Kapel 2
Kijk ook op www.hermaout.nl
GA naar : http://www.hermaout.nl/index2_004.htm
1. Geschiedenis kleine kapel
of:
2.Koren
3 Kosters
5 Tuinmannen
6 Uitputtend ( vrijwilligersblad)
7 Het verhaal over het Mozaïk van de heer Jan Groot

Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
HEILOO – Onze lieve Vrouw ter Nood heeft een lange en roerige geschiedenis als pelgrimsplaats en bedevaartsoord. Maria zou dit plekje in het heilige bos zelf hebben uitgekozen.
Op de heuvel bij de als geneeskrachtig beschouwde waterput Runxputte werd hier in 1409 een kapel gebouwd, gewijd aan Maria. Er is een rekening gevonden aan de
“ vicaris van de kapel “ .
–
——————
——————
De naam: :” Onze Lieve Vrouw ter Nood” .. daarmee wordt bedoelt “ de nood der mensen “ zodat de titel betekent: : Onze Lieve vrouw hulp in onze nood” .
Volgens de overlevering had koeienhoeder Nelis enige tijd eerder in het gehucht Runxputte een houten beeldje van Maria gevonden en mee naar huis genomen. De volgende dag zou het beeldje weer op haar oorspronkelijke vindplek hebben gelegen.
Tegelijkertijd verscheen het Mariabeeld in een visioen aan een rijke koopman uit Alkmaar, die per zeilschip over verre zeeën voer, beladen met zijn koopwaar. Tijdens één van zijn reizen dobberde zijn schip dagenlang stuurloos op zee, omdat de wind het af liet weten. De koopman dreigde samen met zijn bemanning te verhongeren. Toen de nood het hoogst was, droomde hij van het beeldje van Nelis, zonder het vooraf ooit te hebben gezien. Het Mariabeeld sprak tot hem de woorden: ,, Als ge mij gaat eren, zal de wind gaan keren,.” Waarna een gunstige wind aanwakkerde en het schip veilig huiswaarts kon keren.
De heer J.Groot maakte een mooi mozaïiek waarin de 3 legendes van kapel verwerkt zijn.
De dankbare koopman schonk bij thuiskomst een aanzienlijk bedrag voor de bouw van een stenen genadekapel, op de plaats waar koeienhoeder Nelis het Mariabeeld had gevonden. Het heiligdom kende al gauw een enorme volkstoeloop van heinde en ver, in de hoop dat hun gebeden verhoord zouden worden. In de nabijheid van het ontstane bedevaartsoord verrezen al snel enkele herbergen, die een graantje meepikten van het populaire oord.
In 1573, tijdens het beleg van Alkmaar, werd de kapel moedwillig verwoest door de Spanjaarden en veranderde daarna in een ruïne .Een brok muur bleef staan. In 1637 werd dit laatste stuk ook omvergehaald. Toch schreef een apostolische Vicaris Jacob de la Torre in 1638 dat de stroom pelgrims bleef aanhouden
De pelgrims bleven echter komen, ondanks strenge verordeningen van de antikatholieke magistraten, en kropen al biddend om de ruïne van het oude kapelletje heen over het zogenaamde Kruippad.( Rondom de huidige kleine- of genade kapel loopt nog steeds een zgn kruippad. Het was een pad waar men boete deed zoals we nu nog zien in St. Jacob de Compostella en Rome bij de Heilige Trap b.v .
Zelfs nadat op last van de Staten van Holland in 1637 de laatste resten van de gesloopte kapel werden geruimd en er voornamelijk verwilderde bosjes en struiken overbleven, bleven er mensen naar de heilige plaats komen. Ook de rand van de waterput Runxputte, waaruit vanaf rond het jaar 1000 spontaan en doorlopend water stroomde, waaraan een geneeskrachtige werking werd toegedicht, werd kapotgeslagen en de put gedempt met zand en grint. De weerbarstige houding van de overheid moedigde het bezoek aan de heilige plek echter alleen maar aan. In 1644 zou volgens Leidse Jezuïeten op deze plek een vrouw op wonderbaarlijke zijn hersteld van een ongeneselijke ziekte.
Toen in 1713 de veepest uitbrak,( er was vee uit Denemarken geïmporteerd) herinnerde men zich plotseling de geneeskrachtige bron van Maria weer. Getroffen boeren trokken met kannen en kruiken naar de bron, die in de nacht van 8 op 9 december( Maria feestdag: Onbevlekte Ontvangnis) van dat jaar weer plotseling begon te stromen. In de hoop dat hun zieke vee na het drinken van het heilzame water zou genezen. Het bedevaartsoort was de jaren daarna voor velen een populaire bestemming. In de volgende decennia werd vanuit de kerkelijke overheid getracht om de bedevaarten en processies in te dammen. Dit leidde in 1830 zelfs tot een verbod, ‘om de misbruik erbij voorvallende, zijnde bijna een boerenkermis geworden’.
Mede door inzet van Gerrit van den Bosch, een margarinefabrikant uit Alkmaar, werd de aandacht aan het begin van de twintigste eeuw weer op deze bijzondere plek gevestigd. Aan het kerkbestuur van Heiloo werd gevraagd om (met financiële steun door Van den Bosch) de plaats te onderzoeken en te kijken of men door opgravingen wellicht iets over haar geschiedenis kon achterhalen. Het verwilderde kreupelhout werd gerooid en op 20 maart 1905 vond men, één meter onder de grond, de met puin, zand en flessen gedempte Runxput terug. De mensen kregen als beloning 100 gulden als ze de put zouden vinden van dhr.v.d. Bosch. Aanvankelijk had men meters gegraven en niets dan een oude sleutel gevonden . Men besloot er mee te stoppen toen iemand een meter van hun plaats af een boom die stralend groeide opmerkte en men zich afvroeg waarom deze boom zo goed groeide. Ze gingen opnieuw graven bij de boom om te zien waar die zijn water vandaan haalde,en toen bleek dat de wortels van de boom in de put stonden . De bron stroomt sinds dat moment onafgebroken. Ook de fundamenten van de verwoeste genadekapel werden gevonden. Het nieuws van de vondsten verspreidde zich en in hetzelfde jaar kwamen pelgrims uit alle windrichtingen wederom naar Onze Lieve Vrouw ter Nood. In 1909 werd een noodkapel gebouwd en in 1913 een noodkerk, die zich er nog altijd bevindt .De noodkerk werd voor fl. 18.800 gebouwd door aannemer Smit uit Alkmaar. In 1960 werd het interieur door rector Knibbeler sterk gewijzigd en onder rector Bertrand aangepast.. Jan Kruisen maakte de kruiswegstaties, Jaap Min, Loek Lafeber en Pieter van Velzen hielpen verder mee om de kapel te verfraaien .
De huidige genadekapel stamt uit 1930 en is, net als de noodkerk, gebouwd naar een ontwerp van Jan Stuyt. Het bevindt zich op de fundamenten van de ooit verwoeste kapel.

