Kapel Evenementen en Egmond

Geschiedenis
  • rss
  • Home
  • O.K.Kerk
  • Rouwen
  • G v.d Bosch
  • Geboorte
  • Kapel 1
  • Henk Stoop .
  • Zr.Humilia
  • Zr.Juliaantjes
  • De Montfortanen
  • Vrouwe van A’dam
  • De kruisweg
  • De Millersisters
  • P.M. de Waard s.m.m.
  • Kapel 2
  • Egmond aan Zee

G v.d Bosch

  

 

 

De heer v.d.Bosch
   
   
Het leven van de heer Gerrit v.d. Bosch .
Gerrit v.d Bosch was een man die in  zijn leven de medemensen veel goeds heeft gegeven.
U  kunt hier onder lezen hoe hij dat deed.
 
 
     
De heer Johannes Albertus van den Bosch was al dik 60 jaar toen hij in Alkmaar de margarineboterfabriek KINHEIM
oprichtte.
 Kinheim was een oude naam voor Kennemerland.Ruim 30 jaar eerder was de in Waverveen  geboren v.d. Bosch als broodbakker in Alkmaar komen wonen. 
De fabriek begon 25 oktober 1880 met de productie .Zoon Gerardus Theodorus Maria (Gerrit) van den Bosch bleef als enige vennoot over na het overlijden  van zijn broer Timotheus Gerardus in 1902. Timotheus en Gerrit verschilde 20 jaar in leeftijd. Kinheim profiteerde van de toenemende  behoeft aan kunstboter . De fabriek aan de Helderseweg begon als de firma J.A.van den Bosch & Zonen  en voerde de merken: Freija,
Cadeau, 
en Albada.
Directeur Gerrit van den Bosch  bewoonde het huis ALBADA STATE naast de fabriek. Dit in 1897  gebouwde woonhuis op de hoek geestersingel is  al jaren   onderdeel van het kraakpand : DE RAAD ". 
De naam Albada komt van de moeder van Gerrit van den Bosch, de in Bolsward geboren Johanna Albada  Jelgersma.
 
 
De Alkmaarsche margarinefabriek , met begin deze eeuw 125 man personeel in dienst werd in 1925 over genomen door de NV Hollandsche Maatschappij voor Gecondenseerde melk  , deze stopt er begin 1940 mee en dan worden deze fabrieksgebouwen gesloopt. Op de plaats wordt o.a het krantengebouw van de Verenigde NoordHollandse Dagbladen gebouwd ,deze worden in 1957 in gebruik genomen en  in 1972 betrokken door DRIEHOEK Banket. 
De groei van de bevolking eind vorige eeuw in Europa vroeg om  een goedkoop en volwaardig  vervangmiddel  voor natuurboter .Gesmolten  rundvet vermengd met afgeroomde melk( ondermelk of tapte melk)leverde een nieuw product op, dat door karnen boter werd.
Het ging Kinheim DE TROTS VAN DE STAD voor de wind.
 
Er volgden diverse uitbereidingen .Het eerste fabrieksgebouw was bij het 25 jarig bestaan onderdeel geworden van  een omvangrijkgebouwencomplex. Zie foto.
Albada Vooraan.
 foto Regionaal Archief Alkmaar
 
 
Registered Trade mark The Norman    Albada Margarina   , Margarine works Kinheim 1881 ,  Registered Trade  Mark K.H. ,Silver Medal Glasgow 1891, Gold medal Tunis1890, Nice 1890, Paris 1889, Toulon 1890, Bolsward 1890. Diploma of Honour Liege Belgium 1890
 Gerrit richtte zich sterk op het buitenland m.n . op Engeland.Met het hoofdgebouw in Londen , met als adres Tower Chambers,St.Dunstan’s Hill.In 1912 werd de Alkmaarse boterfabriek volledig bezit van de Engelse vennootschap met als directeur Gerrit van den Bosch en de Amsterdammer Carl Peter Casaretto.Van den Bosch Limited legde zich in Alkmaar helemaal toe op de fabricage van handel in melkproducten en kunstboter.In Nederland hadden ze 4 filialen:
Alkmaar,
Amsterdam,
Rotterdam  en
Leeuwarden.
Breedstraat 35 was het kantooradres in Alkmaar. Gerrit was toen al geen directeur meer.Na het overlijden van zijn vrouw Carolina Elisabeth  Maria Brinkman verhuisde hij in 1925 naar Overveen .In datzelfde jaar deed van den Bosch Limited het fabriekscomplex over aan :
 
de Hollandsche Maatschappij voor Gecondenseerde Melk. :
 In 1932, een jaar na zijn dood, werd een straat naar Gerrit van den Bosch vernoemd. Naast de Hema loopt een straat naar de Gedempte Nieuwe sloot( markt) .
 
Kinheim .
Foto Regionaal Archief Alkmaar.
 
 
Van directeurswoning Margarinefabriek Kinheim tot Het Bolwerk
Kort voor het vorstverlet sloeg wethouder Nico Alsemgeest op woensdag 16 december 2009 de eerste paal de grond in van ‘Het Bolwerk’. Hier komen luxe appartementen, waaronder een penthouse en woningen met bijbehorende stallingsgarage. Daarnaast komen er twee bedrijfsruimten en een kantoorvilla ‘De Raad’. Ze hebben allemaal een prachtig uitzicht over de Singel en het historische Bolwerk. Een plek in Alkmaar die vele gezichten kende.

Veel Alkmaarders weten nog dat op deze plek de Raad van Arbeid gevestigd was. Daarna was het pand het bolwerk van de krakers, die het pand ‘De Raad’ doopten en het houtwerk schilderden in diverse felle kleuren. Vervolgens lag de grond bijna drie jaar braak. Maar wat is de historie van deze villa en het Bolwerk? We brachten een bezoek aan het Regionaal Archief Alkmaar en vonden de geschiedenis van dit pand.
Villa Albedastate  = Raad van Arbeid
 
foto regionaal Archief Alkmaar 
Raad van Arbeid was oorspronkelijk Huize Albada.

In 1919 wordt in het pand de in dat jaar opgerichte Raad van Arbeid gehuisvest. De Raden van Arbeid hielden zich bezig met de Algemene Weduwen- en Wezenwet en de Kinderbijslag.
Daarnaast was de raad belast met de uitvoering van de invaliditeitswet en de ouderdomsverzekering, die toen werd ingevoerd. Na diverse verbouwingen blijkt het gebouw eind jaren zeventig echt te klein voor het aantal werknemers en wordt een nieuw pand aan de Rogier van der Weydestraat gebouwd. Toenmalig minister De Graaf opent in oktober 1982 de nieuwe Raad van Arbeid. Vanaf dat moment worden plannen gemaakt voor woningbouwprojecten voor de voormalige “Raad” en staat het pand leeg.
 
 
  KENNEMERSINGEL 11
  
Algemeen.
Dit half vrijstaande woonhuis is in 1919/1920 gebouwd in opdracht van de directeur van de margarinefabriek G.T.M. van den Bosch naar ontwerp van de Haagse architect Jan Stuyt. De uitvoering was in handen van de Amsterdammer C.J. Veltman. In 1929 wordt door de Amsterdamse architect S.W.J. Peppe achter in de tuin een tuinhuisje bestaande uit een prieel en berging gebouwd, waarvan de uitvoering in handen was van de Alkmaarse aannemer H. Peet. In tegenstelling tot het woonhuis dat in overwegend rationalistische, traditionalistische bouwstijl met Engelse invloed is gebouwd bezit het tuinhuisje een Amsterdamse Schoolsignatuur.
 
