uur bracht moeder me weer naar de bus in de winter, als het goed weer was kwam en ging ik op de brommer .Een NSU had ik, omdat ik dan zondagnacht thuis kon slapen en dan telde de maandag nog voor dat ik thuis was.Dat ik om 6 uur op moest en om half 9 in Zaandam moest zijn dat gaf niet . Ik was nog thuis. Woensdag ging de week door midden en vrijdag dacht ik morgen ga ik naar huis.Zo kwam ik de week door .Ik leefde doorlopend met de
gedachte als ik maar weer in Egmond ben. Na 3 jaar werd dat minder. maar ik ben toen wel naar Alkmaar gegaan om daar de “KRAAM “te halen.Ik werd in juli 19 toen vader in mei overleed. Dat was en nare tijd . Sjaak zat in militaire dienst en ik in de verpleging. Dat betekende dat moeder de hele week alleen zou zijn.
Omdat Sjaak de weekenden thuis kwam ben ik toen de weekenden zoveel mogelijk gaan werken en probeerde door de week thuis te zijn.Zo had moeder ook iets om naar uit te kijken Als Sjaak zondags weer weg ging , keek ze uit naar de dinsdag want dan kwam ik thuis en woensdag avond ging ik weer , maar dan kwam Sjaak weer
op vrijdagavond thuis.Met moeder heb ik een hele fijne tijd gehad,we gingen altijd even naar het kerkhof lopen als ik thuis was en liepen dan naar de werf en haalde bij v.d. Schinkel een gebakkie en gingen dan thuis lekker smullen.