Kapel Evenementen

Evenementen en bedevaarten rondom de Onze Lieve Vrouw Ter Nood kapel te Heiloo
  • rss
  • Home
  • O.K.Kerk
  • Rouwen
  • Geboorte
  • luisteren 3
  • Links
  • Luisteren 2
  • O.L.Vr ter Nood gesch.
  • Geschiedenis in kerk en wereld
  • Zuster Humilia
  • Fam.Brouwer
  • De heer v.d.Bosch
  • Julianazusters
  • Familie Out
  • Ida Peerdeman
  • kerkberichten in Heiloo !!!
  • De kruisweg van kapel Heiloo
  • Montfortanen SMM

O.L.Vr ter Nood gesch.

  

 

Video 15 aug. 2010 .Op letters tikken.

http://www.youtube.com/watch?v=JKG3yOF3vN8

 

Video  Kapel deel 1

http://www.youtube.comdeel /watch?v=a7zWF8vfOeo

                 

 

http://www.out-dewaard.scarlet.nl/

Eigen website Herma Out

 –

 

http://www.youtube.com/watch?v=CWR7LRmvzwQ

Filmpje over kapel 2

 

 

Nicolaas beets schreef een gedicht over Heiloo.

 Van de heer Welagen uit Heemskerk kreeg ik een gedicht  uit 1886 met de hand   geschreven door Guurtje Bakkum. 

 –

 Over onze Lieve vrouw ter Nood  Heiloo 

  

 

–

Bisschoppen van Haarlem.

Franciscus Josefus van Vree, 1853-1861

  • Gerardus Petrus Wilmer, 1861-1877
  • Petrus Matthias Snickers, 1877-1883
  • Caspar Josefus Martinus Bottemanne, 1883-1903
  • Augustinus Josephus Callier, 1903-1928
  • Joannes Dominicus Joseph Aengenent, 1928-1935
  • Joannes Petrus Huibers, 1935-1960
  • Johannes Antonius Eduardus van Dodewaard, 1960-1966
  • Theodorus Henricus Johannes Zwartkruis, 1966-1983
  • Henricus Joseph Aloysius Bomers, 1983-1998

Bisschop van Haarlem-Amsterdam (vanaf 2009)

  • Jozefus Marianus Punt, (1998) 2001

 Mgr Punt               

 

 

Jos Punt

Jozef Marianus (Jos) Punt (Alkmaar, 10 januari1946) is de bisschop van het Rooms-katholiekebisdom Haarlem-Amsterdam, dat tot 1 januari 2009 bisdom Haarlem heette. Zijn wapenspreuk luidt: Sub tuum praesidium (Onder Uw bescherming).

Opleiding

Hoewel hij rooms-katholiek werd opgevoed, hield hij het katholieke geloof tijdens zijn universitaire studie economie min of meer voor gezien en verdiepte hij zich uitvoerig in de esoterie en de gnostiek. Ook sloot hij zich toentertijd aan bij de Rozenkruisers. Hij las echter ook de Bijbel en allerlei andere christelijke geschriften. Deze spraken hem op een gegeven moment meer aan en deden hem besluiten terug te keren tot het katholieke geloof en zich te laten opleiden tot katholiek priester teneinde volledig voor het katholieke geloof werkzaam te kunnen zijn.

In 1973 behaalde hij het doctoraalexamen economie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1974, zich bewust van zijn roeping, meldde hij zich aan bij het enige priesterseminarie dat Nederland destijds kende, het grootseminarieRolduc van het bisdom Roermond. Punt werd op 9 juni1979 door bisschop Gijsen in de kathedrale kerk van St. Christoffel in Roermond tot priester gewijd.

Daarna verbleef Punt twee jaar in Augsburg waar hij de sociale leer van de Katholieke Kerk bestudeerde. Na deze periode werd hij docent op Rolduc terwijl hij werkte aan zijn proefschrift Die Idee der Menschenrechte. In 1984 promoveerde hij summa cum laude tot doctor in de theologie aan de Universiteit van Augsburg.

 Bisschop

Op 1 juli 1995 werd Jos Punt door kardinaal Simonis, bisschop Bomers en bisschop Wiertz in de Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem tot bisschop gewijd en tot hulpbisschop van Haarlem benoemd.

Toen Bomers in 1998 overleed, werd Punt benoemd tot apostolisch administrator. Pas na drie jaar, op 21 juli2001 werd hij tot bisschop benoemd van het bisdom Haarlem - een naar verhouding tamelijk lange sedisvacatio. Hij wordt sinds 24 juni 2000 bijgestaan door hulpbisschop Johannes Gerardus Maria van BurgstedenS.S.S.

Sinds de oprichting van het bisdom in 1559 is Punt de dertiende bisschop. Gerekend vanaf het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 is hij de elfde bisschop.

In mei 2006 keerde bisschop Punt zich publiekelijk op televisie tegen het boek De Da Vinci Code van de Amerikaanse schrijver Dan Brown. Volgens Punt bestaat het boek voor negentig procent uit fictie en is dat ook bewezen terwijl schrijver Brown zou voorspiegelen dat het anders zou liggen.

Naast zijn functie als bisschop van Haarlem-Amsterdam is Punt legerbisschop voor de Nederlandse Krijgsmacht.

Maria

Bisschop Punt heeft van moederskant een sterke band met Maria meegekregen, zoals blijkt uit zijn speciale devotie voor de verschijningen van Maria in Amsterdam (de Vrouwe van alle Volken), zijn verering voor Maria als ‘Medeverlosseres’ en als ‘Middelares van Alle Genade’ en zijn aan een Mariagebed ontleende wapenspreuk. Op de door hem ge-entameerde Gebeds- en ontmoetingsdag voor de Vrouwe, 23 mei2010, (Pinksteren), in de Beurs van Berlage te Amsterdam kwamen 1300 mensen af. De bijeenkomst is al enige jaren een traditie.

                                              

Henricus Joseph Aloysius (Henny) Bomers C.M. (Groenlo, 19 april1936 - Haarlem, 12 september1998) was een katholiekprelaat. Hij was bisschop van het RKbisdom Haarlem van 1983 tot zijn dood in 1998.

Henny Bomers trad in 1957 toe tot de congregatie van de paters Lazaristen. Hij werd priester gewijd op 19 maart1964. Na enkele jaren filosofie gestudeerd te hebben aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, een studie die hij niet afrondde, vertrok hij in 1967 naar Ethiopië en bleef daar tot 1983. Hij was er docent filosofie aan het grootseminarie te Addis Abeba en vanaf 1973 regionaal overste van de Lazaristen. In 1977 benoemde paus Paulus VI hem tot titulair-bisschop van Avioccola en tot apostolisch vicaris van Gimma/Nekemte. Op 9 juli1978 ontving hij in Groenlo de bisschopswijding uit handen van kardinaal Alfrink.

Op 21 oktober1983 werd hij (op dezelfde dag dat Joseph Lescrauwaet hulpbisschop werd) tot bisschop-coadjutor van Haarlem benoemd. Zijn benoeming - die zonder overleg met de diocesaan bissschop Theodorus Zwartkruis tot standgekomen was - zorgde voor een schok in het bisdom. Mgr. Zwartkruis overleed diezelfde avond. Aanvankelijk ontstonden geruchten over een mogelijk verband tussen Zwartkruis’ dood en de benoeming van de twee nieuwe hulpbisschoppen. Later onderzoek van het bisdom zelf kon dat verband overigens niet leggen.

Bomers werd vervolgens benoemd tot bisschop van Haarlem in welke functie hij tot zijn dood bleef. Tijdens zijn episcopaat had hij te maken met een sterke polarisatie gericht op zijn persoon onder de gelovigen en binnen de bestuursorganen van het Haarlemse diocees.

Begin jaren 1990 zegde Bomers zijn lidmaatschap van het CDA op uit protest tegen het beleid van die partij inzake de euthanasiewetgeving. In 1993 ging Bomers akkoord met de oprichting van een convict voor aanstaande buitenlandse priesters van de Neo-catechumenale Weg in Nieuwe Niedorp. Tijdens zijn episcopaat richtte hij in 1996 ook het diocesane grootseminarie opnieuw op[1][2]. Bomers overleed onverwacht, aan de gevolgen van een hartaanval, die hem tijdens een korte wandeling trof.

Mgr.Zwartkruis

Na de plotselinge, voortijdige dood in maart 1966 van bisschop dr. Van Dodewaard van Haarlem benoemde paus Paulus VI op 18 augustus1966 de Haarlemse deken tot diens opvolger; hij werd op 15 oktober door Kardinaal Alfrink gewijd. Medewijdende bisschoppen waren bisschop Martinus Jansen van Rotterdam en aartsbisschop James D. Scanlon van Glasgow. Zwartkruis’ wapenspreuk luidde: Waarheid - eenheid - liefde.

‘Eenheid en liefde’ heeft Zwartkruis zeker moeten ontberen. Jaren van hevige polarisatie volgden, in Nederland maar zeker in het bisdom Haarlem; talrijke priesters legden hun ambt neer om te trouwen, in Rome sloeg men met verbijstering gade hoe de Nederlandse Katholieke Kerk steeds verder leek weg te drijven van de vaste kaders rond ambt, eucharistie, klooster en celibaat. In Amsterdam werd het conflict rondom het celibaat op de spits gedreven door Huub Oosterhuis, die uiteindelijk als gehuwd priester ook zijn gemeente (tot de dag van vandaag 2010) meekreeg in de zogeheten vrije opstelling, buiten verantwoordelijkheid van de bisschop.

Noch de gematigde, maar weifelende Zwartkruis noch diens als progressief te boek staande vicaris-generaal Harrie Kuipers heeft die situatie kunnen veranderen.