Het oorspronkelijke Mariabeeld was na de verwoesting in 1573 spoorloos verdwenen. Het huidige beeld uit 1908 van kunstenaar Hans Mengelberg werd gereconstrueerd aan de hand van een bedevaartspenning, die bewaard was gebleven in het Bisschoppelijk Museum in Haarlem. In het voetstuk zit een stukje rots uit Lourdes gemetseld. Het perronnetje, waar nog altijd de extra treinen voor Onze Lieve Vrouw ter Nood stoppen, werd in 1914 geopend. Sinds 1929 wordt jaarlijks rond de eerste week van augustus het ziekentriduüm gehouden voor zieken, gehandicapten en bejaarden. Iedere eerste zaterdag van de maand is er een speciale bedevaart voor priester roepingen de z.g.n. priesterzaterdag . Om 12 uur een Eucharistie , uitstelling, kruisweg en om 15.00 uur lof die door tientallen mensen bezocht wordt .De Meimaand is de Mariamaand waarin zeer veel bedevaarten gehouden worden. En speciaal de Meimaand - sluitingszondag is beroemd.

Tot aan de dag van vandaag bezoeken mensen Onze Lieve Vrouw ter Nood om te bidden. Anderen zoeken naar rust of hopen verlost te worden van hun angsten.
Door de sluiting van de cafés aan de Kapellaan werd er een gebouw neergezet in het kapelbos ten behoeve van de bedevaartgangers. Het “ Oesdom”, dagelijks kunt u daar van half 11 tot half 5 binnenlopen voor een praatje, drankje en eventueel een lunch.Een gesprek met de rector , zusters of iemand anders is altijd aan te vragen.
Het Oesdom herbert ook een prachtige winkel waar u voor iedere leeftijd wel iets waardevols vind.Op Maandag is het gesloten.
Rondleidingen over de kapellen en de geschiedenis van deze geweldige omgeving kunt u ten alle tijden op aanvraag krijgen .
Info over alles op kapel 072 505 1288
1e kapel (tekening)
Eucharistieviering kl.kapel

Tekening kleine kapel 2 achterwand

In 1909 verschijnt er na ruim 3 eeuwen weer een kapel bij de Runxputte.Na 4 jaar is deze al ontoereikend voor de kerkgangers en in 1913 komt er dan ook een veel grotere noodkerk.Deze biedt plaats aan meer dan 1000 personenOok nu nog gaat deze kerk regelmatig helemaal vol. De aannemer is de heer Smit uit Alkmaar en voor Fl. 18.800 zet hij de kerk neer met de bedoeling dat de heer J. Stuijt een ontwerp maakt om over 50 jaar een basiliek neer te zetten.
Jan Stuijt tekent wel de Genade kapel in 1930 begint men daar aan.Een voorbeeld van meesterschap.De uit natuursteen opgetrokken kapel oogt alsof deze er al eeuwen staat. ( Nivelsteiner steen)
Han Bijvoet maakt de wandschilderingen
–
–

