O.L.Vr ter Nood gesch.
Video 15 aug. 2010 .Op letters tikken.
http://www.youtube.com/watch?v=JKG3yOF3vN8
Video Kapel deel 1
http://www.youtube.comdeel /watch?v=a7zWF8vfOeo

http://www.out-dewaard.scarlet.nl/
Eigen website Herma Out
–
http://www.youtube.com/watch?v=CWR7LRmvzwQ
Filmpje over kapel 2

Nicolaas beets schreef een gedicht over Heiloo.
Van de heer Welagen uit Heemskerk kreeg ik een gedicht uit 1886 met de hand geschreven door Guurtje Bakkum.
–
Over onze Lieve vrouw ter Nood Heiloo

–
Bisschoppen van Haarlem.
Franciscus Josefus van Vree, 1853-1861
- Gerardus Petrus Wilmer, 1861-1877
- Petrus Matthias Snickers, 1877-1883
- Caspar Josefus Martinus Bottemanne, 1883-1903
- Augustinus Josephus Callier, 1903-1928
- Joannes Dominicus Joseph Aengenent, 1928-1935
- Joannes Petrus Huibers, 1935-1960
- Johannes Antonius Eduardus van Dodewaard, 1960-1966
- Theodorus Henricus Johannes Zwartkruis, 1966-1983
- Henricus Joseph Aloysius Bomers, 1983-1998
Bisschop van Haarlem-Amsterdam (vanaf 2009)
- Jozefus Marianus Punt, (1998) 2001
Jos Punt
Jozef Marianus (Jos) Punt (Alkmaar, 10 januari1946) is de bisschop van het Rooms-katholiekebisdom Haarlem-Amsterdam, dat tot 1 januari 2009 bisdom Haarlem heette. Zijn wapenspreuk luidt: Sub tuum praesidium (Onder Uw bescherming).
Opleiding
Hoewel hij rooms-katholiek werd opgevoed, hield hij het katholieke geloof tijdens zijn universitaire studie economie min of meer voor gezien en verdiepte hij zich uitvoerig in de esoterie en de gnostiek. Ook sloot hij zich toentertijd aan bij de Rozenkruisers. Hij las echter ook de Bijbel en allerlei andere christelijke geschriften. Deze spraken hem op een gegeven moment meer aan en deden hem besluiten terug te keren tot het katholieke geloof en zich te laten opleiden tot katholiek priester teneinde volledig voor het katholieke geloof werkzaam te kunnen zijn.
In 1973 behaalde hij het doctoraalexamen economie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1974, zich bewust van zijn roeping, meldde hij zich aan bij het enige priesterseminarie dat Nederland destijds kende, het grootseminarieRolduc van het bisdom Roermond. Punt werd op 9 juni1979 door bisschop Gijsen in de kathedrale kerk van St. Christoffel in Roermond tot priester gewijd.
Daarna verbleef Punt twee jaar in Augsburg waar hij de sociale leer van de Katholieke Kerk bestudeerde. Na deze periode werd hij docent op Rolduc terwijl hij werkte aan zijn proefschrift Die Idee der Menschenrechte. In 1984 promoveerde hij summa cum laude tot doctor in de theologie aan de Universiteit van Augsburg.
Bisschop
Op 1 juli 1995 werd Jos Punt door kardinaal Simonis, bisschop Bomers en bisschop Wiertz in de Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem tot bisschop gewijd en tot hulpbisschop van Haarlem benoemd.
Toen Bomers in 1998 overleed, werd Punt benoemd tot apostolisch administrator. Pas na drie jaar, op 21 juli2001 werd hij tot bisschop benoemd van het bisdom Haarlem - een naar verhouding tamelijk lange sedisvacatio. Hij wordt sinds 24 juni 2000 bijgestaan door hulpbisschop Johannes Gerardus Maria van BurgstedenS.S.S.