Overlijden

Mgr. Zwartkruis, 73 jaar, vermoeid maar nog niet aan zijn emeritaat toe, overleed twee dagen nadat officieel bekend werd dat paus Johannes Paulus II twee roomsgezinde hulpbisschoppen (Henricus BomersC.M. (als coadjutor) en Joseph LescrauwaetM.S.C.) aan het bisdom had toegevoegd. De benoeming was ongebruikelijkerwijs gedaan zonder enig overleg met Zwartkruis. Meteen werd een verband gesuggereerd tussen deze benoemingen en Zwartkruis’ overlijden. Dit verband kon - ook na onderzoek van het bisdom zelf - niet worden aangetoond. Zwartkruis kende Bomers, een missiebisschop uit Ethiopië, helemaal niet. Lescrauwaet kende hij goed: net als Zwartkruis een Amsterdammer en oud-leerling van de

 Joannes van Dodewaard

Joannes Antonius Eduardus van Dodewaard (Arnhem, 7 juni1913 – Haarlem, 9 maart1966) was rooms-katholiek bisschop van het Bisdom Haarlem in de periode 1960-1966.

Mgr. Van Dodewaard werd op 11 juli 1938 tot priester gewijd. Kort daarna ging hij naar Rome om bijbelwetenschappen te studeren. Van 1948–1958 doceerde hij bijbelwetenschappen aan het Grootseminarie te Warmond.

In 1958 werd hij benoemd tot coadjutor van het bisdom Haarlem. Op 27 juni 1960 volgde hij mgr. J.P. Huibers op als bisschop. Van Dodewaard was een voorvechter van de vernieuwing van de kerk door het lekenoverleg. Hij had plannen voor het oprichten van een bisdomsraad waarin hij ook niet-katholieken willen betrekken. Na zijn plotselinge overlijden (52) in 1966 werd hij opgevolgd door T.H.J. Zwartkruis 

 

Mgr. Huibers

Huibers groeide op als zoon van een bouwondernemer. Als jongetje legde hij de eerste steen voor de bouw van het Centraal Station in Amsterdam. Hij studeerde aan het kleinseminarieHageveld en aan het grootseminarie in Warmond. Na zijn priesterwijding was hij korte tijd kapelaan en werd vervolgens docent op Hageveld. Hij werd daarna pastoor in Amsterdam. Hij hield een gedenkwaardige redevoering tijdens het Eucharistisch Congres in Amsterdam in 1922, getiteld Geloof, Hoop en Liefde in Amsterdam. Hij was inmiddels deken van Amsterdam.

 Bisschop

In 1935 benoemde paus Pius XI hem tot bisschop van Haarlem, als opvolger van de overleden Johannes Aengenent. In die hoedanigheid was hij een van de auteurs van de herderlijke brief uit 1941 van de Nederlandse bisschoppenconferentie die ieder contact tussen katholieken en nationaalsocialisten verbood. Na de oorlog zag hij zich voor de taak gesteld veel van het beschadigde kerkelijk erfgoed te herstellen.

In 1956 volgde een grote splitsing van zijn bisdom: het bisdom Rotterdam werd opgericht. Huibers was nu feitelijk alleen de bisschop voor Noord-Holland.

 Vrouwe

Na de oorlog kreeg Huibers te maken met de verschijningen van de Vrouwe van alle volkeren aan ene Ida Peerdeman in Amsterdam. Naarmate deze meer bekend werden, door- en doorgingen en zelfs tot het omstreden ‘dogma’ van ‘Maria Medeverlosseres’ werden gemunt, kon ook Huibers er niet meer omheen en moest er een onderzoek komen, met een commissie waar onder meer de latere kardinaalJohannes Willebrands deel van uitmaakte. De commissie beoordeelde de zogenaamde visioenen en verschijningen van Peerdeman als zuiver natuurlijk (dat wil zeggen: beslist niet van bovennatuurlijke origine), om niet te zeggen zuur, bits en egocentrisch. Huibers zag het al voor zich: een reusachtige Aya Sophia-achtige kerk nabij de RAI in Amsterdam, zoals Peerdeman de wens van de ‘Vrouwe’ verwoordde, de pelgrims bij tienduizenden naar de goddeloze stad - maar hij legde zich toch neer bij het oordeel van zijn commissie. De devotie tot de Medeverlosseres werd aanvankelijk verboden, later gedoogd in een piepklein kapelletje aan de Diepenbrockstraat.

Aan het begin van de 21ste eeuw zou bisschop Jos Punt, zelf als jongetje aan diezelfde ‘Vrouwe van alle volkeren’ opgedragen, de devotie als ‘bovennatuurlijk’ verklaren, de verering vrijgeven en tot een zekere nieuwe bloei brengen.[1][2]

 

 

In 1958 kreeg Huibers een coadjutor in de persoon van Joannes van Dodewaard. Deze volgde hem in 1960 op.

Na zijn aftreden werd Huibers benoemd tot titulair aartsbisschop van Cypsela. Hij trok zich terug op het landgoed Bosbeek in Heemstede, waar hij in 1969 overleed, een paar jaar na de plotselinge dood van zijn opvolger.

 

  

Mgr.Aengenent 

 

Voorganger:
A
ugustinus Callier
Bisschop van Haarlem
1928-1935
Opvolger:
Johannes Petrus Huibers

 

   http://www.youtube.com/watch?v=u4t06MacLeM

Filmpje over de kapel

 

 

  

Geschiedenis kapel
 
 –De heer v.d. Bosch
Met ridderkruis Oranje-Nassau!!!!!
 
 
 Dhr. G. v.d.Bosch     * 8 September 1857      + 18 Januari    1931  
In de krant van 17-09-1934: Na het pontificaal lof op den St. Adelbertusakker te Egmond Binnen (in verband met de 1e steenlegging voor de te herbouwen  abdij) hebben, naar de MSB meedeelt,velen , die de plechtigheid hadden bijgewoond, gevolg gegeven aan de uitnodiging van pastoor W.Nolet, om een bezoek te brengen aan het graf van Gerrit van den Bosch, den grooten promotor voor het herstel van de abdij.
Gerrit van de Bosch zette zich dus ook enorm in voor de herbouw van de abdij te Egmond Binnen.
De naam Onze Lieve Vrouw ter Nood.
Uit  genezend bronwater met geuzenbloed.Door Bob de Mon.
 De kapel die de Alkmaarse koopman ( reder ) Johannes Mors bij de Runxputte  had laten neerzetten , gaat tijdens  Alkmaars ontzet in 1573 verloren. Wat rest is een ruine  De put is gedempt  en het geneeskrachtig water blijft ruim een eeuw  lang diep onder de grond.. Toch blijven de pelgrims  onverminderd naar de resten van de kapel komen en maken  er op hun knie-en  hun rondjes. Dit geheel tegen de zin van de protestantse overheid  die in 1637 de ruine  laat afbreken .  In 1713 komt de bedevaartsplaats  weer in de belangstelling .De runderpest heerst alom  en de boeren  zijn radeloos.Alleen de hemel kan uitkomst  brengen.Dan doet het verhaal de ronde dat er weer water in de put stroomt.Het water kan ook vee genezen en zo begint  een stormloop op de oude put.
De protestanten begrijpen er niets van  tekenen boos het volgende op.
Rond de vermelde plek staan  3 of 4 huizen  die als herbergen zijn ingericht voor de bedevaartgangers  die hier van alle kanten heen komen  om te bidden. De bewoners  van de huizen hebben s’nachts  in het donker deze waterfontijn, die met felle stralen omhoog spoot , ontdekt  en dit als een wonder verder verteld. Zij voegden  er aan toe  dat het water heilig was en een voortreffelijk middel  tegen de heersende runderpest .
 
 
 
 
 
Een der kasteleins hield  dit zodanig  met stijve kaken  vol , dat zijn verzinsel  bij de eenvoudige roomsen  geloof vond  en overal verspreid werd. De  toeloop van deze onnozelaars is de 1e dagen na het voorgewende mirakel ongewoon groot geweest. Doch de toeloop hield welhaast op toen het water geen effect bleek te hebben en verstandige lieden , ofschoon ze rooms waren , duidelijk inzagen dat dit zogenaamde wonder een slimme zet van de kastelein en zijn vrouw  was om hun slappe nering wat op te voeren.    
Een jaar later bemoeien de predikanten  Adrianus Bijl en Guiliemus Vermaten  zich met de zaak . Zij stellen hoogstpersoonlijk een onderzoek  in en komentot de conclusie: : Nog ieder jaar trekken mensen van alle rang en stand naar de plek waar de kapel gestaan heeft.Er wordt gebeden , men kruipt er rond op de knie-en!  maar erger toch is het opnieuw opborrelen van de waterwel.Men trekt zelfs uit Braband en Limburg hierheen , nu ze weten dat daar de Runxputte ligt.  
 
Mgr. Graaf ,geleerde historieschrijver en eerste voorzitter van de Bisschoppelijke Commissie , heeft aangetoond dat de titel :"de nood"  moet worden gelezen als: "O.L. Vrouw hulp in onze nood."
De H. Maagd  werd aangeroepen als helpster  der mensheid  in hun noodwendigheid.
 O.L. Vr. van Kevelaer heeft de titel troosteres der bedrukten.
Even was er verwarring over de naam .
 
Niet zoals men een poosje dacht als de Moeder van de Smarten, de moeder die zelf in verdrietig is. In het lied wat :"Liedeke van Heylo" is, wordt ook gesproken over de smarten van de mensen en niet over de smarten van Maria zelf.
 De heer Cornelis Emke
 
 
 
 
De Bissch.Com. 
 
 
Eerste bisschoppelijke Commissie
 
 
 
 
Pastoor Seuter werd bij zijn vertrek  uit Heiloo ( 1917) vervangen door pastoor de Jong, die  op zijn beurt weer vervangen werd door pastoor van Meeuwen.
 
Mgr.Graaf overleed  in 1924 .Zijn opvolger was Deken Stroomer,  die werd na zijn overlijden  in 1929  opgevolgd door W. Nolet.
 
Pater Kronenburg trad 19 mei  1924 af i.v.m. hoge leeftijd .In plaats van hem kwam pastoor Ch. Meysing van  Wassenaar.De heer Gonnet overleed in 1926 en werd niet vervangen.
 
Gerrit van den Bosch  overleed 18 februari 1931 .Zijn plaats als secretaris werd ingenomen door Dr. J.A.J. Barnhoorn en als penningmeester door pastoor van Meeuwen.
 