video bedevaart Westfriesland
–
Ain Karim is de naam van de plaats waar Elisabeth woonden.
Pastoor A.F. Suidgeest was een van de initiatiefnemers die bedevaarten organiseerden.Hij regelde ook bedevaarten naar Lourdes, Fatima en Rome.Hij werkte enorm en organiseerde o.a in 1915 een fanfarebedevaart voor de vrede. Hij introduceerde een nieuwe titel voor O.L.Vrouw en noemde Haar: O.L.Vrouw van de Vrede.Toen hij ook nog begon te voorspellen wanneer de oorlog voorbij zou zijn per advertentie in : "De TijD" leverde het hem een reprimande van Mgr. de Graaf op.
Pelgrims 1950 Over broeger:
Op 17 januari wordt de baljuw van Kennemerland naar Oesdom gestuurd. Hij moet onderzoeken hoe schandalig de bedevaartgangers bij de Runxputte zich gedragen. Baljuw Diederik rapporteert dat er inderdaad nog steeds honderden mensen water uit de Runxputte komen halen om daarmee de heersende runderpest te bestrijden.
Maar van wantoestanden is geen sprake.
Diederik vraagt de gereformeerde classis van Alkmaar met enige ironie om een aanbeveling tot nader onderzoek in deze " verschrikkelijke " zaak. Daarmee gooit hij de knuppel in het statelijke hoenderhok. De Heren Staten geven het geval Runxputte nu in handen van de Gecommiteerde Raden. Die hebben binnen 4 weken hun plan van aanpak klaar. Van het heiligdom zal een onheilsplek gemaakt worden .Het Alkmaarse galgenveld dat zich tot dan op het Schermereiland bevond , zal verhuizen naar Oesdom. Ter plekke moet een schandpaal komen voor iedereen die betrapt wordt op kruipen of op het bidden van de Rozenkrans. De godsdienstige dwalers kunnen dan onmiddelijk aan de kaak gesteld worden.Verder dient de plek ,waaromheen een degelijke omheining zal komen, streng te worden bewaakt.Een ieder die de euvele moed heeft om zich binnen die omheining te begeven, loopt het risico van ferme lijfstraf.
TAPVERBOD
De herbergiers van de tot dan toe 5 florerende etablisementen moeten met onmiddelijke ingang een tapverbod krijgen En wee de herbergier die aan een roomse pelgrim onderdak durft te verlenen!!!!
Zijn zaak wordt met de grond gelijk gemaakt. Zonodig wordt de grond onteigend en aan de gereformeerde kerk van Heiloo geschonken. De put moet met puin gedempt worden .Het opborrelende water moet nadat de grond rondom enigzins is afgegraven , blijvend een moeras vormen. "Dat dient de Roomschen tot grote grief .
Uiteindelijk wordt alleen de put gedempt en krijgen de herbergiers te horen dat het verlenen van onderdak aan pelgrims gelijk staat met 6 weken sluiting van hun zaak. De eeuw daarop slaan baljuws herhaaldelijk de verboden processies uiteen.Vooral de Amsterdamse Katholieken blijven provocerend naar Oesdom komen.In 1807 lijkt er een kentering in de kwestie te komen.Door ingrijpen van de Franse besetter komt er wat meer ruimte voor de katholieken. Een processie ter ere van Maria Hemelvaartop 15 augustus wordt toegestaan .Maar als de katholieken na deze vinger ook de hele hand willen hebben,vangen ze BOT een processie op 8 september wordt verboden en een garnizoen soldaat verspert de weg naar de RUNXPUT.


BEDEVAARTEN
Als het jaar daarop de stoutmoedige katholieken zich toch weer verzamelen, staan de soldaten opnieuw klaar. Tot stomme verbazing van hun commandant gaat de stoet nu richting Heiloo om bij de Willibrordusput te bidden.De commandant heeft alleen orders gekregen om een bedevaart naar de Runxput te verhinderen en grijpt daarom niet in
foto A.WestenHet duurt tot 1817 voordat de bedevaarten officieel weer worden toegestaan.Als oud burgemeester Verschuur van Alkmaar enige jaren later de grond om de put koopten, de pelgrims van zijn landgoed weert breken er herhaaldelijk rellen uit.De pelgims kregen een slechte naam en in 1830 verbiedt het bisdom Haarlem zelf de bedevaarten.Het "bloed" of liever gezegd het Runxputtewater stroomt echter waar het niet gaan kan en mensen blijven komen , nu echter in het geheim.

In 1902 weet pastoor GEENEN met behulp van Klaas Ruiter de grond op slinkse wijze aan te kopen.
De Alkmaarse margarinefabrikant GERRIT VAN DEN BOSCH, katholiek in hart en nieren looft in 1905 100 gulden uit voor de vinder van de verdwenen Runxput. Een groep mannen waaronder dhr. Zeeman graven een paar meter diep en vinden niets.