Sinds de oprichting van het bisdom in 1559 is Punt de dertiende bisschop. Gerekend vanaf het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 is hij de elfde bisschop.
In mei 2006 keerde bisschop Punt zich publiekelijk op televisie tegen het boek De Da Vinci Code van de Amerikaanse schrijver Dan Brown. Volgens Punt bestaat het boek voor negentig procent uit fictie en is dat ook bewezen terwijl schrijver Brown zou voorspiegelen dat het anders zou liggen.
Naast zijn functie als bisschop van Haarlem-Amsterdam is Punt legerbisschop voor de Nederlandse Krijgsmacht.
Maria
Bisschop Punt heeft van moederskant een sterke band met Maria meegekregen, zoals blijkt uit zijn speciale devotie voor de verschijningen van Maria in Amsterdam (de Vrouwe van alle Volken), zijn verering voor Maria als ‘Medeverlosseres’ en als ‘Middelares van Alle Genade’ en zijn aan een Mariagebed ontleende wapenspreuk. Op de door hem ge-entameerde Gebeds- en ontmoetingsdag voor de Vrouwe, 23 mei2010, (Pinksteren), in de Beurs van Berlage te Amsterdam kwamen 1300 mensen af. De bijeenkomst is al enige jaren een traditie.
Henricus Joseph Aloysius (Henny) Bomers C.M. (Groenlo, 19 april1936 - Haarlem, 12 september1998) was een katholiekprelaat. Hij was bisschop van het RKbisdom Haarlem van 1983 tot zijn dood in 1998.
Henny Bomers trad in 1957 toe tot de congregatie van de paters Lazaristen. Hij werd priester gewijd op 19 maart1964. Na enkele jaren filosofie gestudeerd te hebben aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, een studie die hij niet afrondde, vertrok hij in 1967 naar Ethiopië en bleef daar tot 1983. Hij was er docent filosofie aan het grootseminarie te Addis Abeba en vanaf 1973 regionaal overste van de Lazaristen. In 1977 benoemde paus Paulus VI hem tot titulair-bisschop van Avioccola en tot apostolisch vicaris van Gimma/Nekemte. Op 9 juli1978 ontving hij in Groenlo de bisschopswijding uit handen van kardinaal Alfrink.
Op 21 oktober1983 werd hij (op dezelfde dag dat Joseph Lescrauwaet hulpbisschop werd) tot bisschop-coadjutor van Haarlem benoemd. Zijn benoeming - die zonder overleg met de diocesaan bissschop Theodorus Zwartkruis tot standgekomen was - zorgde voor een schok in het bisdom. Mgr. Zwartkruis overleed diezelfde avond. Aanvankelijk ontstonden geruchten over een mogelijk verband tussen Zwartkruis’ dood en de benoeming van de twee nieuwe hulpbisschoppen. Later onderzoek van het bisdom zelf kon dat verband overigens niet leggen.
Bomers werd vervolgens benoemd tot bisschop van Haarlem in welke functie hij tot zijn dood bleef. Tijdens zijn episcopaat had hij te maken met een sterke polarisatie gericht op zijn persoon onder de gelovigen en binnen de bestuursorganen van het Haarlemse diocees.
Begin jaren 1990 zegde Bomers zijn lidmaatschap van het CDA op uit protest tegen het beleid van die partij inzake de euthanasiewetgeving. In 1993 ging Bomers akkoord met de oprichting van een convict voor aanstaande buitenlandse priesters van de Neo-catechumenale Weg in Nieuwe Niedorp. Tijdens zijn episcopaat richtte hij in 1996 ook het diocesane grootseminarie opnieuw op[1][2]. Bomers overleed onverwacht, aan de gevolgen van een hartaanval, die hem tijdens een korte wandeling trof.