In 1930 werd het Heiligdom overgeschreven  op de O.L.Vrouw ter Nood- stichting, die opgericht werd bij akte  27 maart 1930  voor Notaris Verkade in  Alkmaar verleden.
 
 
 
 1925 De Bisschoppelijke Commissie
Van Links naar rechts:
C.J.Gonnet, Mgr. P Stroomer,pastoor A.J. M. van Meeuwen, Gerrit van den Bosch met ridderkruis  van Oranje -Nassau, deken Ooms ( bissch Commissaris) en Jan Stuyt.
 
 
 
 
 
Willibrort Cafe
 
 
 
 
 
 
 
  De oudste foto is  uit 1919. De vijver is er nog steeds. Vroeger leerden de buurkinderen hier schaatsen voor ze het echte ijs op mochten.Op de rechter foto ziet  u picknickers Op de foto’s rechts boven  ziet u het koffiehuis St.Willibrort.onderste foto’s zijn van cafe Pelgrimsrust.
Op de foto’s  ziet u de 1e manier van bedevaarten, er was alleen een kruis en bidstoeltje/bankje.
 
http://www.youtube.com/watch?v=CWR7LRmvzwQ
Filmpje deel 2 kapel
 
 
 
 
Er waren heel wat  serviezen met afbeeldingen van kapel erop.
 
 
Pastoor van Geelen weet door een slimme zet  de kapel-grond te verwerven  in 1902
Als de margarinefabrikant  de oude Runxputte heeft terug gevonden (19 maart 1905 ), realiseert hij zich dat hij nog wel eens problemen  kan krijgen. Hij heeft de opgravingen zonder medeweten van bisschop Callier laten geschieden  en daar wringt de schoen  op een geweldige manier. Plotseling herinnert  hij zich dat er in 1830 een verbod was op het houden van bedevaarten.
Monseigneur Callier was echter zeer verheugd  over de actie van v.d. Bosch en gaf hem alle zegen ,omdat de devotie  tot Onze Lieve Vrouw ter Nood  in Heiloo in ere hersteld  kon worden. Daardoor liet v.d.Bosch verder graven en nog geen week later stootte  hij op de fundamenten van de oude kapel  die rond 1400  moest zijn gebouwd.De innig gelukkige margarinefabrikant liet van vreugde een kruisplaatsen en een knielbank  en knielde daar als 1e op.  Als  de eerste pelgrims  op 16 julie 1905 weer toestromen  bevindt zich onder hen ook Kees Enke .De meer dan 90 jaar oude werkman strompeld gelukkig mee. Hij laat iedereen weten dat hij in 1830 de laatset bedevaart ook meegelopen heeft.
 
 Pastoor Suidgeest
 
Als pastoor Suidgeest uit Egmond aan Zee tijdens de 1e wereldoorlog 2 processies laat organiseren , loopt het aantal  pelgrims op tot  3700 . De dorpspastoor bevordert  zonder medeweten van het episcopaat "Onze Lieve Vrouw ter Nood" tot "KONING VAN DE VREDE" .De bisschoppelijke Commisssie laat per brief aan margarinefabrikant Gerrit v.d Bosch  weten: "Ik hoop van ganser harte dat de man  zich stilhoudt ,anders krijgen we nog verklaringen  en pourparles = praatjes, die verre van stichtend  zijn en de devotie  alleen maar kunnen schaden".
Er wordt niet meer schade aangebracht dan een paar gekrengte zielen  en de pelgrims blijven met duizenden toestromen.
 In 1909 verschijnt er na ruim 3 eeuwen weer een kapel bij de Runxputte.Na 4 jaar is deze al ontoereikend voor de kerkgangers en in 1913 komt er dan ook een veel grotere noodkerk.Deze biedt plaats aan meer dan 1000 personenOok nu nog gaat deze kerk regelmatig helemaal vol. De aannemer is de heer Smit uit Alkmaar en voor Fl. 18.800  zet hij de kerk neer met de bedoeling dat de heer J. Stuijt een ontwerp maakt om over 50 jaar een  basiliek neer te zetten.
 Jan Stuijt tekent wel de Genade kapel  in 1930 begint men daar aan.Een voorbeeld van meesterschap.De uit natuursteen opgetrokken  kapel oogt alsof  deze er al eeuwen staat. ( Nivelsteiner steen)
Han Bijvoet  maakt de wandschilderingen
  
 
 
 
 
 
—
 
 
 
 
   Pastoor Suidgeest.

Jan Stuyt (Purmerend, 21 augustus 1868 – Den Haag, 11 juli 1934) was een Nederlands architect.

Leven en werk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stuyt geldt als een van de belangrijkste Nederlandse kerkenbouwers van de 20e eeuw. Voor de katholieke zuil ontwierp hij bovendien kloosters, ziekenhuizen en scholen. In de Limburgse mijnstreek verrezen enkele woonwijken volgens ntwerpen van Stuyt. Stuyt had van 1908 tot 1917 een kantoor in Amsterdam. Daarna woonde hij, tot zijn overlijden, in Den Haag.

Stuyt werkte vanaf 1883 als leerling op het kantoor van A.C. Bleijs, waar op dat moment de voorbereidingen voor de bouw van de Sint Nicolaaskerk in Amsterdam in volle gang waren. Bleijs’ voorkeur voor de romaanse stijl was van blijvende invloed op Stuyt. In 1891 trad hij in dienst van de firma Cuypers in Amsterdam. Tussen 1895 en 1898 was hij hoofdopzichter bij de bouw van de Sint-Bavokathedraal. In 1898 ontwierp hij een kerk voor de Poolse stad Łódź, die echter niet werd geaccepteerd. Het jaar daarna volgde het ontwerp voor de Sacramentskerk in de Deense hoofdstad Kopenhagen, dat wel werd geaccepteerd, al liet de bouw van de kerk nog tot 1915 op zich wachten. Zijn eerste kerk, de Sint-Pancratiuskerk, tevens zijn eerste uitgevoerde ontwerp, bouwde Stuyt in 1899-1900 in Sloten.

Na dit eerste succes ging Stuyt een partnerschap aan met Jos Cuypers, met wie hij tot 1908 zou samenwerken. Gedurende deze periode zouden beide architecten steeds meer loskomen van de heersende neogotiek. Het is onduidelijk in hoeverre de twee architecten echt samenwerkten, aangezien er vaak duidelijke verschillen in bouwstijl bestaan. Stuyt oriënteerde zich op de neoromaanse stijl en ontwikkelde bovendien een grote interesse in de centraalbouw. Beide interesses waren in belangrijke mate het gevolg van de eerste Nederlandse bedevaart naar Palestina in 1903, waarvan Stuyt een van de deelnemers was en waarbij ook enkele plaatsen in Italië en de Turkse stad Constantinopel werden bezocht. Met name de Hagia Sophia in die stad maakte grote indruk op Stuyt. Tijdens zijn reis naar het Heilig Land leerde hij kapelaan Arnold Suys en de kunstenaar Piet Gerrits kennen. Met hen zou hij samenwerken om het project Heilig Landstichting, een Nederlands en Europees devotiepark, tot stand te brengen.

Nog tijdens de samenwerking met Cuypers ontwierp Stuyt een aantal kerken die qua stijl sterk op de romaanse stijl van Noord-Italië waren gericht. Een belangrijk werk uit deze periode is de Sint-Jacobskerk in ’s-Hertogenbosch, waarin een neoromaanse stijl gecombineerd wordt met een centraliserende plattegrond.

Na het beëindigen van de samenwerking ontwierp hij nog vele dorpskerken in dezelfde neoromaanse stijl. Hierbij leek hij gebruik te maken van een beperkt aantal standaardcomponenten, die naar believen gecombineerd konden worden. Hij bouwde dergelijke kerken onder andere in Berkel-Enschot, IJsselmuiden en Weebosch. Zijn voorkeur voor centraalbouw werd toegepast in onder meer de Cenakelkerk in Heilig Landstichting, de Sint-Catharinakerk in ’s-Hertogenbosch, de Gerardus Majellakerk in Amsterdam en de H.H. Engelbewaarderskerk in De Engel bij Lisse.

Naast kerken ontwierp Stuyt onder andere enkele ziekenhuizen, het Nederlands Instituut te Rome en, in de Limburgse mijnstreek, een aantal woonwijken waarvan Molenberg in Heerlen als een van de belangrijkste geldt. Daarnaast restaureerde hij een aantal gebouwen, waaronder het stadhuis in zijn geboortestad Purmerend. Na zijn dood werd Stuyt’s kantoor korte tijd voortgezet door zijn zoon Giacomo.

  

 

 Pastoor A.F. Suidgeest was een van de initiatiefnemers die bedevaarten organiseerden.Hij regelde ook bedevaarten naar Lourdes, Fatima  en Rome.Hij werkte enorm en organiseerde o.a in 1915 een fanfarebedevaart  voor de vrede. Hij introduceerde een nieuwe titel voor O.L.Vrouw en noemde Haar: O.L.Vrouw van de Vrede.Toen hij ook nog begon te voorspellen wanneer de oorlog voorbij zou zijn  per advertentie in : "De TijD" leverde het hem een reprimande  van Mgr. de Graaf op.
 