Slechts een oude grote sleutel komen ze tegen…. Dan besluiten ze om te stoppen.Tot een van de mannen ziet dat er een paar stappen van hun af een boom weeldig staat te groeien… Waar haalt die boom zijn water vandaan denkt hij hardop… Ze besluiten om de boom uit te graven en dan zien ze dat deze boom met zijn wortels in de put staat en hebben ze de put gevonden.
Op 14 maart begint en zoektocht en op 20 maart stuit men op de verdwenen bron.
Op 16 juli is er na zeventig jaar weer een bedevaart. Amsterdammers reizen met de tram naar Haarlem en lopen de hele nacht in processie naar de Runxputte. Als de margarinefabrikant er aan herinnert wordt dat de bisschop van Haarlem de bedevaarten heeft verboden schrikt hij er erg van.Monseigneur Callier de bisschop van Haarlem geeft van den Bosch echter alle zegen.Het is tenslotte een periode waarin de katholiek weer uit zijn schulp mag kruipen en dat doen ze met overgaven. Aangemoedigd door de bisschop laat dhr. van den Bosch nog verder graven en nog geen week later stuit men op de fundamenten van de oude kapel die rond 1400 moet zijn gebouwd.De in en in gelukkige van den Bosch laat er een kruis planten en als eerste knielt hij er neer.
Op 16 juli 1905 is er maar een kleine stoet waarin Kees Enke meeloopt.De 90 jarige laat iedereen vol trots weten dat hij ook de laatste bedevaart van 1839 nog heeft meegemaakt.

video kapel
De Bisschoppelijke Commissie in 1917 bestond uit:v.l.n.r. Pastoor de Jong, G. v.d.Bosch, Pater J.A.F.Kronenburg, Deken Ooms, Mgr. Graaf, Architect Jan Stuyt, Archivaris Gonnet.
De heer J.J. Graaf was deken en pastoor te Ouderkerk a.d. Amstel; De zeereerw. pater J.A.F. Kronenburg C.s.s.R. te Roermond; de heer C.J. Gonnet ,archivaris te Haarlem; de heer G.Th. M. van den Bosch te Alkmaar en de heer Jan Stuyt architect te Amsterdam.Pastoor Seuter werd als 6e lid aan de Commissie toegevoegd.
–
–

Mgr. Graaf
De Genadekapel
–
–
video kapel 2
De massa van de Kapel werd eenvoudig en groot gehouden; de muren opgetrokken uit breuksteen (Bentheimer zandsteen) met flinke dikke voegen, zodat ondanks de geringe afmetingen een kloek bouwwerk ontstond.
–
-
—
In de bol onder het kruis zit vaak de papieren en tekeningen van een kerk.Als er iets gebeurt waardoor de kapel vernieteigd wordt dan is dat vaak de veiligste plek om het te behouden.
Als men de stoere achtergevel ziet bekroond met het klokkentorentje, dat geen raamsponningen bezit, doch desondanks fraai is en vol afwisseling door de op speelse wijze gestapelde steenblokken, vol kleurenspel en tegenstelling van grote en kleine stenen, zo fors en toch zo goed geproportioneerd en ook weer met verfijning in het silhouet van het torentje, dan ondergaat men de weldadige werking van een schoonheid, die wars van mode, berust op werkingen en elementen, welke reeds voor eeuwen bekend waren.

De zijgevels vertonen kleine rondboogvensters; men merkt dan dat de architect in ietwat romantiserende vormen zijn schepping voltooide en als men, om de kerk heen lopend, het Atrium betreedt, dan blijkt de rondboog meer te zijn toegepast en de indruk te worden versterkt, dat Stuyts werk verwantschap heeft met Romaanse voorgangers.
Gaat men het kerkje binnen, dan valt de grootte op het eerste gezicht tegen. Het is heel eenvoudig opgelost. Gemetselde bogen, waartussen houten spanten, dragen de gordingen en de beplanking van de kap, zodat het uitwendige een getrouw beeld is van de inwendige ruimte. De muren zijn uit zachte, lichtgele mergelblokken opgetrokken en versierd met een rondboogfries onder de ramen en een lijstwerk bij de aanzet van het dak, dus boven de ramen. Er is geen priesterkoor aangebouwd; slechts door een paar scheidingsmuurtjes werd achter in de Kapel, op tamelijk primitieve wijze een vernauwing gemaakt, waarin het altaar kon staan. Deze zeer bescheiden nis moest de dienst verrichten van de dikwijls rijk geklede “absiden” (enkelvoud absis-uitbouw aan het koor) van de Romaanse kerken. De ruimte die ter weerszijden van deze nis werd uitgespaard wordt als sacristie benut.
Het beeld van Onze Lieve Vrouw ter Nood
—–
Het oorspronkelijke beeld schijnt in de troebele dagen van de Reformatie verloren te zijn geraakt. Het Mariabeeld dat nu in de Genadekapel boven het altaar prijkt, werd vervaardigd naar een oude bedevaartspenning uit de 17e eeuw, die Mgr. J.J. Graaf als bij toeval had ontdekt in het Bisschoppelijk Museum te Haarlem. De medaille toont Maria met het Jezuskind op haar rechterarm. Naast de voeten van Maria rijzen kleine takjes uit de grond, welke te schijnen wijzen op het bos, de grote openluchtkapel, waar Maria nog steeds vereerd werd na de verwoesting van Haar Heiligdom.
Naar deze medaille vervaardigde de Utrechtse beeldhouwer Han Mengelberg van witte zandsteen een Mariabeeld. De voorstelling, uit het begin van de 20e eeuw, vertoont 15e eeuwse trekken en herinnert aan de Utrechts-Keulse School. Het Goddelijk Kind, in profiel zitten op de rechterarm van Maria, slaat Zijn linkerhandje om de hals van Zijn Moeder, die Het liefdevol een appel aanbiedt, als symbool van de overwonnen zonde. Het beeld rust op een leisteen uit de grot van Lourdes, die Bernadette “mijn hemel” noemde.
Het beeld werd geschonken door de Amsterdamse bedevaart en werd op 2 september 1908 op de plaats van de verwoeste kapel geplaatst. De beschildering ervan vond pas in 1923 plaats, in het atelier van de maker.
HET GASTMAAL
Bij O.L.Vrouw ter Nood……even in de hemel kijken.
Het hoofdthema op de wand boven het priesterkoor geeft een voorstelling van het hemels gastmaal weer. Het is als het ware een verwijzing naar het slot van de Parabel van de Bruiloftsgasten, die de evangelisten Mattheus (22,1-14) en Lukas (14, 16-24) ons vertellen in het evangelie.
Maria, die zichzelf de Dienstmaagd des Heren noemt, treedt in het geschilderde tafereel op als de Moeder van de Koningszoon. Zij verwelkomt de gasten en stelt ze voor aan haar Zoon.
Engelen, in dalmatieken gekleed voeren de zaligen door de poort die toegang geeft tot de bloeiende paradijstuinen, na eerst het reinigend water over hun handen uitgegoten te hebben. De gasten worden bekleed met het bruiloftskleed en gekroond met paradijselijke bloemen. Engelen voeren de verlosten verder over de gouden trappen naar de Moeder van de Koning, Die hen leidt in de armen van Haar Zoon.
God de Vader vormt de centrale figuur achter de hemeltafel en heet zijn gasten welkom in een wijds gebaar van liefde. Boven de Vader zweeft om het licht de goede Geest van God.
Op de achtergrond schildert de kunstenaar de vele torens van het Hemelse Jeruzalem.
–
De sacristiemuurtjes
Hier zijn een viertal taferelen geschilderd, ontleend aan de litanie van de H. Maagd Maria:
* Hulp van de Christenen
Maria, de toevlucht van de bange mens, heft zegenend haar goddelijk Kind over de hoogopslaande golven van de levenszee: de legende van O.L.Vrouw ter Nood.