Mgr.Zwartkruis
Na de plotselinge, voortijdige dood in maart 1966 van bisschop dr. Van Dodewaard van Haarlem benoemde paus Paulus VI op 18 augustus1966 de Haarlemse deken tot diens opvolger; hij werd op 15 oktober door Kardinaal Alfrink gewijd. Medewijdende bisschoppen waren bisschop Martinus Jansen van Rotterdam en aartsbisschop James D. Scanlon van Glasgow. Zwartkruis’ wapenspreuk luidde: Waarheid - eenheid - liefde.
‘Eenheid en liefde’ heeft Zwartkruis zeker moeten ontberen. Jaren van hevige polarisatie volgden, in Nederland maar zeker in het bisdom Haarlem; talrijke priesters legden hun ambt neer om te trouwen, in Rome sloeg men met verbijstering gade hoe de Nederlandse Katholieke Kerk steeds verder leek weg te drijven van de vaste kaders rond ambt, eucharistie, klooster en celibaat. In Amsterdam werd het conflict rondom het celibaat op de spits gedreven door Huub Oosterhuis, die uiteindelijk als gehuwd priester ook zijn gemeente (tot de dag van vandaag 2010) meekreeg in de zogeheten vrije opstelling, buiten verantwoordelijkheid van de bisschop.
Noch de gematigde, maar weifelende Zwartkruis noch diens als progressief te boek staande vicaris-generaal Harrie Kuipers heeft die situatie kunnen veranderen.
Overlijden
Mgr. Zwartkruis, 73 jaar, vermoeid maar nog niet aan zijn emeritaat toe, overleed twee dagen nadat officieel bekend werd dat paus Johannes Paulus II twee roomsgezinde hulpbisschoppen (Henricus BomersC.M. (als coadjutor) en Joseph LescrauwaetM.S.C.) aan het bisdom had toegevoegd. De benoeming was ongebruikelijkerwijs gedaan zonder enig overleg met Zwartkruis. Meteen werd een verband gesuggereerd tussen deze benoemingen en Zwartkruis’ overlijden. Dit verband kon - ook na onderzoek van het bisdom zelf - niet worden aangetoond. Zwartkruis kende Bomers, een missiebisschop uit Ethiopië, helemaal niet. Lescrauwaet kende hij goed: net als Zwartkruis een Amsterdammer en oud-leerling van de
Joannes van Dodewaard
Joannes Antonius Eduardus van Dodewaard (Arnhem, 7 juni1913 – Haarlem, 9 maart1966) was rooms-katholiek bisschop van het Bisdom Haarlem in de periode 1960-1966.
Mgr. Van Dodewaard werd op 11 juli 1938 tot priester gewijd. Kort daarna ging hij naar Rome om bijbelwetenschappen te studeren. Van 1948–1958 doceerde hij bijbelwetenschappen aan het Grootseminarie te Warmond.
In 1958 werd hij benoemd tot coadjutor van het bisdom Haarlem. Op 27 juni 1960 volgde hij mgr. J.P. Huibers op als bisschop. Van Dodewaard was een voorvechter van de vernieuwing van de kerk door het lekenoverleg. Hij had plannen voor het oprichten van een bisdomsraad waarin hij ook niet-katholieken willen betrekken. Na zijn plotselinge overlijden (52) in 1966 werd hij opgevolgd door T.H.J. Zwartkruis
Mgr. Huibers