  
 
 Uit  Alkmaars Weekblad 25 juli 2001
  Op 17 januari wordt  de baljuw van Kennemerland naar Oesdom gestuurd. Hij moet onderzoeken  hoe schandalig de bedevaartgangers  bij de Runxputte zich gedragen. Baljuw Diederik  rapporteert dat er inderdaad nog steeds honderden mensen water uit de Runxputte komen halen om daarmee de  heersende runderpest te bestrijden.
Maar van wantoestanden is geen sprake.
Diederik vraagt de gereformeerde classis van Alkmaar met enige ironie om een aanbeveling tot nader onderzoek in deze " verschrikkelijke " zaak.  Daarmee gooit hij de knuppel in het statelijke hoenderhok. De Heren Staten geven het geval Runxputte nu in handen van de Gecommiteerde Raden. Die hebben binnen 4 weken hun plan  van aanpak klaar. Van het heiligdom zal een onheilsplek gemaakt worden .Het Alkmaarse galgenveld dat zich tot dan op het Schermereiland bevond , zal  verhuizen naar Oesdom. Ter plekke moet een schandpaal komen voor iedereen die betrapt wordt op kruipen of op  het bidden van de Rozenkrans. De godsdienstige dwalers kunnen dan onmiddelijk aan de kaak gesteld worden.Verder dient de plek ,waaromheen een degelijke omheining zal komen, streng te worden bewaakt.Een ieder die de euvele moedheeft om zich binnen die omheining te begeven, loopt  het risico  van ferme lijfstraf.
TAPVERBOD
De herbergiers van de tot dan toe 5 florerende etablisementen  moeten  met onmiddelijke ingang  een tapverbod krijgen En wee de herbergier die aan een roomse pelgrim onderdak durft te verlenen!!!!
Zijn zaak wordt met de grond gelijk gemaakt.  Zonodig wordt de grond onteigend en aan de gereformeerde kerk van Heiloo geschonken. De put moet met puin gedempt worden  .Het opborrelende water moet nadat de grond rondom enigzins is afgegraven , blijvend een moeras vormen. "Dat dient de Roomschen tot grote grief .
Uiteindelijk wordt alleen  de put gedempt en krijgen de herbergiers te horen dat het verlenen van onderdak aan pelgrims gelijk staat met 6 weken sluiting  van hun zaak. De eeuw  daarop slaan baljuws herhaaldelijk de verboden processies uiteen.Vooral de Amsterdamse Katholieken blijven provocerend naar Oesdom komen.In 1807 lijkt er een kentering in de kwestie te komen.Door ingrijpen van de Franse besetterkomt er wat meer ruimte voor de katholieken.   Een processie ter ere van Maria Hemelvaartop 15 augustus wordt toegestaan .Maar als de katholieken na deze vinger ook de hele hand willen hebben,vangen ze BOT een processieop 8 september wordt  verboden  en een garnizoen soldaat verspert de weg naar de RUNXPUT.
BEDEVAARTEN
Als het jaar daarop de stoutmoedige katholieken zich toch weer verzamelen, staan de soldaten opnieuw klaar. Tot stomme verbazing van hun commandant gaat de stoet nu richting Heiloo om bij de Willibrordusput te bidden.De commandant heeft alleen orders gekregen om een bedevaart naar de Runxput te verhinderen  en grijpt daarom niet in
 — 
 
 
 

 

Het duurt tot 1817 voordat  de bedevaarten officieel weer worden toegestaan.Als oud burgemeester Verschuur van Alkmaar enige jaren later de grond om de put koopten de pelgrims van zijn landgoed weert breken er herhaaldelijk rellen uit.De pelgims kregen een slechte naam  en in 1830 verbiedt het bisdom Haarlem zelf de bedevaarten.Het "bloed" of liever gezegd het Runxputtewater  stroomt echter waar het niet gaan kan  en mensen blijven komen , nu echter in het geheim.  In 1902 weet pastoor GEENEN  met behulp van Klaas Ruiter de grond op slinkse wijze aan te kopen.De Alkmaarse margarinefabrikant GERRIT VAN DEN BOSCH, katholiek in hart en nieren   looft in 1905  100 gulden uit voor de vinder van de verdwenen  Runxput. Een groep mannen waaronder dhr. Zeeman graven een paar meter diep en vinden niets.Slechts een oude grote sleutel komen ze tegen…. Dan besluiten ze om te stoppen.Tot een van de mannen ziet dat er een paar stappen van hun af een boom weeldig staat te groeien… Waar haalt die boom zijn water vandaan denkt hij hardop… Ze besluiten om de boom uit te  graven en dan zien ze dat deze boom met zijn wortels in de put staat en hebben ze de put gevonden.
Op 14 maart begint en zoektocht en op 20 maart stuit men op de verdwenen bron. Op 16 juli is er na zeventig jaar weer een bedevaart. Amsterdammers reizen met de tram  naar Haarlem en lopen de hele nacht in processie naar de Runxputte. Als de margarinefabrikant er aan herinnert wordt dat de bisschop van Haarlem de bedevaarten heeft verboden schrikt hij er erg van.Monseigneur Callier de bisschop van Haarlem geeft van den Bosch echter alle zegen.Het is tenslotte een periode waarin de katholiek weer uit zijn schulp mag kruipen en dat doen ze met overgaven. Aangemoedigd door de bisschop laat dhr.  van den Bosch nog verder graven  en nog geen week later stuit men op de fundamenten van de oude kapel die rond 1400 moet zijn gebouwd.De in en in gelukkige van den Bosch laat er een kruis planten en als eerste knielt hij er neer.
Op 16 juli 1905 is er maar een kleine stoet waarin Kees Enke meeloopt.De 90 jarige laat   iedereen vol trots weten dat hij ook de laatste bedevaart van 1839 nog heeft meegemaakt.
 
 
 

 

 
 
 
 Er is  een  afbeelding  van de zittende Moeder Gods met het lichaam van haar gestorven zoon op de schoot. Door deze afbeelding ontstond er even verwarring over de afbeelding die echt bij O.L.Vr. ter Nood hoort.Het is duidelijk een afbeelding  die de typische stijl heeft van  de Beuroner Schule. Maar weldra vindt mgr. Graaf  in de collectie  van het Bisschoppelijk Museum Haarlem de zilveren bedevaartsmedaille uit de 17e eeuw. Vanaf dat moment zal de medaille de vormgeving  van het genadebeeld bepalen en verdwijnt het beeld van de pieta.  
 Het was  duidelijk  dat in het jaar 1011  nog geen sprake was van Maria ver- eering op deze plaats.
 
 
 
 
 
Processie bij het onthullen van het Witte Mariabeeld.
Sinds  enige eeuwen is er een gezelschap  van paters Jezuiten , die de naam dragen van Bollandisten , bezig  met de beschrijving  van de levens  van alle Heiligen die in de katholieken kerk vereerd worden.In die beschrijvingen vindt men ook de heilige Donatianus . Aan deze levensbeschrijving is  toegevoegd het verhaal  van wonderen,die op voorspraak van de H.Donatius gebeuren.
 
Een jaar werd tijdelijk een tent opgezet, maar toen deze tent een paar maal omwaaide, heeft men besloten om een kapel te bouwen.In 1913 werd de grote kapel gebouwd.De kapel was bestemd voor 50 jaar, maar is er nu nog steeds
 
      –          –                                          
                                    
 Archiefstukken  waarin Cornelis Enke vertelt hoe het vroeger hier was. 
 
 
 
Tekst van de archief brief:
Den zesden Juli negentienhonderd vijf ,des namiddags ten zeven ure,compareerde voor Mattheus Gouverne,Notaris ter standplaats Alkmaar, in de gemeente Heilo Cornelis Enke, arbeider,wonende  te Heilo, alwaar hij, volgens  zijne verklaring geboren is den zeventiende Mei Achttienhonderd tien.*(17-01-1810)
De comparant aan den notaris bekend, verklaarde te verlangen  dat in geschrift  worde gebracht :
A  dat hem  bij overleveing bekend is :
1 Dat op het perceel Land te Heilo, aan de Kapellaan , gestaan heeft een Kapel,toegewijd aan Onze Lieve Vrouw ter Nood
2 Dat vele Roomsch Katholieken aldaar steeds ter bedevaart kwamen
3 Dat de Kapel vernield  werd  in vijftienhonderd drie en zeventig (1573) en gelijk gemaakt werd met den grond  in zestienhonderd zevenendertig.(1637).
 Dat hij zich herinnert , ja zelfs van achttienhonderd zeventien af (1817),
1 Dat vele Roomsch Katholieken op meer gemeld perceel bijeen kwamen en zich in gebed begaven onder aanroeping van  de Heilige Maagd  en Moeder Gods Maria;
2 Dat ook  hij destijds meermalen deelgenomen heeft  aan die Godsvruchtige oefeningen;  
3 Dat onder die pelgrims onderscheidene  personen uit de Omsteken van Haarlem,Overveen, Akersloot, als anderzints waren en als  voorbidder optrad Gerrit Roozendaal, die koster was in de kerk  te Akersloot.
4 Dat de pelgrims van waskaarsen voorzien , die ontstaken op het terrein , ze in den grond  plaatsten en alsdan biddende zich begaven langs de parochiekerk  naar het Sint Willibrordusputje. Op de verschillende kruiswegen , bij de kerk en bij gezegend putje  werd nu en dan stil gehouden en extra gebeden gestort. Die pelgrims  hielden dan processie , waarbij  gedragen werd een kruis en 2 vaandels, waarvan een  de beeltenis  bevatte van de Heilige Maagd Maria.
Nadat voormelde gedaan was en op het meergemelde perceel  algemeen bekend  onder den naam van HET HEILIGE LAND terugkeerden , werden  de brandende kaarsen  uitgedoofd  en in stukjes kaars meegenomen.De comparant verklaarde  zich bereid  om het  vorenstaande ten alle tijde onder ede te bevestigen.Waarvan is opgemaakt  dit proces  vebaal, ten tijde en ter plaatse voormeld en gesloten des namiddags  ten acht ure, in tegenwoordigheid  van de Heeren Wilhelmus Hermanus  de Groot, Kapelaan, wonende te Heilo en Gerardus Theodorus Maria van den Bosch, industrieel wonende te Alkmaar, beide als getuige  daartoe vezocht.
Na voorlezing  hebben de Notaris en de getuigen de acte onderteekend , nadat de comparant verklaard had zijn naam  niet te kunnen  teekenen wegens de zenuwen.
Geregistreerd  te Alkmaar, den  zevenden juli 1900 vijf , deel 149, folio 39 verso, vak 6 , een blad, geen renvooi.
Ontvangen  voor recht : een gulden twintig cent.
De ontvanger Dingmans,
Voor afschrift Gouverne , Notaris.
 