* Maria, Koningin van de vrede
Twee middeleeuwse ridders, waarschijnlijk een Spanjaard en een Hollander, reiken elkaar de hand der verzoening, terwijl het Goddelijk Kind met een speels gebaar het oorlogszwaard in tweeën breekt. Op de achtergrond woedt nog het oorlogsgeweld: de ruïne van de Kapel in vlammen.

* Maria, heil van de zieken
Maria sterkt een zieke, geestelijk en lichamelijk, met het levenskrachtig water uit de fontein der genade, terwijl het Goddelijk Kind de nare dood de deur wijst.
* Maria, toevlucht van de zondaars en troosteres van de bedroefden
Deze schildering ziet u rechts
De zijwanden van de kapel
Langs de zijwanden beeldde de kunstenaar de Blijde Geheimen uit: De Boodschap aan Maria, de geboorte van Christus, de Opdracht in de Tempel en het Terugvinden van Jezus in de Tempel .
Een Droevig Geheim: de Kruisdood en een Glorievol Geheim: de Kroning van Maria in de hemel.
De Boodschap aan Maria
Dit was het eerste tafereel dat Han Bijvoet reeds in 1932 aanbracht op de kapelwand. Het is een van zijn beste werken, misschien wel zijn meesterwerk. Het geheel is een soort van triptiek (drieluik) geworden.
In het middenluik buigt de engel Gabriël zich vol hemelse gratie naar de nederige Maagd van Nazareth (Lukas 1, 26-38)
Op de linkerzijde van Maria Boodschap vinden we een gebeurtenis die in de Schrift vermeld staat (Lukas 1, 39-56) : Maria bezoekt haar nicht Elisabeth, om haar bij te staan in de moeilijke maanden van haar zwangerschap.
Boven de schildering staan de namen van de 4 evangelisten.

Geboorte van Jezus
Op het geboortetafereel vertelt ons de kunstenaar het hele kerstverhaal, zoals wij dat vinden bij Lukas en Mattheus:
· Geboorte van Jezus (Lukas 2, 6-7)
· De aankondiging aan de herders ( Luk. 2, 8-14)
· De aanbidding van de herders (Luk. 2, 15-18)
· De reis der Wijzen-Driekoningen (Matt. 2, 9-10)
· Bezoek van de Wijzen (Matt.2,10-11)
De kunstenaar is ook hier heel kwistig geweest met engelen, herders en personeel van de Oosterse Wijzen (de Driekoningen) . Het wordt een heel levendig verhaal in mooie kleuren: de uitgestoten en verachte herders, die zich niet eens mochten laten zien als getuigen bij een rechtszaak, treden hier in ’t volle licht en worden de eerste getuigen van de ware vrede.
De Wijzen, hier door de legende gekroond tot koningen, brengen hun hulde aan Davids Zoon, een afgehouwen takje van de tronk van Isaï. Maria en het Kind vormen het stralend middelpunt, waardoor ieder van de optredende personen geraakt wordt. Even maakt Maria het gebaar alsof ze haar kleine Heer en Meester kroont….
Erboven staat de tekst: Gloria in Excelcis Deo – Ere aan God in de Hoge.