In 1960 wordt de Rijksgebouwendienst eigenaar van het pand en wordt het interieur als kantoor aangepast en krijgt de verdieping nieuwe stucplafonds.
 
 
In de zuidgevel worden nieuwe kozijnen gezet en een 3-raams dakkapel aan de achterzijde komt in plaats van een gietijzeren dakraampje. Ook de houten schoren die het balkon aan de achterzijde ondersteunden verdwijnen. In de loop van de tijd is het trapeziumvormige kolenhok dat in de tuin rechts achter de langwerpige schuur lag, afgebroken (1928?). Heden (2001) is het pand eigendom van de stichting Vlotbrug en in gebruik als jeugdopvang.
Het pand grenst aan het pand Kennemersingel 12 dat tegelijk met Nassaulaan 1 werd ontworpen en in eigen beheer gebouwd is door C.J. Veltman, de uitvoerder van architect Jan Stuyt.
 
–
 
 
–
 
 
 
 
Beschrijving
Een halfvrijstaand herenhuis deels onderkeldert gebouwd op een nagenoeg vierkant grondplan met twee bouwlagen en een kapverdieping onder een samengesteld dak, dat bestaat uit een zadeldak boven het risalerende deel links en rechts insnijdend op een afgeplat schilddak, waarvan de noklijn evenwijdig met de weg loopt. Het dak telt drie houten dakkapellen, waarvan één aan de voorzijde (op de ontwerptekening met insnijdend tentdakje) en twee aan de achterzijde. Het pand ligt scheef (zaagtand) verspringend op de rooilijn direct aan de straat en grenst met de linkerzijgevel en een deel van de achtertuin aan de Zandersloot.    
De schuine dakvlakken worden gedekt met een rode tuile du Nord. Het lessenaardak van de erker rechts aan de voorzijde is (evenals de oorspronkelijke dakkapel aan de achterzijde) gedekt met een rode platte pan (beverstaart). De  zijkanten van dit dakje zijn bekleed met hangende tegels (tile-hanging).
De trapeziumvormige risaliet links wordt beëindigd met een naar rechts doorlopende brede houten band, die op haar beurt rust op een dubbele geprofileerde koppenrand. Daarboven is ook de puntgevel bekleed met houten beschot. De overstek rust op klossen. De ruime dakoverstek met bakgoot die als gevelbeëindiging van de zijgevels dienst doet wordt gesteund door haakklossen. Het teruggelegen geveldeel wordt boven de beschreven band beëindigd door een dakoverstek.
De deuren, ramen en kozijnen zijn uitgevoerd in hout en aan de voorzijde is er sprake van geprofileerd kozijnstijl- en regelwerk. De ramen met bijbehorende bovenlichten zijn merendeels voorzien van 4-ruits en 6-ruits roeden verdelingen en kunnen zowel draaiend, schuivend als ook uitgezet worden geopend. De ramen worden gedekt door rollagen en zijn voorzien van afwaterende baksteen lekdorpels.
De topgevel van de risaliet, uitgevoerd als erker over twee verdiepingen, wordt onder het pleisterwerk gesteund door een brede houten latei in de gevel. Rechts sluit deze erker met een smalle gevelpenant haaks op de terugspringende muur aan en links gaat de schuine zijde over in de zijgevel. In het front tussen de parterre- en verdiepingsramen bevindt zich een mintkleurig decoratief tegelmozaïek met de naam AMARIJKE. De boven- en onderzijde van het tableau zijn gekeperd uitgevoerd en omrand met een geprofileerd baksteenrandje.
In de teruggelegen rechtergevel bevindt zich de entreepartij en rechts met een rechte sprong naar voren de vroegere ‘boekenrij’ (boekenkamer) die gedekt wordt door eerder genoemd lessenaarsdak.      
De voorgevel (O) is boven een trasraam opgetrokken in bruinrode machinale steen waalformaat in kruisverband en met een witte snijvoeg. De spouwventilatie in het trasraam wordt verzorgd door open verticale voegen. De trapeziumvormige risaliet wordt beëindigd door op de hoeken recht uitzwenkende en overdekkende onderzijden van de top daarboven. Alle raamdelen zijn op de parterre en de verdieping voorzien van 8-ruits samengestelde vensters. Alleen de voormalige schuifvensters van de begane grond bevatten helder glas zonder roeden met 4-ruits bovenlichten. De beide schuine zijden bezitten raamassen met smalle hoge schuiframen, waarvan rechts de bovenste ruitjes zijn vervangen door een houten paneel met ventilator (voorheen 6-ruits).
Rechts bevindt zich de entreepartij met een paneelvoordeur met bovenlicht en de reeds beschreven erker met een samengesteld raam met drie schuifvensters. (De originele deur met een raampje voorzien van een gekruist dievenijzer is niet meer aanwezig). De verticaal getrapte deuromlijsting bestaat uit gestapelde gefrijnde natuurstenen platen staand op hardstenen neuten. De smalle rechte bovenzijde zwenkt bij de onderdorpel van het bovenlicht zijwaarts uit. De onderste twee zijplaten zijn inmiddels gecementeerd.
In de haaks op de muur staande zijgevel van de risaliet links is naast de voordeur een terracotta muurbrievenbus gemetseld met een verticale gleuf omlijst met een golfmotief en onderaan de letters POST.
Als toegang tot de voordeur zijn liggend op een hardstenen stootbord twee ruime treden samengesteld uit hardsteen platen aangebracht tussen de risalerende uitbouwen.
Op de verdieping bevindt zich links een twaalf ruits schuifvenster en rechts een samengesteld  12-ruits glasraam (met neproeden). In de top bevindt zich een rond 6-ruits raam dat omrand wordt door rood baksteen metselwerk en gedekt is door een brede halfronde boog met geprofileerde koppen als aanzetstenen. Een koppenrand loopt als dekrand met de boog mee.
In het dakschild rechts is een dakkapel met plat dak, houten zijkanten en twee opendraaiende glasramen gesitueerd.
Een staafbrandladder is vanaf de dakkapel aan de gevel bevestigd en komt tussen de voordeur en de rechter uitbouw naar beneden.   
De zijgevel (Z) uitgevoerd als de voorgevel is opgetrokken langs het water en bezit twee raamassen over de begane grond én de verdieping. Alle ramen bezitten meerruits vensters en zijn uiterlijk vormgegeven als schuifvensters maar zijn op diverse wijzen draaiend te openen. Aan de tuinzijde is langs het water een scheidingsmuur gemetseld, welke aan de balkon en terraszijde op de begane grond met een sprong naar beneden loopt. In het steile dakschild van het zadeldak zijn twee nieuwe dakramen toegevoegd.
De achtergevel (W) is opgetrokken als de voorgevel en bezit eveneens verspringende geveldelen. De teruggelegen parterre rechts bezit een samengestelde raampartij dat aansluit op een terras dat overluiveld wordt door het balkon. De raampartij bestaat uit openslaande terrasdeuren geflankeerd door twee zijramen. Links bevindt zich een 10-ruits achterdeur. De eerder beschreven afscheidingsmuur is langs het balkon tot ¾ hoogte van de balkondeuren opgemetseld en wordt gedekt door een ezelsrug. Op de verdieping geven openslaande balkondeuren met ladderramen, geflankeerd door smalle zijramen, toegang tot het balkon dat bestaat uit een brede onderrand van stalen platen, waarboven een houten lattenbalustrade met verticale platte spijlen tussen het uitspringende bouwvolume links en de balkonmuur rechts is bevestigd. Links boven het balkon is tevens een klein valraam aangebracht. Op de nokpunt rechts van de dakkapel (1960) bevindt zich een korte vierkante schoorsteen opgetrokken in rode baksteen voorzien van een schoorsteentegel met pijp.
Het linker geveldeel met twee bouwlagen komt met een sprong naar voren en bezit boven de gevelbeëindiging een insnijdend steil schilddak voorzien van kepers met een geprofileerde driekant keperpan en een terracotta piron op de nok.
Op de parterre bevindt zich behalve de keukendeur rechts een klein rechthoekig valraam en links daarvan een 4-ruits raam. Onder het raam is onder het maaiveld een kelderkoekoek aangebracht met een rij raampjes waarvan er twee naar binnen opendraaien die rechts door een open gepotdekseld paneel gescheiden worden van een vaste raam. Op de verdieping bevindt zich onder de gepleisterde rand een samengesteld meerruits raam.
 