 
 
 
—–
 
 
 
De nieuwe genadekapel wordt in gebruik genomen.
Alkmaarsche courant : 9 juli 1930.
De parochie van " St.Willibrordus"  te Heiloo  is in feesttooi.Van bijna alle huizen der katholieken  wappert de driekleur, bij velen met bisschoppelijken wimpel.
Het is het feest van de bedevaartsplaats O.L.Vr. ter Nood.Het is een kwart eeuw 
geleden dat de herleefde devotie tot Maria tot uiting kwam. Toen werd de in 1630 ontstane ruine weer opgebouwd en een eenvoudige noodkapel verrrees op de zelfde plek .Thans is voor de noodkapel een mooie bliujvende kapel verrezen , een kapel eenvoudig van lijn ,opgetrokken uit natuursyeen ,doch een juweeltje van oude kunst, die den architect Stuijt te Den haag weere aan doet.
Mgr, Aengenent,Haarlem’s r.k.bisschop, was op bezoek .Reeds om 7 uur arriveerde de bisschop  en om half 8 ving de consecratie aan. Daarna werd door de 3 priesters bestuursleden van de bedevaartsplaats een mis tot dankbaarheid opgedragen.
 
Om 19 uur was de  groote bedevaartskerk bijna geheel gevuld.
 
 Aan het hoofdaltaar was een stemmige plantversiering aangebracht.Een kwartier voor tijd betrad de bisschop de kerk,waarna de ponificale hoogmis aanving. Onder de hoogwaardigheidsbekleeders en tientallen van priesters uit het bisdom Haarlem merkten we prof. Nolet uit Warmond,presidenten en regenten van de seminaries en phiosophicum van Warmond en Heemstede ,vele directeuren van bedevaarten uit het bisdom, de leden van het bisschoppelijk comite e.a.
Het versterte zangkoor voerde onder leiding van den directeur ,den heer N.Kuiper, de liturgische gezangen uit. De regeling was bij den orde-commissaris in goede handen.
Hedenmiddag 2 uur heeft de ingebruikneming  van de nieuwe Kaarsenkapel plaats.Alsdan wordt het Maria beeld in processie naar de nieuwe kapel overgebracht.    
 Pater Bertrand  was een Montfortaan die heel wat jaren op kapel de scepter zwaaide.
Hij trouwde ons o.a
 
–
 
 
 
 
 
 
  –
 
 
De kruisberg werd in 1912 opgehoogd omdat men hem te iel vond.
De firma  Billaux-Grossee  uit Brussel leverde de beelden. Die mens groot en ook levende kleuren.  Dat was aanvankelijk schrikken omdat de corpus van Jezus wel erg rose was.
 

—

 Sint Willibrordus

 

—-–

 KOREN 

 

 

 

 

 

Schola Cantorum Kennemerland.

 

 Onze lieve Vrouw ter Nood-lied

 
Melodie: Te Lourdes op de bergen
 
 1 Geslachten U roemen, U naam is zo groot
De naam die wij noemen Maria ter Nood.
Refrein: Avé, Avé, Avé Maria.
 
 2 In ’t verre verleden klonk reeds hier uw naam
Wat toen werd beleden bezingen wij saam-
Refrein…Ave
 
3 Het eerst’ wat wij vragen hier gaand om uw troon, schenk die Gij mocht dragen geef Moeder Uw Zoon-
Refrein:Ave……
 
4 Wil Hem aan ons geven als levensgenoot.
Als Weg,Waarheid, Leven Maria ter Nood-
Refrein:Ave….
 
5 De angsten en de wensen van alle bestaan
O Moeder der mensen die dragen wij aan-
Refrein:Ave…
 
 6 Wij gaan zo verloren in ’t eigene lot
Hoe klein ook, wil horen O. Moeder van God.-
Refrein:Ave…
 
7 Wij leven in vreze om ’n wereld in brand
Om haar te genezen geef licht in de hand-
Refrein:Ave….
 
8 Verruim onze harten voor leed en voor dood,
O Moeder van smarten, Maria ter Nood-
Refrein:Ave…
 
9 Schenk Moeder der armen , in ’t zwart van de nacht, uw lach vol erbarmen waar ieder op wacht.
Refrein.. Ave
 
10 Dan blijven wij roepen:” Uw naam is zo groot !”
Wij blijven u noemen , Maria ter Nood-
Refrein: Ave ..
 
Jan Lute was heel wat jaren de dirigent van O.L.Vr. ter Nood.
Jan heb ik persoonlijk heel goed gekend en jaren lang bij en met 
hem de genealogie  van  Egmond uitgezocht .Een bijzondere man.Geweldig op veel verschillende vlakken.
 
 
—-
Jan Lute dirigent 
                       
 Zangkoren van kapel .
In 1970 had het heiligdom een herenkoor. Toen eind jaren 60 naast Latijn en Gregoriaans ook Nederlands  repertoir werd gezongen  zegden veel leden op.Er werd een beroep gedaan op dames en op 24 april 1970 richtte broeder Avitus een gemengd koor op.Sinds 2005 heet het koor Ubi caritas.De huidige dirigent in 2010 is Alexander Pavlof. Hij volgde Theo Mensen op.

 

 ONZE LIEVE VROUW TER NOOD
Wat is hier gebeurd? Zoals met de meeste eeuwenoude heiligdommen in de wereld, ligt de oorsprong van dit heiligdom in diepe mist gehuld. Zijn hier verschijningen van de Moeder van de Heer geweest? In de volksmond: ja! Maar geschiedkundig weten we niets.
Zijn hier genezingen gebeurd op voorspraak van Maria?
Ja, zeer vele, maar geen staan er opgetekend of zijn wetenschappelijk onderzocht. Heel zeker is, dat Maria dit plekje in het oude Oesdom, in het heilige bos, Zelf heeft uitverkozen om Haar groot hart voor mensen in nood te tonen.
Men zou Haar de Bescheiden Lieve Vrouwe mogen noemen, want hier in Heiloo, geeft Zij er de voorkeur aan in stilte Haar werk te doen, zonder ruchtbaarheid, zonder omhaal, zo heel eenvoudig en gewoon als het hart van de moeder der mensen.
 
 
We moeten terug gaan naar de Middeleeuwen om het ontstaan van dit Heiligdom te kunnen plaatsen. Prof. W. Nolet stelt dit na 1011 en voor 1409.
De grote bedevaartsplaatsen van onze moderne tijd zijn een gedachtenis (viering) van een VERSCHIJNING van de Moeder Gods. (o.a. Lourdes, Parijs, Fatima, Banneux).
Er bestaan geen bewijzen dat die hier in Heiloo ook hebben plaats gehad ; wel spreekt de traditie over engelenstemmen, over verschijningen van Maria in de ruïne van de oude kapel, ook van wonderbare genezingen en gebedsverhoringen. De meeste oude Maria-oorden in ons land vinden hun oorsprong in een legende. Drs. Johan Bertrand heeft die weten te achterhalen en vertelt die zo sappig, dat die hier moet worden aangehaald.
 
 
Legende van Onze Lieve vrouw ter Nood
(Drs. Johan Bertrand)
Och, die goede Nelis kon het ook niet helpen, dat hij op zijn achtendertigste jaar nog niet verder kon tellen dan twaalf. Hij was van kleins af aan koeienhoeder geweest en verdiende daarbij wat zondagsgeld met het breien van sokken voor de boerin van de grote Runxputter hoeve.
Maar bij de Lieve Heer stond hij danig in aanzien. Toen hij in het voorjaar kievitseieren ging zoeken op het land van boer Siemen, trapte hij met zijn klomp op een kantig blok onder het zand. Hij woelde deze met zijn grote scheppen van handen los en greep ernaar om hem weg te gooien. Maar bukkend zag hij dat het een houten beeldje was van Maria met het Jezuskind.
Zijn oude moeder veegde het met haar neusdoek schoon van zand en stof en borg het in een oude koffer om het de volgende dag te dragen naar meneer pastoor. Maar toen goede Nelis zich ’s morgens over het land van boer Siemen naar zijn koeien repte, vond hij bij een kuiltje met drie kievitseieren weer het houten beeldje van de Moedermaagd.
Een rijk koopman uit Alkmaar, Johannes Mors genaamd, die in die wondere dagen met een schip vol ijzer op zee voer, heeft dit vreemde gebeuren bevestigd, want toen hij met zijn boot dagen lang dobberde zonder wind, zodat hij met zijn matrozen de hongerdood dreigde te sterven, droomde hij van het Runxputter beeldje, zonder dat hij er ooit van had gehoord. Een vrouwenstem fluisterde: “De wind zal waaien als je mij vereren gaat!”
Hij had niet mooier kunnen dromen want zijn schip voer mee met de zuidenwind. En toen hij na veel zoeken het gehucht Runxputte had gevonden, had hij handenvol gouddukaten meegebracht voor het bouwen van een stenen kapel, waarover reeds in 1409 een rector werd aangesteld.
GROTE KAPEL    De Bedevaartskapel
—-
 
 
 
12 Juli 1905  wordt het devotiekruis geplaats deze is vervaardigd door Jan Stuyt
In 1913 werd op het terrein van O.L.Vr. ter Nood de grote Noodkerk gebouwd, die thans de Bedevaartskapel of Grote Kapel genoemd wordt, omdat hier de liturgische vieringen gehouden worden voor grotere groepen pelgrims. De Grote Kapel, architect Jan Stuyt, was bedoeld om na 50 jaar plaats te maken voor een fraaiere en permanente kerk – “een Basiliek”- zoals men gedroomd had en Mgr. Huibers bedoeld had. De kerk is er door gebrek aan middelen nooit gekomen. Wel bestaan er plannen voor, ontworpen door de zoon van de bouwheer Stuyt. De heer Han Mengelberg kapte een groot Mariabeeld, dat in 1923 geschonken werd aan dit Genadeoord door Den Haag. In 1989 werd dit beeld behandeld i.v.m. houtworm en is opnieuw beschilderd, hetgeen herhaald is in 2005.
In 1960 werd het interieur sterk gewijzigd en verfraaid door werken van diverse kunstenaars:
Loek Lafeber maakte het tabernakel;
Jaap Min vervaardigde het troontje voor het Mariabeeld;
Pieter van Velzen uit Loosdrecht maakte het kruis met corpus.
De kruiswegstaties langs de muren van het gebouw werden geschilderd door de Brabantse kunstnaar Jan Kruisen en zijn in leen van de Paters Montfortanen van het Klein Seminarie in Schimmert.
Aan de westelijke muur hangt een schilderij van Pieter van Velzen, wat in opdracht gemaakt werd. De bedoeling was een gehele kruisweg te laten vervaardigen, maar vanwege de hoge kosten bleef het bij dit ene schilderij.
De Bedevaartskapel werd in het begin van het jaar 1988 gerestaureerd en aangepast aan de eisen van deze tijd.
In 2003 werden de spanten vernieuwd.
 