Opdracht in de tempel
Ook dit blijde geheim vinden we bij Lukas 2, 22-39.
Het Kind Jezus dat op aarde kwam en in doeken werd gewikkeld, wordt ons hier uit de doeken gedaan. Het wordt aan de omstanders getoond en er wordt van Hem gezegd, wat er met Hem zal gebeuren: Hij zal er onder-doorgaan. En Zijn Moeder zal er weet van hebben. Dat stralende moedertje zal Moeder van Smarten worden, O.L.Vr. ter Nood. Haar eigen hart zal door een zwaard worden doorboord.
Jozef biedt de offerpriester het offer van de armen aan: twee tottelduiven.
Achter hem volgt een bemiddeld echtpaar met een lam.
Twee oude mensen, een grijze profeet, Simeon, en Anna, een weduwe van 84 jaar, beleven de gelukkigste dag van hun leven. Simeon mag het Kind in zijn armen nemen en we horen hem vol vertedering de woorden uitspreken: “Mijn ogen hebben Uw heil gezien”. En het heil mag gezien worden.
Hierboven staat de tekst: Een licht tot openbaring aan de heidenen.

Jezus wordt terug gevonden
Ook dit blijde geheim vinden we in het evangelie van Lukas 2, 41-50.
Bij gelegenheid van het Paasfeest ging Jezus, toen Hij twaalf jaar geworden was, met Zijn ouders naar de tempel in Jeruzalem. Toen Maria en Jozef naar Nazareth terugkeerden, bleef Jezus in de tempel achter, zonder dat Zijn ouders het wisten. Pas na drie dagen vonden ze Hem terug, temidden van de disputerende leraren. Maria’s blik ontmoet die van haar Kind: is de Jezus, waarmee ze uit Nazareth kwam nog de Jezus die zij hier vindt?
De tekst erboven luidt: Het ware Licht dat elk mens verlicht.

Jezus sterft aan het kruis.
Dit droevig geheim vinden we in alle vier de evangeliën:
Mattheus 27, 45-56
Marcus 15, 33-41
Lucas 23, 44-49
Johannes 19, 25-37
Jezus hangt stervend aan het kruis op Golgotha, een heuvel buiten de stad.
Naast het kruis staat zijn Moeder, de zuster van Zijn Moeder, Maria, de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Aan de andere kant van het kruis staat de beminde leerling Johannes en een Romeins officier.
De goede moordenaar kijkt berouwvol de stervende aan en de kwade moordenaar wendt zich van Hem af. De sterke moeder staat aan het sterfbed van haar Kind. En wat voor een sterfbed: ’t harde slavenkruis. De lange dag van Zijn dood is bijna voorbij en Maria zegt haar Zoon het “Amen” moederlijk moeilijk na.
De tekst erboven luidt: Stabat Mater Dolorosa juxta crucem lacrimosa = Onder het kruis staat de wenende moeder van Jezus.

Maria’s kroning in de hemel
Bij dit glorievolle geheim weet de kunstenaar niet veel te zeggen. Hier past een eerbiedig zwijgen. De Moeder vindt de Zoon terug en de Zoon zijn Moeder. Lichaam en ziel. De een aan de zijde van de ander. Moeder en Kind, met ziel en lichaam voor eeuwig bij elkaar. Maria is nu thuis. De tijd en de zorgen der mensen bleven op aarde, maar de Moeder zal ze in het licht van haar Goddelijke Kind niet vergeten.
Haat echtgenoot, St. Jozef, Johannes de Doper en zijn ouders Elisabeth en Zacharias kijken eerbiedig toe. Enkele van de tempeltorens van ’t hemels Jeruzalem lijken wel bekend.
De tekst erboven luidt: Ik vond rust in de Heilige Stad.

Begin 2006 zijn alle muurschilderingen, behalve achter het altaar deskundig gerestaureerd.
Schildering deurzijde Kleine Kapel
In 2005 heeft het Stichtingsbestuur via een wedstrijd een opdracht gegeven aan mevr. drs. M. Schobbe, om een muurschildering te maken op de achterwand aan de deurzijde.
Dit vond plaats ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de heropleving van de devotie. De kunstenares heeft de achterwand van het Mariabeeld laten overeenkomen met de grote wand, om één geheel te krijgen. Twee grote engelachtige figuren omlijsten de hemelsblauwe schildering.
Ex Voto kastjesVooraan in de Genadekapel bevinden zich, links en rechts, de “ex voto” (=door gelofte) kastjes. Mensen deden een gelofte, wanneer hun gebed verhoord werd, om een dierbaar geschenk te geven aan Maria. Deze geschenken hangen in deze ex voto kastjes.