 
In het dakschild bevindt zich een dakkapel voorzien van een insnijdend tentdakje waarvan de kepers samenkomen in een met zink afgedekt nokstuk. De dakkapel bezit houten zijwanden en wordt gedekt door een rode platte pan voorzien van halfronde goten. De twee 4-ruits ramen met middenstijl zijn naar binnendraaiend.
Links is een lange L-vormige schuur (1928?) die vanaf de gevelmuur langs de tuin erfafscheiding is gebouwd. Deze aanbouw die is in aanzet smal, maar gaat over in een bredere verspringende zijvleugel. De gevel is boven een trasraam opgetrokken in een rode baksteen waalformaat in halfsteens verband met een platvolle lichtgrijze voeg. De schuur met een getrapt verspringende gevel wordt gedekt door een plat dak met overstek ondersteund door afgeronde gootklossen. De meeste ramen worden verdeeld door roeden en zijn van baksteen lekdorpels voorzien en bezitten verspringend kozijnwerk. Ze worden evenals de deur door rollagen gedekt.
De smalle uitbouw aan de terraszijde bezit een deur en in de korte uitbouw links een rechthoekig gevuld raam met matglas. Beide gekoppelde bouwvolumes sluiten aan op de lange bredere schuur welke op de kopse kant tegenover de achtergevel een samengesteld raam bezit met twee 4-ruits rechthoekige vensters gescheiden door een middenstijl gedekt door bijbehorende bovenlichten met elk één verticale roede. In de lange zijde aan de tuinkant zijn twee dito kleinere ramen aangebracht. 
 
Achter in de tuin rechts bevindt zich een tuinhuis bestaande uit een prieel met bergplaats  (1929) opgetrokken in een combinatie van helrode verblendsteen en bonte handvorm steen in ketting verband (Noors). Op onregelmatige wijze zijn mondsteen brokken geprofileerd opgebracht. Het schilddak wordt gedekt door een rode tuile du Nord en bezit rechts een kleine overstek. Op de kopse kant links dient een zeer ruime overstek met houtbeschot aan de onderzijde als luifel voor een klein terras dat voor een blinde muur is aangebracht. De voorzijde van de overstek (Z) wordt op de hoek links ondersteund door een ijzeren stempel, waarlangs een regenpijp loopt en rechts midden door een bijzonder opgemetselde pilaar. Deze bestaat uit een vierkante voet van bruinrode machinale baksteen waalformaat (h. 0.40 cm.) overgaand in een licht geprofileerd vierkante opbouw van helrode verblendsteen ( h. 0.35 cm.). Op de vierkante platte bovenzijde van verblendsteen is tot aan het plafond een smalle onregelmatig gemetselde pilaar van geelgrijze rustica natuursteen geplaatst.
De oorspronkelijke deur van de bergplaats aan de tuinzijde (O) is met een schutting omtimmerd en alleen het bovenlicht met 6-ruits ladderraam is nog te zien.
 
Motivering
Het pand Kennemersingel 11 met bijbehorend tuinhuis en schuur uit de jaren twintig van de twintigste eeuw is van algemeen belang vanwege de archtitectuur- en cultuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een oorspronkelijk woonhuis. Het pand is gebouwd in een rationalistische bouwtrant gecombineerd met traditionalistische en Engelse invloed. Het is tevens een mooi voorbeeld van het werk van de Haagse architect Jan Stuyt en de Amsterdamse uitvoerder J.C. Veltman. Het in 1929 gebouwde prieel met berging in de expressieve Amsterdamse Schoolstijl is een bijzonder voorbeeld van het werk van de Amsterdamse architect S.W.J. Peppe. Het pand is beeldbepalend gelegen aan de westzijde van de Kennemersingel te Alkmaar.  
 
De van den Boschstraat
 
                                           –
van den Boschstraat Alkmaar
 
 
 
 
 
 
Hoekpand" het Vijvertje" was een broodwinkel van de fam. v.d. Bosch
 Ook vandaag de dag is het nog een winkeltje ( Feest-art) (achter V.en D.)
 
 
Wijk-A492 / huis en erf / Johannes Albertus van den Bosch  art.nr.2717 verandert datering: 1883 

 

 

 

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 
–
 
 
 
Gerrit van den Bosch en de abdij van Egmond.
1.     
       Wat heeft Gerrit van de Bosch (1857-1931) betekent voor de herbouw van de abdij ?
 
 
 
wwwww.abdijvanegmond.nl
 
 
 
a.      Hij was met enkele anderen de grote promotor van de herbouw van de abdij.
b.     Hij heeft de grond in 1922 aangekocht bij de St. Adelbertusput. Hij doet in financiële zin een beroep op de VRIENDEN van de abdij en sluit met deze vrienden een contract af voor een renteloze lening t.b.v. de aankoop. In 1930 wordt de grond overgedragen aan het bisdom.
c.      Hij maakt deel uit van het bestuur van de Adelbertusstichting, waaraan hij ook zijn erfenis, waaronder de grond, overmaakt. Met Dom Schutte, secretaris heeft hij een intensief en goed contact.
d.     Hij heeft lezingen gehouden over: “Het herleven van Kennemerland.”in Heemstede, Alkmaar, Dongen, Amsterdam en Breda.
e.     In 1923 stelt hij zijn “Egmonder aantekeningen” te boek.
f.  Hij schrijft het hoofdstuk “Naar werderopluiking” in het boek De abdij van St. Adelbert te Egmond dat in 1928 verscheen.
 