Huibers groeide op als zoon van een bouwondernemer. Als jongetje legde hij de eerste steen voor de bouw van het Centraal Station in Amsterdam. Hij studeerde aan het kleinseminarieHageveld en aan het grootseminarie in Warmond. Na zijn priesterwijding was hij korte tijd kapelaan en werd vervolgens docent op Hageveld. Hij werd daarna pastoor in Amsterdam. Hij hield een gedenkwaardige redevoering tijdens het Eucharistisch Congres in Amsterdam in 1922, getiteld Geloof, Hoop en Liefde in Amsterdam. Hij was inmiddels deken van Amsterdam.
Bisschop
In 1935 benoemde paus Pius XI hem tot bisschop van Haarlem, als opvolger van de overleden Johannes Aengenent. In die hoedanigheid was hij een van de auteurs van de herderlijke brief uit 1941 van de Nederlandse bisschoppenconferentie die ieder contact tussen katholieken en nationaalsocialisten verbood. Na de oorlog zag hij zich voor de taak gesteld veel van het beschadigde kerkelijk erfgoed te herstellen.
In 1956 volgde een grote splitsing van zijn bisdom: het bisdom Rotterdam werd opgericht. Huibers was nu feitelijk alleen de bisschop voor Noord-Holland.
Vrouwe
Na de oorlog kreeg Huibers te maken met de verschijningen van de Vrouwe van alle volkeren aan ene Ida Peerdeman in Amsterdam. Naarmate deze meer bekend werden, door- en doorgingen en zelfs tot het omstreden ‘dogma’ van ‘Maria Medeverlosseres’ werden gemunt, kon ook Huibers er niet meer omheen en moest er een onderzoek komen, met een commissie waar onder meer de latere kardinaalJohannes Willebrands deel van uitmaakte. De commissie beoordeelde de zogenaamde visioenen en verschijningen van Peerdeman als zuiver natuurlijk (dat wil zeggen: beslist niet van bovennatuurlijke origine), om niet te zeggen zuur, bits en egocentrisch. Huibers zag het al voor zich: een reusachtige Aya Sophia-achtige kerk nabij de RAI in Amsterdam, zoals Peerdeman de wens van de ‘Vrouwe’ verwoordde, de pelgrims bij tienduizenden naar de goddeloze stad - maar hij legde zich toch neer bij het oordeel van zijn commissie. De devotie tot de Medeverlosseres werd aanvankelijk verboden, later gedoogd in een piepklein kapelletje aan de Diepenbrockstraat.
Aan het begin van de 21ste eeuw zou bisschop Jos Punt, zelf als jongetje aan diezelfde ‘Vrouwe van alle volkeren’ opgedragen, de devotie als ‘bovennatuurlijk’ verklaren, de verering vrijgeven en tot een zekere nieuwe bloei brengen.[1][2]
In 1958 kreeg Huibers een coadjutor in de persoon van Joannes van Dodewaard. Deze volgde hem in 1960 op.
Na zijn aftreden werd Huibers benoemd tot titulair aartsbisschop van Cypsela. Hij trok zich terug op het landgoed Bosbeek in Heemstede, waar hij in 1969 overleed, een paar jaar na de plotselinge dood van zijn opvolger.
Mgr.Aengenent
| Voorganger: Augustinus Callier |
Bisschop van Haarlem 1928-1935 |
Opvolger: Johannes Petrus Huibers |
Filmpje over de kapel
–De heer v.d. Bosch
Met ridderkruis Oranje-Nassau!!!!!
Mgr. Graaf ,geleerde historieschrijver en eerste voorzitter van de Bisschoppelijke Commissie , heeft aangetoond dat de titel :"de nood" moet worden gelezen als: "O.L. Vrouw hulp in onze nood."
O.L. Vr. van Kevelaer heeft de titel troosteres der bedrukten.
De heer Cornelis Emke
De Bissch.Com. 