Enkele data uit de geschiedenis van O.L.Vrouw ter Nood
1409 Het Utrechtse Domkapittel spreekt in een rekening van een vicaris (rector)van de kapel.
1440 In een leenbrief is er sprake van “Onze Lieve Vrouwe Caepelle in de banne van Heiligeloo”.
1573 Bij het beleg van Alkmaar wordt de kapel verwoest.
1630 Gerrit de Jongh, lid van het Lucasgilde in Alkmaar, schildert een adellijke familie op bedevaart. Op de achtergrond de ruïne van de Kapel. Op de steen rechtsonder staat: “De Capel van Ons Lieve Vrouwe te Runxputte te Heyloe in Oesdom” .
1637 De ruïne wordt op last van de Staten van Holland omver gehaald.
1638 Jacobus de la Torre, apostolisch vicaris, schrijft, dat de bedevaarten blijven toestromen.
1647 Plakkaten worden uitgevaardigd tegen de processies en de plaatselijke herbergen.
1648 Vrede van Munster. De plakkaten worden op 26 september bekrachtigd.
1653 Pater Aegidius Meese s.j. schrijft: pelgrims komen bij stromen.
1656 Atlas Marianus, eerste versie van een Europese Maria-atlas, gepubliceerd door pater Wilhelm Gumppenberg.
O.L.Vrouw ter Nood wordt er aangeduid als O.L.Vrouw van Runxputte. Er is sprake van een wonderbaar beeld en de volhardende verering van de Katholieken.
1658 Pastoor Abeel, pastoor te Alkmaar, verongelukt, als hij midden in de zomer op bedevaart naar Oesdom gaat. Hij reed in een soort sjees. Toen hij gekomen was ter hoogte van Vrieswijk, een boerenhoeve, gelegen halverwege de Heilooër kerk en het Kapelland, brak plotseling de buikriem van het paard. De sjees sloeg achterover en pastoor Abeel smakte met zijn hoofd zo hevig tegen het straatoppervlak, dat hij een schedelbasisfractuur opliep en ter plaatse overleed.
1700 Gravure van Isabella Hertsens: ruïne met vaag gehouden Mariavoorstelling.
1704 Reiskaartje, gedrukt ten dienste van de Heilooër pelgrims, waarop duidelijk de Runxputte, de vijf herbergen en de Kruisberg zijn aangegeven.
1706 Getuigenis van een lid der Reformatie over “het diepe spoor der kruipers”.
1713 Veepest heerst in Noord- en Zuid-Holland. In de nacht van 8-9 december van hetzelfde jaar begon het water van de bron, de Runxputte, op wonderbaarlijke wijze te vloeien. Het water werd als geneesmiddel aan de zieke dieren gegeven.
1714 Wederom plakkaat uitgevaardigd tegen processies, kruisen, vanen, waskaarsen en wat dies meer zij. Adrianus Bijl, predikant te St. Pancras en Guilielmus Vermaten, predikant te Alkmaar, maken een geruchtmakend rapport op.
1723 Gerrit Schoenmaker, lid van de Reformatie, schrijft: “Maria, zich met het Kindeke Jezus op de arm zich zoude vertoond hebben, tussen de muurbrokken”.
1740 Gijsbert Boomkamp (Alkmaars historicus) schrijft over het kruipen en de daar geplaatste offerbus……
1750 Getuigenis van een lid der Reformatie dat deze plaats meer bezoek kreeg dan de Willibrordusput bij het Witte Kerkje van Heiloo. Armenbus geplaatst op “Capelle” voor de “algemene dorpsarmen”.
1751 Jan de Boer, organist van de “Papagaay” in Amsterdam, schrijft op 21 en 22 augustus een processie te hebben gezien van 300 deelnemers, met kruis, vaandel en lofgezangen.
1754 Jan de Boer beschrijft een bedevaart die gold als protestmars tegen de baljuw.
1796 Een reiziger verklaart: Vooral op zaterdag drukke bedevaarten. Een lid van de Reformatie getuigt van bedevaarten vooral op zaterdag voor Hartjesdag (3e maandag in augustus)
1807 Op 15 augustus vindt een openbare processie met vaandels plaats. In Limmen wordt een garnizoen gelegd ter voorkoming van bedevaarten. De aartspriester (deken) Ten Hulscher wordt gevraagd zijn invloed aan te wenden voor het stopzetten der bedevaarten.
1817 Bedevaarten uit Haarlem, Overveen, Akersloot en andere plaatsen. Zaterdag na Maria Tenhemelopneming grote processies met kruis, kaarsen en vlaggen. Het terrein komt in handen van Fontein Verschuir, oud-burgemeester van Alkmaar. Hij laat het terrein afzetten en bewaken door de politie.
1830 De kerkelijke overheid verbiedt het nog langer houden van geleide bedevaarten wegens de talrijke misbruiken.
1886 Missie gehouden in de parochiekerk te Heiloo. Missiepaters sporen de parochianen aan om de oude devotie in ere te herstellen.
1902 Pastoor Geenen van Heiloo koopt via Klaas Ruiter het terrein terug, waar voor 1573 de Kapel heeft gestaan.
1905 Op 20 maart wordt de Runxputte terug gevonden, onder aansporingen van Gerard van den Bosch, fabrikant in Alkmaar, die zeer geïnteresseerd is in deze bedevaartsplaats en enkele dagen later ook de fundamenten van de verwoeste Kapel.
12 juli: Gerard van den Bosch plaatst een kruis met een devotieprentje op de plaats van de verwoeste Kapel. Bij de bouw van de voorlopige Genadekapel werd het kruis recht voor de Kapel geplaatst.
16 juli: 1e officiële bedevaart vanuit Amsterdam. De oudste deelnemer, Kees Emke, meer dan 90 jaar oud, had de laatste bedevaart van 1830 nog meegemaakt. Schakel tussen oud en nieuw……
1909 Voorlopige Genadekapel komt gereed.
1912 Om de grote toeloop van pelgrims te kunnen opvangen, wordt er een grote kerktent opgezet, waarin ongeveer 1000 pelgrims een plaats kunnen vinden. Maar in het ene jaar van haar bestaan, woei het gevaarte maar liefst drie keer tegen de grond.
1913 In enkele maanden tijds wordt de grote noodkerk gebouwd voor de duur van 50 jaar, maar zij staat er nog steeds: de Grote Kapel.
1930 Bouw van de Genadekapel. Archtect: Jan Stuyt. Muurschilderingen: Han Bijvoet. Mozaïek onder het altaar: A. Molkenboer. Communiebank: N. Witteman. Ex Votokastjes: edelsmid Kolderweij. Kerkbanken: Gebr. Remmen. Op 9 juli zegent Mgr. Aengenent de Genadekapel in, een klein juweeltje.
1946 Mgr. J.P. Huibers, Bisschop van Haarlem, vertrouwt de pastorale zorg van het Heiligdom toe aan de Paters Montfortanen.