2.  Wie was Gerrit van den Bosch ?
a. Algemene gegevens over Gerrit v.d. Bosch.
                      i.     Geboren in Alkmaar op 7 september 1857, 22.00 uur;
                     ii.     Zoon van een bakker;
                     iii.     Heeft gestudeerd aan het klein-seminarie in Hageveld, maar zag af van het priesterschap.
                     iv.     Margarinefabrikant. De fabriek Kinheim was opgericht door zijn vader. De fabriek produceerde de merken Ferija, Cadeau en Albada.  In 1905 was Gerrit de enige overgebleven zoon binnen dit familiebedrijf. In 1908 richt hij een vennootschap in Engeland op, maar na enige jaren kwam de Alkmaarse fabriek in Engelse handen; wel bleef hij directeur tot 1920.
                     v.     Was van 1894-1923 lid van de gemeenteraad van Alkmaar voor de RK Staatspartij;
                     vi.     Hij was een man van de wereld en reisde veel zowel zakelijk als privé; hij sprak zijn talen.
                     vii.     Ging ook op retraite in Oosterhout bij de Bendictijnen.
                     viii.     Was de man achter de bouw van het
proveniers huis  van Achten en de restauratie van het Stadhuis (beide projecten werden uitgevoerd door zijn vriend Jan Stuyt);
                     ix.     Was secretaris van de bisschoppelijke commissie O.L. Vrouw ter Nood en de feitelijke motor achter het herstel van deze bedevaartsplaats;
                     x.     In 1923 overlijdt zijn vrouw Caroline Brinkman met wie hij in 1882 trouwde; het huwelijk was kinderloos.
                     xi.     Tot 1920 woonde hij in Villa Albada aan de Helderse weg daarna verhuisde hij naar de Kennemersingel Huize Amaryke. Helaas ging het soms even minder  verkocht zijn huis om financiele redenen en ging daarna wonen in Overveen Huize Duinrust.
 
b.     Meer specifieke informatie over Gerrit van den Bosch toegespitst op de situatie Egmond;
                     i.     De afwijzende reactie in 1926 van de Generaal Kapittel der Congregatie van Solesmes t.a.v. de herbouw van de abdij in Egmond, vanwege de huisvestingsproblemen elders t.w. in Wisques, heeft Gerrit van den Bosch zwaar getroffen.
                     ii.     Op het verschijnen van het boek over de abdij van Egmond komt in 1928 de nodige kritiek uit Oosterhout.
                     iii.     In 1929.
* Vorming van een nieuw comité onder leiding van Ruijs de Beerenbrouck (premier in 1918/1925 en in 1929-1933). Er wordt aan de nieuwe Bisschop Aengenent toestemming gevraagd voor het herstel van de abdij; de vorige bisschop Callier had zich hier altijd tegen verzet.  Brief van 29 dec. waarop 18 jan. in positieve zin werd geantwoord. Voorwaarde was wel dat de naburige parochies hier geen nadeel van mochten ondervinden.
* Opdracht aan Kropholler voor de bouw van een abdij in Egmond. Gerrit van den Bosch kan dit opnieuw moeilijk verkroppen; hij had Jan Stuyt als architect willen hebben.
 * Op 28 juni 1929 schrijft hij een brief van 10 kantjes aan Dom Schutte ( de vroegere secretaris van de Adelbert Stichting) ; hij voelde zich door het bestuur buiten de deur gezet. Hij had tot vervelens toe aangedrongen op een kapel op de akker. Ook over de plaats van de abdij was hij het niet eens; hij wilde het ter plaatse van het Protestantse kerkje n.l. op de oorspronkelijke plaats.
*  Hij wendt zich ook tot o.m. Ruijs de Beerenbrouck (1873/1936) , die antwoordt dat Oosterhout de eindbeslissing heeft. Verder wil hij dat Gerrit van den Bosch in het comité blijft meedoen.
                       iv.     Bij de eerste steenlegging voor de nieuwe abdij op 15 sept. 1934 brengt het hele gezelschap d.w.z. de abt van het klooster van Oosterhout Dom De Puniet, Ruijs de Beerenbrouck e.a. een bezoek aan het graf van Gerrit v.d. Bosch in Alkmaar omdat hij de grote promotor was van het herstel van de abdij.
 
 
 
 
Functie’s en andere spec. van Gerrit v.d Bosch en familie in de krant gevonden
  1876 tot 1879 woont broer T.G. van de Bosch Breedstraat 431 en is   winkelier in kruiden en grutterswaren
Vader woont in die tijd Mient C 4
 
1885 p 18 /150
G.T.M. v.d. Bosch Paardenmarkt 4
( Zijn broer T. G . v.d. Bosch woont dan Breedstraat 9 grutter en kruiden)
 
1894
Bestuur v.d St. Barbara Stichting R.C. begraafplaats
Penningmeester G.T.M. v.d Bosch
 
 Vader J.A. v.d Bosch & zonen . Fabrikant van margarine   woont Mient 13 en Helderseweg  
 
Mient 13  De Keizerskroon  De Kroon
 
 De Hoorn
 
Commissie beheer badhuis
G.T. M v.d. Bosch , E.M. van Soest , J Broers.
 
 
Akte 276 Geboorte akte
Gerrit van de Bosch wordt geboren 7 september om 10 uur s’avonds 
Ambtenaat: D.W. van Leeuwen
Getuigen:
Jacob Kluft 55 jaar timmerman en
Willem Vos 43 jaar politiedienaar
 
 
 
 
 
-
 
-
-–
Trouwakte G. v.d Bosch
 
 
 Hoek Varnebroek bakkerswinkel Thimotheus
 
Johannes Albertus v.d. Bosch
Geb: 15 sept. 1813 Waverveen
      + 24 mei 1848
x huwt met :
1 Elisabeth Anna Ontzigt
 
2 Johanna Jelgersma
Geb: 3 maart 1818 Bolsward
 
Wilnes:
Thimotheus 1837
Theodora    26 Nov. 1840
Maria Clasina 17 sept 1842 +19 sept . 1918
 
Anna Ignatia (1)    26 juli 1846 …+ 24 mei  1848
 
Johanna Antonia 26 juli 1846
+ 24 mei 1848 ??
 
 
 
Alkmaar
Petrus  13 februari 1850 
Elisabeth 19 juli 1851
Dochtertje levenloos 6 maart 1853. 20 uur.
 
 
Anna Ignatia (2)1844 huwt 25 okt 1870 met P. A. Albade Jelgersma
Hugolina 18 april 1855
Gerardus 7 september 1857
 
 
 
In 1880 krijgt broodbakker J.A. van den Bosch een vergunning tot oprichting van Stoom-margarinefabriek KINHEIM .
Afzet gericht op Engeland.
In 1888 is er 20 man personeel boven 18 jaar.
Uitbereiding met ijsmachine capaciteit 500 kg per uur.( terrein 3200 m2)
Arbeiders :
1901    =100   1905 =130    1907 =75    1913 =7
 
Bijkantoren in Amsterdam,Rotterdam,Den Haag, Leeuwarden, London, Manchester, Leeds en Hull.
Leiding had later G.T.M van de Bosch .
 
Gerrit van den Bosch was  in Alkmaar raadslid van de RKSP van 1894 tot 1923.
 