Het oudste beeldje “op Kapel”
Het kleine Mariabeeldje rechts vooraan in de kapel wordt door deskundigen geschat op een ouderdom van rond de 500 jaar (1475). Het beeldje is van generatie op generatie in het bezit geweest van de familie Admiraal en in 1916 gegeven aan de toenmalige kapelaan van de parochie St. Jan de Doper te Noord-Scharwoude, Theo van Haaster. De oude weduwe Maartje Bakker-Admiraal vertelde dat haar was gezegd dat het Mariabeeldje, toen nog in kleur, altijd in de familie moest blijven. Zij had het zelf van haar oma gehad en die van een oma voor haar, maar niemand wist meer waar het vandaan kwam en waarom het in de familie moest blijven. Na overleg met haar nicht wilde ze er wel afstand van doen onder de voorwaarde dat het onder geestelijken zou blijven. Maartje stierf op hoge leeftijd in het verzorgingshuis St. Martinus te Medemblik op 17 februari 1918.
Kapelaan van Haaster ontdekte dat drie parochianen in 1888 een bijzondere ervaring deelden: Sijmen Bommer, Jacob Tromp en Jan Tromp Jaczn. “We zagen hoog in de lucht een wonderschoon beeld van Maria met het Christuskind op haar arm, levensgroot. We hielden het paard in en staarden vol bewondering naar het boeiende schouwspel, waarvan wij diep onder de indruk waren. Van onze plek bezien stond het beeld boven het huisje van Maartje Bakker-Admiraal en ging toen, langzaam vervagend als een drijvende wolk, in de richting van Zuid-Scharwoude en Broek op Langedijk en werd daar aan het oog onttrokken.” Volgens J. Tromp droeg Maria een rood onder- en een blauw bovenkleed. De heilige Maagd droeg het Christuskind op haar rechterarm. “Sijmen Bommer zag het het eerst en zei: ‘Kijk daar eens!’ Meer hebben we niet gezegd, ook niet op de weg naar huis.” Kapelaan Van Haaster liet hem het beeldje zien en vroeg of het leek op de verschijning. Tromp zei: “O ja, precies.”
Bij het beleg van Alkmaar werd de vroegere kapel van Oesdom verwoest. Dat was in 1573. Oude documenten spreken over een zekere His Admiraal die het beeldje uit de kapel zou hebben veiliggesteld.
Pastoor van Haaster liet het beeldje per testament na aan het heiligdom, onder voorwaarde dat het in de bedevaartskapel zou worden tentoongesteld. En zo is geschied.
 
 
Paters Montfortanen
14 December 1946 krijgen de paters Montfortanen de zorg voor het bedevaartoord in  Heiloo.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 Pater Smit
 
Achterin de Bedevaartskapel hangt een lichtbak, waarin een afbeelding van Grignion de Montfort. Deze lichtbak werd geschonken door de paters Montfortanen bij hun afscheid in 1989.
 
 
 
 
 
 
Montfortanen vertrokken 1989
 
 
 
Orgel
Het grote orgel is in 1874 gebouwd door de firma Pels uit Alkmaar. Het is een pneumatisch orgel (door luchtdruk aangedreven)
Het kleine orgel beneden is een Heiligerorgel. Het is een elektrisch orgel, afkomstig uit de parochie “De blijde Mare” uit Alkmaar-Noord, eerder bij de zusters van Franeker.
Klokkentoren
Bij de bouw van de Kapel in 1913 werd tevens een klokkentoren gemaakt. Na verloop van jaren raakte deze vervallen en werd in 1963 vervangen door een modern open torentje, naar een ontwerp van architect Thunissen. Ook deze kon de tand des tijds niet doorstaan en werd in 1996 vervangen door een nieuwe, waarbij 3 elektrische klokjes geïnstalleerd werden.
 
 
 
 
De Kruiswegstaties in het park
Vanuit de Bedevaartskapel begint de wandeling door het park, langs een pad, waarlangs men 13 kleine kapellen en een Calvarieberg gebouwd heeft. Dit is de Kruisweg: de gedachtenis aan de lijdensweg die Jezus is gegaan door Jeruzalem, de Via Dolorosa.
Reeds in de vroegste tijd hielden de Christenen de plaatsen heilig, waar volgens de Schrift en mondelinge overlevering Jezus verder vernedering of vertroosting gevonden zou hebben. Men richtte daar tekens op (Staties) Op de meeste bedevaartsoorden vormen die een Kruisweg om het Lijden van de Heer te overdenken. De kruiswegstaties van Heiloo werden reeds gebouwd in 1915 en zijn geschenken van vele bedevaarten die naar Heiloo kwamen.
 
-
In 1912 werd de Calvarie bergen de kruisgroep gebouwd.
 
In 1947 begaf het Cristusbeelds het en werd er een nieuw kruis gezet
op 17mei  werd er een beeld geplaats  vervaardigd door Schoenmakers. 
De andere beelden werden wegghaald omdat ze niet erbij pasten.
In 1992  werd er weer een ander beeld geplaats , van 
De rots werd gemaakt door Funnikotter uit Rotterdam  in 1912.
 
-
Op de Calvarieberg, de 12e statie, werd een groep beelden geplaatst. Het houten kruis is inmiddels vervangen door een betonnen kruis, met ook een betonnen Christusfiguur.Het 1e was echter niet bestand tegen de weersinvloeden.Daarna werd er een kruis gplaatst wat Schoenmakers gemaakt had. In 1992 is er weer een ander corpus aangebracht.Deze keer van beton.
 
Rustaltaar
 
 
In het bos bevindt zich het rustaltaar, tegenover de vijver. Hier werd bij bedevaarten tijdens de processies een halte gemaakt en soms gepreekt.
De vijver die al bestond  in 1909 werd verlegt in 1922 .Het rustaltaar werd in 1925 veranderd.12 juli 1905 werd het devotiekruis geplaats .
 
Stukje bij beetje werd de grond bijgekocht en in  1912 werd het park aangelegd.
 
 
Het kostershuis wordt in  19 35  gebouwd en  Kapellaan 13 wordt in 1938  door een priester uit Purmerend gebouwd. Deze priester woont daarin met 2 ongehuwde zussen. Het huis heet dan Mariaoord en later wordt het Ain Karim genoemd, naar de plaats  waar de engel Gabriel Maria bezoekt. In deze plaats  is n u een kerk met een heel groot plein waar aan de muren in alle talen het Magnificat geschreven staat.
 
Sint Willibrord
 
––
 
 
 
Door het midden van de pergola, rond de Put, gaat u via de Willibrordlaan naar het beeld van de heilige Willibrord, dat daar in 1932 geplaatst werd ter vervanging van een kleiner beeld, dat nu in de Bedevaartskapel prijkt.
Dit nieuwe beeld, met een zeer gevoelige gelaatsuitdrukking werd vervaardigd door beeldhouwer Biesot en geschonken door de R.K. Volksbond van Velsen. Sint Willibrord waakt over het heiligdom van de Moeder van de Heer.
Sinds de vroegste tijden is er een band tussen de heilige en dit heiligdom, getuige de gravure waarop Sint Willibrord de ruïne van de kapel beheert.
 
De Rotsfontein
 
 
 
 
 
Op de weg naar het beeld, passeert u de Rotsfontein, van recente datum. Het vervangt het oude bedevaartskruis, waaronder een onderaardse leiding water uit de Put geleidde, om de bedevaartgangers de kans te geven water mee naar huis te nemen.
De Rotsfontein is nu een meditatief hoekje over “Levend Water”
 
Het Kruippad
Rondom de Kapel ziet men nog steeds het “Kruippad”. Wederom volgens een oude overlevering kropen de pelgrims van de Middeleeuwen eerst op blote knieën rondom de Kapel voordat men er in binnentrad. Onze voorouders moeten dit heel gewoon gevonden hebben en zelfs de wereldse rechters deelden straffen uit van 10 tot 20 maal rond de Kapel. Deze praktijk is natuurlijk reeds lang verdwenen.
 
Het Atrium
 
 
 
 
 
De architect begreep dat tussen de kapel en omgeving een innig verband moest zijn en dat verkreeg hij door een ruim plein als atrium (voorhof) ervoor te plaatsen, zodat hierdoor een overgang van gebouw naar park werd gevormd. Dit voorhof fungeert ook als processiegang voor de pelgrims en als omlijsting van de Put.
 
 
De Put
 
 
 
 
 
Voor de Genadekapel bevindt zich sinds mensenheugenis de Runxput.
Algemeen wordt aangenomen dat hij zijn naam dankt aan een achtergebleven Noorman, Rorik, een Deense prins. Lodewijk de Vrome kon Rorik best gebruiken in zijn strijd tegen de invallende Vikingen. Deze vechtersbaas liet zich in 872 dopen. De overlevering doet ons geloven dat de Put hiermee in verband staat.
De Runxput werd na de verwoesting van de kapel in 1573 met het puin van de muurresten gedempt. Toch schijnt hij in de nacht van 8-9 december in 1713 weer volop water gespoten te hebben. Er heeft nooit een uitspraak plaats gevonden over het natuurlijke of bovennatuurlijke karakter ervan, maar de katholieken ter plaatse zagen iets bijzonders in dit gebeuren, ook vanwege het samenvallen met de dag, dat de kerk het feest van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis eert (8 december) De Runxput werd op die dag de MARIABRON en aan het water wordt tot op de dag van heden geneeskrachtige werking toegeschreven.
 