Pastoor Suidgeest
—
Jan Stuyt (Purmerend, 21 augustus 1868 – Den Haag, 11 juli 1934) was een Nederlands architect.
Leven en werk
|
|
|
|
|
|
|
|
Stuyt geldt als een van de belangrijkste Nederlandse kerkenbouwers van de 20e eeuw. Voor de katholieke zuil ontwierp hij bovendien kloosters, ziekenhuizen en scholen. In de Limburgse mijnstreek verrezen enkele woonwijken volgens ntwerpen van Stuyt. Stuyt had van 1908 tot 1917 een kantoor in Amsterdam. Daarna woonde hij, tot zijn overlijden, in Den Haag.
Stuyt werkte vanaf 1883 als leerling op het kantoor van A.C. Bleijs, waar op dat moment de voorbereidingen voor de bouw van de Sint Nicolaaskerk in Amsterdam in volle gang waren. Bleijs’ voorkeur voor de romaanse stijl was van blijvende invloed op Stuyt. In 1891 trad hij in dienst van de firma Cuypers in Amsterdam. Tussen 1895 en 1898 was hij hoofdopzichter bij de bouw van de Sint-Bavokathedraal. In 1898 ontwierp hij een kerk voor de Poolse stad Łódź, die echter niet werd geaccepteerd. Het jaar daarna volgde het ontwerp voor de Sacramentskerk in de Deense hoofdstad Kopenhagen, dat wel werd geaccepteerd, al liet de bouw van de kerk nog tot 1915 op zich wachten. Zijn eerste kerk, de Sint-Pancratiuskerk, tevens zijn eerste uitgevoerde ontwerp, bouwde Stuyt in 1899-1900 in Sloten.
Na dit eerste succes ging Stuyt een partnerschap aan met Jos Cuypers, met wie hij tot 1908 zou samenwerken. Gedurende deze periode zouden beide architecten steeds meer loskomen van de heersende neogotiek. Het is onduidelijk in hoeverre de twee architecten echt samenwerkten, aangezien er vaak duidelijke verschillen in bouwstijl bestaan. Stuyt oriënteerde zich op de neoromaanse stijl en ontwikkelde bovendien een grote interesse in de centraalbouw. Beide interesses waren in belangrijke mate het gevolg van de eerste Nederlandse bedevaart naar Palestina in 1903, waarvan Stuyt een van de deelnemers was en waarbij ook enkele plaatsen in Italië en de Turkse stad Constantinopel werden bezocht. Met name de Hagia Sophia in die stad maakte grote indruk op Stuyt. Tijdens zijn reis naar het Heilig Land leerde hij kapelaan Arnold Suys en de kunstenaar Piet Gerrits kennen. Met hen zou hij samenwerken om het project Heilig Landstichting, een Nederlands en Europees devotiepark, tot stand te brengen.
Nog tijdens de samenwerking met Cuypers ontwierp Stuyt een aantal kerken die qua stijl sterk op de romaanse stijl van Noord-Italië waren gericht. Een belangrijk werk uit deze periode is de Sint-Jacobskerk in ’s-Hertogenbosch, waarin een neoromaanse stijl gecombineerd wordt met een centraliserende plattegrond.
Na het beëindigen van de samenwerking ontwierp hij nog vele dorpskerken in dezelfde neoromaanse stijl. Hierbij leek hij gebruik te maken van een beperkt aantal standaardcomponenten, die naar believen gecombineerd konden worden. Hij bouwde dergelijke kerken onder andere in Berkel-Enschot, IJsselmuiden en Weebosch. Zijn voorkeur voor centraalbouw werd toegepast in onder meer de Cenakelkerk in Heilig Landstichting, de Sint-Catharinakerk in ’s-Hertogenbosch, de Gerardus Majellakerk in Amsterdam en de H.H. Engelbewaarderskerk in De Engel bij Lisse.
Naast kerken ontwierp Stuyt onder andere enkele ziekenhuizen, het Nederlands Instituut te Rome en, in de Limburgse mijnstreek, een aantal woonwijken waarvan Molenberg in Heerlen als een van de belangrijkste geldt. Daarnaast restaureerde hij een aantal gebouwen, waaronder het stadhuis in zijn geboortestad Purmerend. Na zijn dood werd Stuyt’s kantoor korte tijd voortgezet door zijn zoon Giacomo.