In 1876 Adresboek Alkmaar:
Wijk A431 Breedstraat : T.G. van den Bosch ( broer Thimoteus)
 
1884 12 dec.
Tonnenregister p. 75 Luttik Oudorp 39 en 40 , twee pakhuizen : T. G.van den Bosch
 
In 1875 verkoopt Jan A. van den Bosch wijk A492 huis en erf art.nr. 2717 aan Gerband Hendriks.
 
 
 
Van directeurswoning Margarinefabriek Kinheim tot Het Bolwerk
Kort voor het vorstverlet sloeg wethouder Nico Alsemgeest op woensdag 16 december 2009 de eerste paal de grond in van ‘Het Bolwerk’. Hier komen luxe appartementen, waaronder een penthouse en woningen met bijbehorende stallingsgarage. Daarnaast komen er twee bedrijfsruimten en een kantoorvilla ‘De Raad’. Ze hebben allemaal een prachtig uitzicht over de Singel en het historische Bolwerk. Een plek in Alkmaar die vele gezichten kende.

Veel Alkmaarders weten nog dat op deze plek de Raad van Arbeid gevestigd was. Daarna was het pand het bolwerk van de krakers, die het pand ‘De Raad’ doopten en het houtwerk schilderden in diverse felle kleuren. Vervolgens lag de grond bijna drie jaar braak. Maar wat is de historie van deze villa en het Bolwerk? We brachten een bezoek aan het Regionaal Archief Alkmaar en vonden de geschiedenis van dit pand.
 
 
 
Villa Albedastate
Het pand “Villa Albedastate”, beter bekend als de villa van de Raad van Arbeid, is gebouwd als woonhuis voor de directeur van de Margarinefabriek Kinheim. Deze fabriek is opgericht in 1880 door J.A. van den Bosch, voor de productie van kunstboter (gemaakt van rundvet en afgeroomde melk). Hij werd opgevolgd door zijn zoon G.T.M. (Gerrit) van den Bosch.
In het begin van de 20e eeuw telde het bedrijf meer dan honderd werknemers en omvatte een terrein van 5000 m2. Vanaf 1909 wordt hier ook kaas en ijs vervaardigd. De Alkmaarsche Courant meldt op 25 oktober 1905 over de gunstige ligging het volgende: “Dat zij te Alkmaar gevestigd is, heeft veel voor: zij is gelegen in een der voornaamste centra onzer zuivelindustrie, waar melk van voortreffelijke kwaliteit steeds in overvloed te krijgen is; door spoorwegen is zij met heel Nederland en het buitenland verbonden; omdat zij de vaart voor de deur heeft, kan het product langs de waterwegen tot het diepste “binnenland” vervoerd worden; en tenslotte is zij, door aangrenzend grondgebied steeds gemakkelijk voor uitbreiding vatbaar.” Mede vanwege deze gunstige ligging kan het bedrijf flink uitgroeien en heeft vestigingen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leeuwarden en zelfs in Engeland. Het bedrijf wordt gerangschikt onder de voornaamste fabrieken van ons land. In 1939 houdt het bedrijf (dat inmiddels Deka Melkfabriek heet) op te bestaan. Dit vanwege exportbelemmeringen en contingentering door de rijksoverheid; 175 man komt op straat te staan. De heer Gerrit van den Bosch (raadslid voor de RKSP van 1894-1923) overleed in 1932 op 74-jarige leeftijd, maar had de villa al eerder verlaten.
  

 

 

 

 

Stamboom de heer G. v.d. Bosch

 
Ouders:
Johannes Albertus van den Bosch 
Geb:Waverveen Utrecht 1813  
                                   
Roomsch Cath.                                   
Buurt 4 Mient 141 Alkmaar
 
Gehuwd met
1 Elisabeth Anna Ontzigt  
 
2 Johanna Albada Jelgersma
Geboren : Bolsward 15-01-1816
Roomsch Catholiek
 
 
Thimoteus  Gerardus van den Bosch
·         * 6 Maart 1837 Wilnis.
+ 3 Februari 1902 Alkmaar
Gehuwd op 22 Januari 1865 te Alkmaar met
Geertruida Maria Ebbelaar * 24 Januari 1837 Alkmaar
Bij hun woont in Theodorus Fredericus Joseph Albada Jelgersma bediende
neef * 17 December 1872 Bolsward
Thimotheus is koopman en woont o.a Laat 145
 
 
Theodora  Anna
 *26 november 1840
Gehuwd op 16 April 1862 met Simon Jacobus Jonker
 
 
 
 
Maria Clazina Elisabeth
*17 September 1842 Wilnis
Gehuwd 24 September 1865 met :
Franciscus Johannes Peeters.
+ 19 September 1918       s’middags om 1 uur te Alkmaar
Aansprekers Ant .Steph. Franc. Stadegaard en Jacobus Josephus Abbes 44 jaar geven haar overlijden aan
Ze is dan weduwe van F. J. Peeters       
 
 
Anna Ignatia  * Wilnis 26 juli  1846
+
 Gehuwd 25 oktober 1870 met Petrus Antonius Albada Jelgersma  26 jaar zoon van Theodorus Frederikus Albada Jelgersma en Wilhelmina van Klaveren
 
Johanna Antonia    * Wilnis 1846   + Alkmaar 24 Mei 1848 bijna 2 jaar oud
Overlijden aangegeven door;
Johannes Mattheus Paesen 46 jaar , aanspreker en
Johannes Banning 49 jaar aanspreker.
 
 
Geertruida 1848  
 
 
Petrus Adrianus
Geb. 13 januari 1850
 Aangegeven 15-januari 1850 Alkmaar
 
Elisabeth Wilhelmina * 19-07-1851 Mient wijk C 141
Aangegeven door haar vader 38 jaar broodbakker op 21 -7-1851
Getuigen :Barend Eeltink 61 jaar geen beroep en Mooien Cornelis 40 jaar broodbakkersknecht .  ‘
Elisabeth gaat 10 oktober 1866 naar Ootmarssum.
 
Uit 2e moeder In Alkmaar geboren
 
Meisje levenloos  geboren op 6 maart 1853 op de Mient 141 om 8 uur s ‘avonds
Aangeven door vader 39 jaar en Adriaan Gouwe Heel en verloskundige te Alkmaar 48 jaarop 7 maart 1853.
 
 
Hugelina Gerarda Johanna
Geb: 18 April 1855 om 3 uur ’s morgens Mient 141 wijk C
Gaat naar Voorhout in 18
Gaat naar Ootmarssum in 22 april 1870
 
 
Gerardus  Theodorus Maria
7 september 1857 om 10 uur ;s avonds  Alkmaar( Aangegeven op 8 september , staat fout in div. boeken)
 
Gehuwd: Carolina Elisabeth Maria Brinkman
* 15 november 1861 Alkmaar
 
 
Gerardus Th. M. gaat 14 December 1871 naar Voorhout = 14 jaar
Petrus Adrianus gaat 1 Okt 1863 naar Voorhout= 13 jaar
Hugelina Gerarda gaat 12 Oktober 1869 naar Ootmarssum = 14 jaar
en komt terug 22 april 1870 in Alkmaar .Ze vertrekt op 14 Dec 1871 naar Voorhout = 15 jaar
 
 
 
 
Het huwelijk van Anna Ignatius is apart. In de familie zitten al mensen met de naam Albada Jelgersma.Er is een neef Theodorus Frederikus die bij oom Thimotheus van der Bosch woont en daar bediende is. De neef is geb: 1872 te  Bolsward. Anna haar man is geboren 1846 .Mogelijk is de zoon van Anna werkzaam bij haar broer Thimotheus.?
De Moeder van Anna heet ook Albada Jelgersma.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gerrit en zijn oudste broer Timotheus schelen 23 jaar Timoteus is 45 als Gerrit trouwt en dan is Gerrit pas 24 jaar.
 