 
Het 
 
http://www.youtube.com/watch?v=Mj3EzVhNEag
 Filmpje over de fresco’s
 
De Genadekapel
 
In de genade kapel bevinden zich relikwien van de H.H.martelaren van Gorkum en de  martelaar H.Urbanus. 
 
 
 
Aan de westelijke muur hangt een schilderij van Pieter van Velzen, wat in opdracht gemaakt werd. De bedoeling was een gehele kruisweg te laten vervaardigen, maar vanwege de hoge kosten bleef het bij dit ene schilderij.
De Bedevaartskapel werd in het begin van het jaar 1988 gerestaureerd en aangepast aan de eisen van deze tijd.
In 2003 werden de spanten vernieuwd.
 
 
De massa van de Kapel werd eenvoudig en groot gehouden; de muren opgetrokken uit breuksteen (Bentheimer zandsteen) met flinke dikke voegen, zodat ondanks de geringe afmetingen een kloek bouwwerk ontstond. Als men de stoere achtergevel ziet bekroond met het klokkentorentje, dat geen raamsponningen bezit, doch desondanks fraai is en vol afwisseling door de op speelse wijze gestapelde steenblokken, vol kleurenspel en tegenstelling van grote en kleine stenen, zo fors en toch zo goed geproportioneerd en ook weer met verfijning in het silhouet van het torentje, dan ondergaat men de weldadige werking van een schoonheid, die wars van mode, berust op werkingen en elementen, welke reeds voor eeuwen bekend waren.
De zijgevels vertonen kleine rondboogvensters; men merkt dan dat de architect in ietwat romantiserende vormen zijn schepping voltooide en als men, om de kerk heen lopend, het Atrium betreedt, dan blijkt de rondboog meer te zijn toegepast en de indruk te worden versterkt, dat Stuyts werk verwantschap heeft met Romaanse voorgangers.
Gaat men het kerkje binnen, dan valt de grootte op het eerste gezicht tegen. Het is heel eenvoudig opgelost. Gemetselde bogen, waartussen houten spanten, dragen de gordingen en de beplanking van de kap, zodat het uitwendige een getrouw beeld is van de inwendige ruimte. De muren zijn uit zachte, lichtgele mergelblokken opgetrokken en versierd met een rondboogfries onder de ramen en een lijstwerk bij de aanzet van het dak, dus boven de ramen. Er is geen priesterkoor aangebouwd; slechts door een paar scheidingsmuurtjes werd achter in de Kapel, op tamelijk primitieve wijze een vernauwing gemaakt, waarin het altaar kon staan. Deze zeer bescheiden nis moest de dienst verrichten van de dikwijls rijk geklede “absiden” (enkelvoud absis-uitbouw aan het koor) van de Romaanse kerken. De ruimte die ter weerszijden van deze nis werd uitgespaard wordt als sacristie benut.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het beeld van Onze Lieve Vrouw ter Nood
Het oorspronkelijke beeld schijnt in de troebele dagen van de Reformatie verloren te zijn geraakt. Het Mariabeeld dat nu in de Genadekapel boven het altaar prijkt, werd vervaardigd naar een oude bedevaartspenning uit de 17e eeuw, die Mgr. J.J. Graaf als bij toeval had ontdekt in het Bisschoppelijk Museum te Haarlem. De medaille toont Maria met het Jezuskind op haar rechterarm. Naast de voeten van Maria rijzen kleine takjes uit de grond, welke te schijnen wijzen op het bos, de grote openluchtkapel, waar Maria nog steeds vereerd werd na de verwoesting van Haar Heiligdom.
Naar deze medaille vervaardigde de Utrechtse beeldhouwer Han Mengelberg van witte zandsteen een Mariabeeld. De voorstelling, uit het begin van de 20e eeuw, vertoont 15e eeuwse trekken en herinnert aan de Utrechts-Keulse School. Het Goddelijk Kind, in profiel zitten op de rechterarm van Maria, slaat Zijn linkerhandje om de hals van Zijn Moeder, die Het liefdevol een appel aanbiedt, als symbool van de overwonnen zonde. Het beeld rust op een leisteen uit de grot van Lourdes, die Bernadette “mijn hemel” noemde.
Het beeld werd geschonken door de Amsterdamse bedevaart en werd op 2 september 1908 op de plaats van de verwoeste kapel geplaatst. De beschildering ervan vond pas in 1923 plaats, in het atelier van de maker.
 
 
De eerste bidprentjes
 
—-
 
 
 
 
http://www.youtube.com/watch?v=Hs0b-qjGSqM        Filmpje  
 
HET GASTMAAL
 
 
 
Bij O.L.Vrouw ter Nood……even in de hemel kijken.
Het hoofdthema op de wand boven het priesterkoor geeft een voorstelling van het hemels gastmaal weer. Het is als het ware een verwijzing naar het slot van de Parabel van de Bruiloftsgasten, die de evangelisten Mattheus (22,1-14) en Lukas (14, 16-24) ons vertellen in het evangelie.
Maria, die zichzelf de Dienstmaagd des Heren noemt, treedt in het geschilderde tafereel op als de Moeder van de Koningszoon. Zij verwelkomt de gasten en stelt ze voor aan haar Zoon.
Engelen, in dalmatieken gekleed voeren de zaligen door de poort die toegang geeft tot de bloeiende paradijstuinen, na eerst het reinigend water over hun handen uitgegoten te hebben. De gasten worden bekleed met het bruiloftskleed en gekroond met paradijselijke bloemen. Engelen voeren de verlosten verder over de gouden trappen naar de Moeder van de Koning, Die hen leidt in de armen van Haar Zoon.
God de Vader vormt de centrale figuur achter de hemeltafel en heet zijn gasten welkom in een wijds gebaar van liefde. Boven de Vader zweeft om het licht de goede Geest van God.
Op de achtergrond schildert de kunstenaar de vele torens van het Hemelse Jeruzalem.
 
De sacristiemuurtjes
Hier zijn een viertal taferelen geschilderd, ontleend aan de litanie van de H. Maagd Maria:
 
*            Hulp van de Christenen
Maria, de toevlucht van de bange mens, heft zegenend haar goddelijk Kind over de hoogopslaande golven van de levenszee: de legende van O.L.Vrouw ter Nood.
*            Maria, Koningin van de vrede
Twee middeleeuwse ridders, waarschijnlijk een Spanjaard en een Hollander, reiken elkaar de hand der verzoening, terwijl het Goddelijk Kind met een speels gebaar het oorlogszwaard in tweeën breekt. Op de achtergrond woedt nog het oorlogsgeweld: de ruïne van de Kapel in vlammen.
*            Maria, heil van de zieken
Maria sterkt een zieke, geestelijk en lichamelijk, met het levenskrachtig water uit de fontein der genade, terwijl het Goddelijk Kind de nare dood de deur wijst.
*            Maria, toevlucht van de zondaars en troosteres van de bedroefden
 
Deze schildering ziet u rechts
 
De zijwanden van de kapel
Langs de zijwanden beeldde de kunstenaar de Blijde Geheimen uit: De Boodschap aan Maria, de geboorte van Christus, de Opdracht in de Tempel en het Terugvinden van Jezus in de Tempel .
Een Droevig Geheim: de Kruisdood en een Glorievol Geheim: de Kroning van Maria in de hemel.
 
De Boodschap aan Maria
 
 
 
Dit was het eerste tafereel dat Han Bijvoet reeds in 1932 aanbracht op de kapelwand. Het is een van zijn beste werken, misschien wel zijn meesterwerk. Het geheel is een soort van triptiek (drieluik) geworden.
In het middenluik buigt de engel Gabriël zich vol hemelse gratie naar de nederige Maagd van Nazareth (Lukas 1, 26-38)
Op de linkerzijde van Maria Boodschap vinden we een gebeurtenis die in de Schrift vermeld staat (Lukas 1, 39-56) : Maria bezoekt haar nicht Elisabeth, om haar bij te staan in de moeilijke maanden van haar zwangerschap.
Boven de schildering staan de namen van de 4 evangelisten.
 
 
Geboorte van Jezus
Op het geboortetafereel vertelt ons de kunstenaar het hele kerstverhaal, zoals wij dat vinden bij Lukas en Mattheus:
·                     Geboorte van Jezus (Lukas 2, 6-7)
·                     De aankondiging aan de herders ( Luk. 2, 8-14)
·                     De aanbidding van de herders (Luk. 2, 15-18)
·                     De reis der Wijzen-Driekoningen (Matt. 2, 9-10)
·                     Bezoek van de Wijzen (Matt.2,10-11)
De kunstenaar is ook hier heel kwistig geweest met engelen, herders en personeel van de Oosterse Wijzen (de Driekoningen) . Het wordt een heel levendig verhaal in mooie kleuren: de uitgestoten en verachte herders, die zich niet eens mochten laten zien als getuigen bij een rechtszaak, treden hier in ’t volle licht en worden de eerste getuigen van de ware vrede.
De Wijzen, hier door de legende gekroond tot koningen, brengen hun hulde aan Davids Zoon, een afgehouwen takje van de tronk van Isaï. Maria en het Kind vormen het stralend middelpunt, waardoor ieder van de optredende personen geraakt wordt. Even maakt Maria het gebaar alsof ze haar kleine Heer en Meester kroont….
Erboven staat de tekst: Gloria in Excelcis Deo – Ere aan God in de Hoge.
 