— 





–
– 

—
–
Pater Bertrand was een Montfortaan die heel wat jaren op kapel de scepter zwaaide.
–
—
Sint Willibrordus
—-
–
KOREN



Schola Cantorum Kennemerland.
Onze lieve Vrouw ter Nood-lied
—-


—-


Pater Smit
Montfortanen vertrokken 1989
-

–
–







—-






PRIESTERS VAN KAPEL
Jan Even s.m.m.

Van de Montfortaanse website
Op 13 januari 2010 overleed in Roermond
Pater Jan Even

Montfortaan
Johannes, Maria Gerardus Even werd geboren op 7 maart 1932 in Beverwijk. Hij kwam in 1945 naar Ste Marie in Schimmert. Op 8 september 1952 legde hij zijn eerste geloften af in Meerssen. Op 16 maart 1958 ontving hij de priesterwijding van mgr. Mutsaerts in Oirschot. Zijn eerste benoeming was voor Heiloo. In 1965 ging hij naar Hoensbroek, maar hij kreeg al vlug een benoeming als aalmoezenier voor het onderwijs in de bisdommen Haarlem en Rotterdam en verhuisde daarvoor naar de montfortaanse communiteit van de Haagsche Schouw. Van 1967 tot 1980 was hij pastoor in Bennebroek. Hij kreeg in 1982 een benoeming in Neerkant als pastoor, later uitgebreid met Helenaveen. Van 1988-1991was hij overste in Oirschot. Van 1991-1997 werd hij pastoor van het bedevaartsoord Ommel en in 1997 rector in Huize St. Elisabeth in Haelen. De laatste jaren was hij tevens overste van de regionale communiteit Oost-Brabant. Hij overleed in het St. Laurentiusziekenhuis in Roermond.
Jan voelde zich al een paar weken niet goed. Dat zijn leven op een einde liep, kwam als een verrassing, niet in het minst voor hemzelf. Dat het zo snel ging, was niets voor Jan. Hij wilde alles onder controle houden. Als dat niet lukte, werd hij onrustig en angstig. Zijn laatste dagen waren dan ook niet gemakkelijk. Maar met zijn typische onverzettelijkheid hield hij vast aan de grondtoon in zijn leven: een groot godsvertrouwen. Dat bleek ook toen hij tijdens het sacrament van de zieken enkele keren met stemverheffing zei: "God is goed". En zijn laatste woorden waren: "De Heer is mijn herder".
Godsvertrouwen is de ruimte geweest waarin hij heeft geleefd. Vanuit die basis wilde hij op weg gaan, in het rustige tempo dat zo kenmerkend voor hem was. In 1968 schreef hij daarover: "Wie een berg te vlug wil bestijgen, haalt de top niet". Hij had het niet gemakkelijk, toen kort na zijn priesterwijding grote onrust ontstond in kerk en maatschappij. Met pijn in zijn hart constateerde hij: "We zitten in de mist en je zou wensen dat de nevels optrokken". Hij wist dat wij mensen tastend zoeken naar de waarheid, maar hij had niet veel op met hen die de twijfel tot princiep verhieven. De zekerheid van zijn godsvertrouwen kwam overeen met zijn gestalte, zijn stemgeluid en zijn lach.
In het jaar van zijn wijding kreeg Jan last van zijn schildklier. Sindsdien moest hij het kalm aan doen. Naar de missie gaan zat er toen niet meer in. Daarvoor had hij wellicht ook wat te linkse handen, zoals zijn novicemeester al opmerkte. Nauwgezet en uit plichtsbesef deed hij zijn werk als aalmoezenier voor onderwijsgevenden. Dat bracht hem soms tot aan de rand van overspanning. Veel meer voelde hij zich thuis in een kleine parochie en als rector in het klooster van Nunhem. Daar kon hij gewoon doen wat hij wilde: vertrouwen geven en vertrouwen krijgen. Een beetje weg ook van alle spanningen in de kerk. Een revolutionair of een kerkhervormer was hij niet. Zijn ziel lag bij "kerkgebonden geloven" in een sfeer van collegialiteit.
Van jongs af aan heeft Jan een grote verering voor Maria gehad. Graag ging hij naar Heiloo. Dat hij later de zorg kreeg voor de bedevaartskerk van Ommel, paste dan ook heel goed bij hem. Moge Maria hem nu bij de hand nemen in het uur van zijn dood.
Pater Holkamp

father Cor Holkamp m.h.m.
* Wormerveer, 15 januari 1926
† Alkmaar, 15 december 2006
Pater Holkamp werd na zijn priesterwijding
in 1952 benoemd voor de missie in het
district Tororo, Uganda. Tot 1971 werkte hij
als leraar op de missieposten van Soroti,
Kumi, Sipia en op het seminarie van Mill Hill
in Tororo. In 1971 werd hij benoemd voor
het Teachers Training College in Ngora. In
1972 keerde hij terug naar Nederland. Hij
werd benoemd voor het projectenbureau van
de congregatie Mill Hill in Roosendaal. In
1973 werd hij door Hare Majesteit Koningin
Juliana aangesteld als reserve-aalmoezenier
van de Koninklijke Landmacht. Op 1 februari
1986 kreeg hij van Koningin Beatrix eervol
ontslag. Pater Holkamp was nadien nog
verscheidene jaren actief als pastor van de
parochie O.L. Vrouw ter Nood in Heiloo en
als aalmoezenier in het gevangeniswezen.










–