 Stukje Stamboom:
  Elisabeth Carolina Maria BRINKMAN, geboren op 23‑08‑1864 om 10.00 uur te Alkmaar. Vertrekt op 3‑9‑1874 naar Woerden.Op 31‑12‑1879 komt ze terug in Alkmaar uit Woerden".Later komt ze voor op blad B fi 203. Dochter van Bernardus BRINKMAN (zie III.4) en M.Francisca Joh.Caroline LISSONE.
Gehuwd op 21‑jarige leeftijd op 24‑11‑1885 te Alkmaar met Egbertus Hermanus Petrus BROERS, Tabaksverkooper, geboren 1857 te Alkmaar, zoon van Martinus BROERS, Broodbakker, en Anna Hillegonda IBINK.
Uit dit huwelijk:
1.         Maria Carolina Bernard Francisca, geboren op 13‑07‑1888 te Alkmaar.
2.         Henricus Petrus Maria, geboren op 20‑02‑1891 te Alkmaar.
3.         Carolina Gerarda Maria, geboren op 08‑01‑1894 te Alkmaar.
4.         Anna Hillegonda Isabella, geboren op 08‑11‑1896 te Alkmaar.
5.         Bernardus Nicolaas Maria, geboren op 21‑09‑1899 te Alkmaar.
Bernardus BRINKMAN, Timmerman,Molentimmerman, geboren op 31‑10‑1831 te Wormerveer (NH), gedoopt (RK) te Wormerveer (NH), overleden op 25‑10‑1905 te Alkmaar op 73‑jarige leeftijd, zoon van Hermanus BRINKMAN (zie II.2) en Elisabeth HEYDEN van DER.Gehuwd (1) op 28‑jarige leeftijd op 17‑11‑1859 te Wormerveer (NH) met M.Francisca Joh.Caroline LISSONE, 22 jaar oud, geboren op 24‑05‑1837 te Wormerveer (NH) (gezindte: RK), overleden op 16‑02‑1868 te Alkmaar (NH) op 30‑jarige leeftijd, "Bernardus woonde ten tijde van zijn huwelijk in Alkmaar""Akte no 27".Gehuwd (2) op 54‑jarige leeftijd op 19‑10‑1886 te Alkmaar (getuige(n): o.a.Carolus Josephus Lissone en Johannes Brinkman) met Sebilla Francisca Elisabeth  MULLER, 55 jaar oud, geboren op 19‑03‑1831 te Alkmaar, overleden op 15‑05‑1908 te Alkmaar op 77‑jarige leeftijd. Volgens BR Alkmaar 1880‑1900 wonend in Alkmaar blad W fo 109. Dochter van Hendrik    MULLER en Clasina Maria Agnes GEORGER.
1.         
 
C27 = Kad.C643.C27 = Kad.C643Kad.A680datering: 1881.08.01bron: RAA, Arch. Reinigingsdienst 26, Tonnenregister p.78
Mient 13, huis: J.A. vandenBosch (wed.) *, 2 tonnen (ook in 1884, gemerkt 1895) BLOK68-w
datering: 1880
bron: L.F.v.Loo, Armelui p.40 / C.W.Bruinvis, Catalogus Prentverz. (1890) nr.381
bedr: Stoom-margarinefabriek Kinheim
Vergunning tot oprichting 1880.04.06 voor broodbakker J.A. van den Bosch (geb. Waverveen 1813.09.15, zie Laat blok27). Afzet gericht op Engeland. In 1888 20 man personeel boven 18j. en in hetzelfde jaar flink uitgebreid o.a. met ijsmachine capaciteit 500 kg per uur (terrein 3200 m2). Arbeiders: 1901: 100 / 1905: 130 / 1907: 75 / 1913: 7. Bijkantoren in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Leeuwarden, London, Manchester, Leeds en Hull. In 1913 ook productie gecondenseerde melk. Leiding had later G.T.M. van den Bosch (Alkm 1857- Haarlem 1931; raadslid RKSP 1894-1923), een redelijk en sociaal bewogen man. BLOK302 Zie over de margarine-industrie sinds 1872: A.J.W.Camijn (1987), Een eeuw vol bedrijvigheid; Industrialisatie van Nederland.
 
datering: 1884.12.15
en nog 1898.08.28
bron: RAA, Arch. Reinigingsdienst 26, Tonnenregister p.75
Luttik Oudorp 39 en 40, twee pakhuizen: T.G. vandenBosch, 2 tonnen resp. 1 ton BLOK65-n
datering: 1875
 
 
 
bron: RANH, Grondbel. 154, herziening gebouwde eigendommen
Wijk-A492 / huis en erf / Johannes Albertus van den Bosch art.nr.2717 veran
datering: 1883bron: RANH, Grondbel. 721, Alkmaar / Opgaven nieuwbouw en sloop
dienstjaar 1884 nr.11
adres: Laat 61 hoek (Klein) Vijvertje eigenaar Bosch,J.A. van den art.nr.2717
soort: woningverandering: bakkerij gemaakt
  
 
  Dit stuk is uit een oude krant  van 1922 en is niet gecorigeerd.Er  staan oud Hollandse zinnen in , maar dat heb ik niet veranderd. Sommige woorden heb ik wel verbeterd.Herma
 