Opdracht in de tempel
 
 
 
 
 
 
Ook dit blijde geheim vinden we bij Lukas 2, 22-39.
Het Kind Jezus dat op aarde kwam en in doeken werd gewikkeld, wordt ons hier uit de doeken gedaan. Het wordt aan de omstanders getoond en er wordt van Hem gezegd, wat er met Hem zal gebeuren: Hij zal er onder-doorgaan. En Zijn Moeder zal er weet van hebben. Dat stralende moedertje zal Moeder van Smarten worden, O.L.Vr. ter Nood. Haar eigen hart zal door een zwaard worden doorboord.
Jozef biedt de offerpriester het offer van de armen aan: twee tottelduiven.
Achter hem volgt een bemiddeld echtpaar met een lam.
Twee oude mensen, een grijze profeet, Simeon, en Anna, een weduwe van 84 jaar, beleven de gelukkigste dag van hun leven. Simeon mag het Kind in zijn armen nemen en we horen hem vol vertedering de woorden uitspreken: “Mijn ogen hebben Uw heil gezien”. En het heil mag gezien worden.
Hierboven staat de tekst: Een licht tot openbaring aan de heidenen.
 
Ook dit blijde geheim vinden we in het evangelie van Lukas 2, 41-50.
Bij gelegenheid van het Paasfeest ging Jezus, toen Hij twaalf jaar geworden was, met Zijn ouders naar de tempel in Jeruzalem. Toen Maria en Jozef naar Nazareth terugkeerden, bleef Jezus in de tempel achter, zonder dat Zijn ouders het wisten. Pas na drie dagen vonden ze Hem terug, temidden van de disputerende leraren. Maria’s blik ontmoet die van haar Kind: is de Jezus, waarmee ze uit Nazareth kwam nog de Jezus die zij hier vindt?
De tekst erboven luidt: Het ware Licht dat elk mens verlicht.
 
 
Jezus sterft aan het kruis.
 
 
Dit droevig geheim vinden we in alle vier de evangeliën:
Mattheus 27, 45-56
Marcus 15, 33-41
Lucas 23, 44-49
Johannes 19, 25-37
Jezus hangt stervend aan het kruis op Golgotha, een heuvel buiten de stad.
Naast het kruis staat zijn Moeder, de zuster van Zijn Moeder, Maria, de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Aan de andere kant van het kruis staat de beminde leerling Johannes en een Romeins officier.
De goede moordenaar kijkt berouwvol de stervende aan en de kwade moordenaar wendt zich van Hem af. De sterke moeder staat aan het sterfbed van haar Kind. En wat voor een sterfbed: ’t harde slavenkruis. De lange dag van Zijn dood is bijna voorbij en Maria zegt haar Zoon het “Amen” moederlijk moeilijk na.
De tekst erboven luidt: Stabat Mater Dolorosa juxta crucem lacrimosa = Onder het kruis staat de wenende moeder van Jezus.
 
 
Maria wordt in de hemel gekroond
 
 
 
Bij dit glorievolle geheim weet de kunstenaar niet veel te zeggen. Hier past een eerbiedig zwijgen. De Moeder vindt de Zoon terug en de Zoon zijn Moeder. Lichaam en ziel. De een aan de zijde van de ander. Moeder en Kind, met ziel en lichaam voor eeuwig bij elkaar. Maria is nu thuis. De tijd en de zorgen der mensen bleven op aarde, maar de Moeder zal ze in het licht van haar Goddelijke Kind niet vergeten.
Haat echtgenoot, St. Jozef, Johannes de Doper en zijn ouders Elisabeth en Zacharias kijken eerbiedig toe. Enkele van de tempeltorens van ’t hemels Jeruzalem lijken wel bekend.
De tekst erboven luidt: Ik vond rust in de Heilige Stad.
 
Begin 2006 zijn alle muurschilderingen, behalve achter het altaar deskundig gerestaureerd.
 
 
Schildering deurzijde Kleine Kapel
In 2005 heeft het Stichtingsbestuur via een wedstrijd een opdracht gegeven aan mevr. drs. M. Schobbe, om een muurschildering te maken op de achterwand aan de deurzijde.
Dit vond plaats ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de heropleving van de devotie. De kunstenares heeft de achterwand van het Mariabeeld laten overeenkomen met de grote wand, om één geheel te krijgen. Twee grote engelachtige figuren omlijsten de hemelsblauwe schildering.
 
Ex Voto kastjes
 
Vooraan in de Genadekapel bevinden zich, links en rechts, de “ex voto” (=door gelofte) kastjes. Mensen deden een gelofte, wanneer hun gebed verhoord werd, om een dierbaar geschenk te geven aan Maria. Deze geschenken hangen in deze ex voto kastjes.
    

 PRIESTERS  VAN KAPEL  

  Jan Even s.m.m.

 
 
 
4e van links = pater Jan EVEN daarnaast pater Schwerts ? Knibbeler ?
 
 

 

 

 

 

 

 

 

         Van de Montfortaanse website   

http://www.montfort.org

Op 13 januari 2010 overleed in Roermond

Pater Jan Even  

Montfortaan 

Johannes, Maria Gerardus Even werd geboren op 7 maart 1932 in Beverwijk. Hij kwam in 1945 naar Ste Marie in Schimmert. Op 8 september 1952 legde hij zijn eerste geloften af in Meerssen. Op 16 maart 1958 ontving hij de priesterwijding van mgr. Mutsaerts in Oirschot. Zijn eerste benoeming was voor Heiloo. In 1965 ging hij naar Hoensbroek, maar hij kreeg al vlug een benoeming als aalmoezenier voor het onderwijs in de bisdommen Haarlem en Rotterdam en verhuisde daarvoor naar de montfortaanse communiteit van de Haagsche Schouw. Van 1967 tot 1980 was hij pastoor in Bennebroek. Hij kreeg in 1982 een benoeming in Neerkant als pastoor, later uitgebreid met Helenaveen. Van 1988-1991was hij overste in Oirschot. Van 1991-1997 werd hij pastoor van het bedevaartsoord Ommel en in 1997 rector in Huize St. Elisabeth in Haelen. De laatste jaren was hij tevens overste van de regionale communiteit Oost-Brabant. Hij overleed in het St. Laurentiusziekenhuis in Roermond.

Jan voelde zich al een paar weken niet goed. Dat zijn leven op een einde liep, kwam als een verrassing, niet in het minst voor hemzelf. Dat het zo snel ging, was niets voor Jan. Hij wilde alles onder controle houden. Als dat niet lukte, werd hij onrustig en angstig. Zijn laatste dagen waren dan ook niet gemakkelijk. Maar met zijn typische onverzettelijkheid hield hij vast aan de grondtoon in zijn leven: een groot godsvertrouwen. Dat bleek ook toen hij tijdens het sacrament van de zieken enkele keren met stemverheffing zei: "God is goed". En zijn laatste woorden waren: "De Heer is mijn herder".

Godsvertrouwen is de ruimte geweest waarin hij heeft geleefd. Vanuit die basis wilde hij op weg gaan, in het rustige tempo dat zo kenmerkend voor hem was. In 1968 schreef hij daarover: "Wie een berg te vlug wil bestijgen, haalt de top niet". Hij had het niet gemakkelijk, toen kort na zijn priesterwijding grote onrust ontstond in kerk en maatschappij. Met pijn in zijn hart constateerde hij: "We zitten in de mist en je zou wensen dat de nevels optrokken". Hij wist dat wij mensen tastend zoeken naar de waarheid, maar hij had niet veel op met hen die de twijfel tot princiep verhieven. De zekerheid van zijn godsvertrouwen kwam overeen met zijn gestalte, zijn stemgeluid en zijn lach.

In het jaar van zijn wijding kreeg Jan last van zijn schildklier. Sindsdien moest hij het kalm aan doen. Naar de missie gaan zat er toen niet meer in. Daarvoor had hij wellicht ook wat te linkse handen, zoals zijn novicemeester al opmerkte. Nauwgezet en uit plichtsbesef deed hij zijn werk als aalmoezenier voor onderwijsgevenden. Dat bracht hem soms tot aan de rand van overspanning. Veel meer voelde hij zich thuis in een kleine parochie en als rector in het klooster van Nunhem. Daar kon hij gewoon doen wat hij wilde: vertrouwen geven en vertrouwen krijgen. Een beetje weg ook van alle spanningen in de kerk. Een revolutionair of een kerkhervormer was hij niet. Zijn ziel lag bij "kerkgebonden geloven" in een sfeer van collegialiteit.

Van jongs af aan heeft Jan een grote verering voor Maria gehad. Graag ging hij naar Heiloo. Dat hij later de zorg kreeg voor de bedevaartskerk van Ommel, paste dan ook heel goed bij hem. Moge Maria hem nu bij de hand nemen in het uur van zijn dood.

 Pater Holkamp 

    

     father Cor Holkamp m.h.m.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     * Wormerveer, 15 januari 1926

     † Alkmaar, 15 december 2006

     Pater Holkamp werd na zijn priesterwijding

     in 1952 benoemd voor de missie in het

     district Tororo, Uganda. Tot 1971 werkte hij

     als leraar op de missieposten van Soroti,

     Kumi, Sipia en op het seminarie van Mill Hill

     in Tororo. In 1971 werd hij benoemd voor

     het Teachers Training College in Ngora. In

     1972 keerde hij terug naar Nederland. Hij

     werd benoemd voor het projectenbureau van

     de congregatie Mill Hill in Roosendaal. In

     1973 werd hij door Hare Majesteit Koningin

     Juliana aangesteld als reserve-aalmoezenier

     van de Koninklijke Landmacht. Op 1 februari

     1986 kreeg hij van Koningin Beatrix eervol

     ontslag. Pater Holkamp was nadien nog

     verscheidene jaren actief als pastor van de

     parochie O.L. Vrouw ter Nood in Heiloo en

    als aalmoezenier in het gevangeniswezen.

 

 

 

 

 

 

Navigation

  • Fam.Brouwer
  • O.L.Vr ter Nood gesch.
  • De heer v.d.Bosch
  • De kruisweg van kapel Heiloo
  • Familie Out
  • Geboorte
  • Geschiedenis in kerk en wereld
  • Ida Peerdeman
  • Julianazusters
  • kerkberichten in Heiloo !!!
  • Links
  • Luisteren 2
  • luisteren 3
  • Montfortanen SMM
  • O.K.Kerk
  • Rouwen
  • Zuster Humilia

Zoeken

rss RSS replies design by jide