1980 Tentoonstelling in de Oude Pastorij over het Genadeoord O.L.Vrouw ter Nood. Herdenking van het 75-jarig feit van de opleving of terugvinding van de resten van de Runxputte. De tentoonstelling werd opgezet door de oudheidkundige vereniging van Heiloo, onder de bezielende leiding van Pater J. Bertrand. Met de opening van de tentoonstelling werd het eerste exemplaar van het boekje “De Runxputte en Onze Lieve Vrouw ter Nood” , geschreven door Pater J. Bertrand, aan Kardinaal Alfrink aangeboden, die de tentoonstelling opende.
1985 Restauratie van de Genadekapel door de firma Kneppers. Viering van het 80-jarig feest van de Terugvinding van het Heiligdom. Mgr. H. Bomers wijdt het Bisdom toe aan O.L.Vrouw ter Nood.
1989 Afscheid van de Paters Montfortanen van het Bedevaartsoord. Sinds het vertrek van de paters Montfortanen nam Deken W.J.J. Klück de pastorale zorg van het rectoraat waar.
1989 Zuster Humilia bewoont de pastorie en coördineert de verschillende vrijwilligersgroepen, activiteiten en bedevaarten.
1993 Hek rond het Kapelbos. Sluiting van de laatste cafés, nl. “’t Putje” en “’t Akertje”.
1994 Aanbesteding van de bouw van de ontmoetingsruimte “Oesdom”op 21 januari. 30 maart de eerste steenlegging en 9 september de officiële opening. Mozaïek boven de bar is van Jan Groot.
1996 Deken drs. T.M. Braakman neemt de pastorale zorg over van Deken Klück op 1 mei.
….. Alle gebouwen op het terrein, behalve dat van Oesdom, vallen nu onder Monumentenzorg
2003 Deken C.H.Th.H. Wanna neemt de pastorale zorg over op 1 november na het overlijden van Deken Braakman. Restauratie van de spanten van de Grote Kapel.
2005 * Mgr. Punt benoemt in oktober dr. M.A.L. Wagemaker tot Rector van het Heiligdom, dat nu is uitgebreid met het Julianaklooster.
* Het kunstwerk aan de binnenzijde van de ingang van de Kleine Kapel, gemaakt door mevr. drs. M. Schobbe, komt gereed in dit jubileumjaar van de 100-jarige herdenking van de heropleving van de devotie.
2006 De Zusters van het Mensgeworden Woord nemen op 12 augustus hun intrek in het voormalige Julianaklooster.
Er is een afbeelding van de zittende Moeder Gods met het lichaam van haar gestorven zoon op de schoot. Door deze afbeelding ontstond er even verwarring over de afbeelding die echt bij O.L.Vr. ter Nood hoort.Het is duidelijk een afbeelding die de typische stijl heeft van de Beuroner Schule. Maar weldra vindt mgr. Graaf in de collectie van het Bisschoppelijk Museum Haarlem de zilveren bedevaartsmedaille uit de 17e eeuw. Vanaf dat moment zal de medaille de vormgeving van het genadebeeld bepalen en verdwijnt het beeld van de pieta.
Het was duidelijk dat in het jaar 1011 nog geen sprake was van Maria ver- eering op deze plaats.

Een jaar werd tijdelijk een tent opgezet, maar toen deze tent een paar maal omwaaide, heeft men besloten om een kapel te bouwen.In 1913 werd de grote kapel gebouwd.De kapel was bestemd voor 50 jaar, maar is er nu nog steeds.


Bij zuster Humilia staat vertrekt staat1208 dat moet natuurlijk 2008 zijn.