14-08 1922 G. v. d Bosch Het centrum
BINNENLAND. Buckfast Abbey en de Regale Abdij van Egmond.
Niet te verwonderen. dat het herstel der Benedictijner abdij te Buckfast in Engeland, waarvan onze Roomsche pers ons dezer dagen zulke belangwekkende  mededelingen bracht, zoo algemeen de aandacht heelt getrokken. Zeker, de eigenaardigheid dat deze Abdij, naar middeleeuwsenen trant, geheel door monniken is gebouwd, gaf aan dat bericht een bijzondere aantrekkelijkheid, maar ik ben overtuigd, dat ook wanneer zonder die bijkomstigheid het simpele bericht de ronde had gedaan, dat deze kloosterlijke haard van beschavingsleven, na zoovele eeuwen was hersteld, zonder twijfel vele harten zich zouden hebben verheugd. Immers, alleen reeds het noemen van het woord „abdij" wekt in onze Roomsche harten herinneringen op aan die merkwaardige plaatsen, aan die stille werkplaatsen van genaden, van waar een overvloedige stroom van zegen, godsdienstzin en beschaving uitgaat, zoodat het herstel van een abdij voor ons beteekent: het opnieuw gaan vloeien van zulk een algemeenen en duidelijken beschavingszegen. Maar dan is ook te begrijpen het verlangen, dat eindelijk onze oude abdijen eens mochten worden hersteld: en wie denkt dan niet het eerst aan een herstelde „Regale" abdij van Egmond? Met blijdschap werd in het jaar 1909 het bericht vernomen, dat de historische gronden, waarop eens deze „Koninklijke" abdij stond, Hollands glorie gedurende vele eeuwen, weder Benedictijnsch bezit geworden waren, en ook was het ons een vreugde, toen verleden jaar die andere historische plaats te Egmond, waar op St. Adelbert’s graf de geschiedenis van Roomsch Holland en die der abdij aanvangt, insgelijks het eigendom was geworden van St. Adelbert’s broeders in de orde van St. Benedietus. Maar wat velen in Holland niet weten in verband hiermede en toch behooren te weten, is het volgende, dat men gedrukt vindt in een prospectus, welke de St. Adelbert-stichting heeft moeten uitgeven, om eene leening geplaatst te kunnen krijgen van f 40.000. ten einde een schuld, welke op de abdijgronden rust, te kunnen aflossen. Laat ik het dus hier mededeelen: Dat het Bestuur der Stichting ondanks hare beperkte middelen, zoo spoedig na haar oprichting tot vermelden aankoop kon overgaan, dankte het aan het koninklijke gebaar van eene nobele buitenlandsché vrouwe, welke op uiterst gematigde voorwaarden de voor dien aankoop benoodigde som beschikbaar stelde. Door de veranderde tijdsomstandigheden is het echter noodig, de destijds geleende gelden af te lossen en om die reden wendt de Stichting zich nu tot het Nederlandsche volk. overtuigd dat de velen uit eigen stam niet alleen «unn en doen wat tot heden een enkele deed, maar er prijs op zullen stellen dit te mogen doen: „Het terrein van de voormalige abdij van Egmond moet Benedictijnsch bezit blijven! om daar. als de tijden vol zijn, den Bestuurszetel der Stichting over te brengen." Waarlijk, indien het bovenstaande meer bekend ware geweest, zou die leening reeds lang geplaatst zijn. ik durf meer zeggen, dan was de schuld wellicht nu reeds gedelgd; want, hoe slecht de tijden ook zijn, zoo arm is Holland nog niet, dat er geen geld meer zou zijn om zulk een „eereschuld" in te lossen. En nu las ik in de katholieke bladen van Zaterdag j.l. boven een nieuw bericht over „Buckfast Abbey" den titel „Buckfast abbey en de gevolgen van een ingezonden stuk", waaruit ik deze conclusie trok: het herstel der abdij van Buckfast is te danken aan of is het gevolg van een „Ingezonden stuk". Welnu, dacht ik, laat ik het Engelsche voorbeeld volgen, en ook door een „Ingezonden stuk" de aandacht vragen voor de „Regale Abdij" van Egmond; de Roomsche Hollandsche pers. welke de aandacht voor Buckfast vroeg, zal het zeker niet minder gaarne voor Egmond doen. ,_.,.,. Ik las verder, dat Engeland voor Buckfast Abbey ruim £ 20.C00 bijeen heeft gebracht, een som, welke ik niet in Hollandsche guldens voor Egmond zou durven vragen, al is het dit ook dubbel en dwars waard. Maar wat ik wel durf vragen is dit: zijn er in Holland nu geen 400 menschen te vinden, die door het nemen van een aandeeltje van f 100, tegen een gescheiden rente geleend, de bestaande schuld der St. Adelbertstichting willen helpen aflossen, of, door een kleine gift willen helpen delgen ? Voor het eerst zijn nog geen 400 noodig, want 100 aandeeltjes werden reeds geplaatst, en bovendien ieder mag er meer dan een nemen. . , . . Ik dacht verder: Als zoovele honderden Roomsche ijveraars, ijveraarsters en propagandisten eens wisten, hoe gemakkelijk zij zouden kunnen zorgen, dat op St. Adelberts graf een kapelletje kwam, zooals er van ouds een geweest is, zouden zij zich dan niet gaarne met dat mooie werk willen belasten, en zoo helpen voorbereiden de vervulling van het heerlijk ideaal, dat ook zoovele niet-katholieken zouden toejuichen, aan Holland zijn Koninklijke Abdij wedergeven? . Zoo schreef ik dan in navolging van mijn onbekenden Engelschen vriend mijn „ingezonden stuk" en ik kan slechts hopen, dat het even zegenrijke gevolgen zal hebben als het zijne. … . Wanneer toekomstige aandeelhouders slechts willen opgeven hoeveel aandeeltjes zij wenschen te nemen, dan wordt er gezorgd  dat de penningmeester der St. Adelbertstichting hen direct gerieft. Zij, die willen helpen om de schuld te delgen, zenden hun schenkingen hetzij direct aan het bestuur der 3t. Adelbertstichting. adres St. Paulusabdij te Oosterhout, of aan een der onderstaande adressen. Ijveraars en ijveraarstets, die zich aan het hoofd willen stellen van een groep medewerkers of medewerksters, gelieven! mii hun namen op te geven; het is een voornaam en nobel werk, waarvoor  toewijding wordt gevraagd; binnen- landsen missiewerk tevens in  den besten zin des woords, zooals ik hun gaarne zal toelichten. „ „ Alkmaar, op St. Laurentsdag. Adres: Kennemersingel 12. G. Th. M. VAN DEN BOSCH. teerdere vrienden van Egmond hebben zich vereenigd tot een Comité, onder den titel «De Vrienden van Egmond". Namens hen zullen uw bijdragen voor het dubbele doel  schulddelging der gronden van Egmond en stichten van de St. Adelberts- Kapel gaarne ontvangen per orden door: pastoor F. Karskens, Rinnegom-Egmond; Prof. dr.  Sassen. Seminarie Rolduc; Jan Stuyt. Bezuidenhout 195. Den Haag; dr. Gerard Brom, St. Annastraat 185, Nijmegen; Alph. Laudy. Laarder weg 172, Hilversum; L. C. F. M. Smulders, Maliesingel 39. Utrecht; A. B. A. van Ketel. Duinrust, Overveen; P. van der Meer de Walcheren, Nassaulaan 3, Helmond; G. Th. Al. van den Bosch, Kennemersingel 12, Alkmaar.
 
 
 
Adresboeken - Regionaal Archief Alkmaar | Pictura PeriodiekenviewerAdresboek van
Alkmaar, 1885; p. 17/150
  
  
Adresboek
Bosch. G. van den, winkelier in kruiden13
Bosch. J. A. van den, broodbakker, mient C 4.
Bosch T. G. van den, winkelier in kruiden, en      grutterswaren,  
 
 De Keizerskroon
 
 
Bosch J. A. van den, fabrikant van magarine-boter, mient 13. Bosch en zonen. 
 
 
 
Bosch. T. G. van den, winkelier in grutters- en kruidenierswaren, fabrikant van margarineboter
Bosch. G. T. M. van den, fabrikant van margarineboter, paardenmarkt 4.       
Kunstboterfabriek, „Kinheim", kanaal Helderscheweg, firma J.A. van den Bosch en Zonen. *    
Bosch. G. T. M. van den, ‘fabrikant,, Heldersche weg.
Bosch en Zonen. J. A. van den, (firma)    fabrikanten van margarine boter 21  .    
Bosch. T. G. van den, koopman en winkelier. in   kruidenierswaren,  penningm.  
T. G. van den Bosch.158, Breestraat.  
 
Bosch. G. T. M. van den, fabrikant van margarineboter, (firma J. A. van den Bosch en Zonen .T.G. van den Bosch, penningm. A. de Vries.159 T. G. van den Bosch, vice-pres. J. C. Witte, secr.   
Bosch. T. G. van den, koopman en winkelier in kruideniers waren,  fabrikant van margarineboter .
Bosch. G. T. M. van den, fabrikant van margarineboter(firma J. A. van den Bosch
G. v.d Bosch deed nog veel meer:
 
 
ONZE  LIEVE VROUW TER NOOD
HEILOO
–
Oprichting O.L.Vr. ter Nood
 
 
 
Op de pagina van geschiedenis van kapel staat een groot stuk geschiedenis over de heer Gerrit v.d Bosch.
 
Tekening  uit 1531 van 1e kapel .Deze werd verwoest door DIRK VAN SONOY
Onze Lieve vrouw ter Nood.Opening van kapel , de 1e bruidjes.
 —
 
 
 
 
  
 
 
 
   

 

 

 

 

 Bisschoppelijke Commissie 1929

van l . naar r.
C.J. Gonnet, Mgr. P. Stroomer, pastoor A.J.M. van Meeuwen, Gerrit v.d.Bosch, deken Ooms, en Jan Stuyt.
 
 09-09-1922 G. v.d Bosch . 

 

 

 

 

 Kennemerland roept!

Van verschillende zijden mocht ik ervaren, dat mijn ingezonden stuk „Buckfast Ab’oey’" en „De Regale Abdij van Egmond" een weerklank was van het verlangen dat in veler harten leeft, het herstellen van alles wat eens de glorie was van het gezegende en historisch zoo belangrijke Kennemerland. Het was natuurlijk eene groote voldoening dat mij reeds na enkele dagen een verzoek bereikte om een paar aandeeltjes te zenden van de St. Adelbertstichting. dat ik postwisseltjes mocht ontvangen als bijdragen „Voor St. Adelbert" en „Voor Egmond". Maar… ik moet om eerlijk te blijven, ook erkennen, dat ik meer adhaesie betuigingen „zonder"’ dan ..met" bijdragen ontving. Dit nu kan geen verwondering wekken; het is verklaarbaar dat men niet onmiddellijk nadat men een sympathiek krantenbericht gelezen heeft, opstaat om een postwissel uit te schrijven, of ecu „girootje te sturen. Maar dat de goede wil bij velen gewekt is, staat vast en nu wacht men slechts op de goede gelegenheid om te kunnen doen waartoe het hart genegen is. Welnu, die gelegenheid zal allen weldra worden geschonken. Eerdaags zullen reeds op vele plaatsen — en velen zullen nog volgen — de rijk geïllustreerde brochures „Egmond en de St." Adelberts stichting" worden aangeboden, en wel tot zulk een minimum prijsje dal de meesten zich gedrongen zullen gevoelen om er meer voor te geven dan hetgeen er minstens voor moet worden gevraagd. En wanneer men dan op zij n gemak leest wat er eens in Kennemerland was, wat er verloren ging, wat er ons wordt wedergegeven en wat daarvan de genaderijke gevolgen zullen zijn, dan zal het zoo Gemakkelijk vallen om liet geperforeerde strookje in te vullen der circulaire welke men in iedere brochure zal vinden want da» heeft men de roepstem gehoord van liet herlevend Kennemerland, en die stem is ,de roep des Heren" tot ons komend uit dit heerlijk land van belofte. .. Ja, .ecu land van belofte"; alles wijst daarop en wie de tekenen ziet, wie zal het kunnen ontkennen? Nog in 1004 vinden wij te Heiloo een zoo goed als onbekend stukje arm kreupelhout waar eens het heerlijk Heiligdom was van O LV ter Nood; slechts wat oude stenen vinden wij over op de plek waar eens de luisterrijke „Koninklijke" Abdij van Egmond het landschap sierde, en de meest historische plaats aldaar, waar het verheerlijkte graf was van den Apostel van Kennemerland. St. Adelbert. was slechts een onbeduidend stukje oouwland. waarvan alleen de naam ,fit. Adelbertakkcr" droeve herinnering wakker riep. ziende het jammerlijk verval van de plaats waar wij het begin hebben te_ zoeken van de voornaamste bladzijden uit de geschiedenis van Rooms Holland. En nu? In schoner luister dan ooit trekt het heerlijk genadeoord der H. Maagd te Heiloo jaarlijks duizenden pelgrims naar “Genade soet" waar men tevens eert den Apostel van Nederland. St. Wilibrordus. zooals dat van ouds placht te geschieden. Aleer dan ooit trekt het aloude Egmond aller aandacht, waar de Benedictijnen, hetzelfde jaar waarin de kapel der H. Maagd hersteld was (1000) weder de bezitters werden van de grond. der „Konninklijke Abdij, welke in 1573 gelijk met de kapel der H. Maagd verwoest was. en waar in, dit jaar St. Adelbert’s graf, als van ouds, ons heerlijk rooms bezit werd; het is als het ontwaken van ons rijke Roomse verleden. , Kennemerland roept en wat wij horen is de roep des Heren; wie zal er weer aan bieden? Rooms Holland, dat op edelmoedige wijze aan de H. Maagd te Heiloo Haar Heiligdom heeft weggegeven, zal er voor zorgen dat wat te Heiloo begonnen is, in Egmond zijn bekroning zal vinden. Als allen iets doen, dan zal ook, ondanks den nood des tijds. de Egmonder Abdijgronden weldra „onbezwaard bezit" zijn. wat passend is. en zal men spoedig een aanvang kunnen maken met den bouw van een bescheiden kapelletje bij St. Adelbert’s graf En als dat bereikt is. als weder het H. Offer zal worden opgedragen, op de plek waar eens St. Adelbert bad voor het door Hem gekerstende volk. dan zal er een ongekende bron van zegen uitgaan over ons land en zijn gehele bevolking, waartoe zeer velen mogen medewerken. Alkmaar, 4 September 1022. G. TH. M VAN DEN BOSCH, Kennemersingel, 12.

 

 

 

 

  

 foto Archief Alkmaar

 De raad van het huis van  achten

 

 

      Het huis van achten  –-

--

 

-

  Huis van Achten Huis va                           –
 
 
– 
 

 

  In 1905 was hij de enige   –
De naam de diaconie
 
 
 
 
 
 
 
 
G—-
      

 

   

 

RSS replies
RSS replies
Trackback
Trackback

Schrijf een reply

Je kunt deze tags gebruiken : <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Navigation

  • De kruisweg
  • De Millersisters
  • De Montfortanen
  • Egmond aan Zee
  • G v.d Bosch
  • Geboorte
  • Henk Stoop .
  • Kapel 1
  • Kapel 2
  • O.K.Kerk
  • P.M. de Waard s.m.m.
  • Rouwen
  • Vrouwe van A’dam
  • Zr.Humilia
  • Zr.Juliaantjes

Zoeken

rss RSS replies design by jide